Vrijheid overheerst in werk Hans Arp

,,De stenen zijn wolken want hun tweede natuur danst op hun derde neus. Bravo. Bravo.'' Zo schreef ooit Hans Arp (1886-1966), dadaïst, beeldhouwer, en dichter. Stenen dansen als wolken door zijn collages, tekeningen en reliëfs. De `bewogen ovaal', zoals Arp het noemde, is een oervorm die talloze gedaanten kan aannemen. Ei, navel, amfoor, de baan van de aarde, bloemknop, mensenhoofd, en in meervoud: borsten, mosselen, golven. En zoals deze wereld terloops lijkt te ontstaan vanuit een enkele vlek, zo groeien ook Arps sculpturen, prachtige sensuele vrouwentorso's in brons en marmer die hij de titel `concrétisation humaine' gaf, als vanzelf vanuit de amorfe materie.

In Het Nijenhuis is een keuze te zien uit zijn werk, samen met tekeningen, schilderijen en een borduursel van zijn vrouw Sophie Taeuber-Arp (1889-1943). De ongeveer honderd werken zijn afkomstig van de `Stiftung Hans Arp und Sophie Taeuber-Arp' die de nalatenschap van beiden beheert en gevestigd is in museum Het Bahnhof in Rolandseck, bij Bonn.

De kunstenaars ontmoetten elkaar in 1915 in Zürich, waar Arp actief betrokken was bij de oprichting van Dada en Sophie weefles gaf. In de jaren twintig vond Arp aansluiting bij het Surrealisme. Dit weerhield hem er niet van zich in 1930 te voegen bij de oprichters van de constructivistisch georiënteerde groep `Cercle et Carré'. Arp hechtte geen waarde aan stijlvastheid en had een hekel aan ideologie. Hij sloot zich bij kunstenaarsbewegingen aan vanuit een groot verlangen naar gemeenschappelijkheid. ,,Ik geloof dat samenwerking de oplossing is en ons de harmonie kan brengen die de kunst uit de grenzenloze verwarring kan redden'', schreef hij. In 1927 werkte Arp met Sophie en met Theo en Nelly van Doesburg aan het restaurant L'Aubette in zijn geboorteplaats Straatsburg. Ook maakte hij bijvoorbeeld collages en gedichten in samenwerking met Max Ernst en Kurt Schwitters. In Heino is de Ehe-Plastik (1937) te zien die hij met Sophie maakte, evenals een aantal Duo-dessins, open lijntekeningen in inkt die een samenspel zijn van geometrische patronen en organische vormen.

Arp was een vurig pleitbezorger van het werk van zijn vrouw. Nadat zij op 54-jarige leeftijd overleed aan koolmonoxydevergiftiging geraakte Arp in een crisis die hem het werken jarenlang onmogelijk maakte. Tot aan zijn dood schreef hij teksten waarin hij haar werk toelichtte en erkenning voor haar kunstenaarschap probeerde af te dwingen. Haar kleurige composities van vlakken, lijnen en kleuren beschouwde Arp als `universele ordeningen'. Bij iedere expositie van zijn werk zorgde hij ervoor dat ook werk van Sophie aanwezig was. Maar hoe welsprekend hij zijn liefde voor haar en haar werk ook verwoordde, juist de combinatie van haar werk met het zijne maakt duidelijk wat er aan de schilderijen en tekeningen van Sophie Taeuber-Arp ontbreekt. Haar decoratieve, abstracte patronen zijn het resultaat van stramme ordeningsprincipes die geen ruimte laten voor een vrije verbeeldingskracht. De meisjesachtige naïviteit die eruit spreekt charmeert niet, maar benadrukt juist leegte en vlakheid.

De vroegste werken van Arp, `Pre-Dada tekeningen' en `Dessins Dada' (1915, 1916) maken duidelijk dat zijn werkwijze tegengesteld is aan die van Sophie Taeuber. Arp vindt zijn beelden in de chaos, in het ongevormde. In Rohrschach-achtige inktvlekken ontstaat een ruimte waarin gezichten, landschappen en dansende figuren verschijnen. Het amorfe moet wijken voor het verlangen naar beelden. Steeds zoekt Arp naar deze grens; hij zoekt de vormloosheid op om die vervolgens tot overgave, tot een metamorfose, te brengen. Daarom maakte hij in zijn collages ook gebruik van het toeval door stukjes papier neer te laten dwarrelen en ze daar vast te plakken waar ze neerkwamen. Tintelende beelden zijn het, `Constructions élémentaires' die hem zomaar, als uit het niets, toevielen.

Een hoogtepunt op de expositie zijn Arps reliëfs uit de jaren '20. Uit karton geknipte vormen resulteren in Pop Art avant-la-lettre, met een stoel en een fles, of een wulpse mond midden op een schuin hellende ovaal. Op een houten reliëf zweeft een `Amfoorvrouw' in een grote kosmische baarmoeder.

Het zou mooi geweest zijn als er, naast de bronzen sculpturen uit de jaren '40 en '50, ook enkele gipsen modellen aanwezig waren geweest. Het brons mist de toets, het gevoel van nabijheid, van het gips, en ook mist het het wit dat licht uitstraalt. `Schoonheid is door licht omsloten', schreef hij ooit. Vrijheid is het sleutelwoord voor het werk van Arp. Hij wist, zonder dogma en zonder ooit iets krampachtig af te dwingen, door zijn aanraking de materie te bezielen en daarmee dat wat eerst betekenisloos was, betekenis te geven.

Tentoonstelling: Hans Arp en Sophie Taeuber-Arp: een keuze uit de Bahnhofcollectie. Hannema- de Stuers Fundatie, Kasteel het Nijenhuis, Heino/Wijhe. T/m 12 juni. Di-zo 11-17u.