`Weet een eend dat hij een eend is?'

Toen minister Tineke Netelenbos (Verkeer) nog staatssecretaris van Onderwijs was, was ze er een groot voorstander van om het vak filosofie als eindexamenvak in te voeren. Nu het sinds twee jaar zo ver is, is zij graag bereid het havo-examen filosofie te maken.

U kent ze vast wel uit de reclame, die vragen of de zon nooit uitgaat en of de wind nooit moe wordt. Kinderen zijn meesters in het stellen van onmogelijke vragen. In het boek Twee koffers vol van filosofe en schrijfster Carl Friedman vraagt de jonge Simcha of een eend weet dat hij een eend is. En daar sta je dan, als weldenkende volwassene. De eindigheid van de tijd, de eeuwige wederkeer der dingen, het verband tussen bewustzijn en zelfkennis, daar kun je bij kinderen toch niet mee aankomen? Door die houding heeft filosofie in het middelbaar onderwijs lange jaren een marginaal bestaan geleid. Niet geschikt voor middelbare scholieren: te abstract of te zweverig.

Filosofie is echter sinds twee jaar een volwaardig eindexamenvak en het is niet abstract en ook niet zweverig. Wel lastig, gezien het havo filosofie-examen van gisteren. Er zal stevig zijn gezwoegd.

Twee opgaven, onderverdeeld in twaalf vragen die meestal aansturen op een verheldering van concrete ontwikkelingen aan de hand van filosofische begrippen. De eerste opgave knipoogt naar de naderende Europees Kampioenschappen voetbal en gaat over `Macht op het voetbalveld'. Elias Canetti's ideeën over het uitoefenen van macht via de lichaamshouding moeten worden toegelicht aan de hand van de `scoresprint' en de stomp-in-de-lucht-sprong van de voetballer na een doelpunt. Een vast hooligan-ritueel als de `tribune-charge' leidt tot vragen over de chaotische en onveilige `natuurtoestand' van de mens in het denken van Thomas Hobbes, en uiteindelijk tot de vraag hoe Hobbes en Marcus Aurelius denken dat de mens aan zijn barbarendom kan ontstijgen.

Ook opgave 2, Disciplinering, betreft `samenlevingsfilosofie'. Michel Foucaults Surveiller et punir wordt uit de kast gehaald om de controlesamenleving met zijn bewakingscamera's, Big Brother-tv en kliklijnen te analyseren.

Onze mening daarover hangt meestal samen met onze persoonlijke situatie en belangen. Camera's in de fietserstunnel voor de sociale veiligheid: prima. Een spiedende camera op de werkplek: schande. Hier dwingen de vragen de kwestie op een hoger plan te tillen: privacy, de koloniserende blik van de camera en zelfdisciplinering passeren hier de revue.

De laatste vraag is of de mens tegenwoordig vrijer is dan vroeger, omdat hij meer redeneert in termen van emoties en niet langer vanuit traditionele instituties. Mij lijkt dat er een grotere vrijheid is: helder na kunnen denken over de maatschappelijke instituties en hun invloed op de samenleving: van voetbalrellen tot kliklijnen. Filosofen kunnen daarbij van pas komen. Een eend die niet weet dat hij een eend is, zit gevangen in zijn eigen onwetendheid. Dat vermoedt zelfs een kind.