Virtueel stemmen is weggegooid geld

Minister Van Boxtel wil flink investeren in stemmen per internet. Nederland zou hiermee zelfs in de wereld voorop kunnen lopen. Dat is overbodige moeite, meent Ernst Bouwes.

Onlangs ontvouwde minister van Boxtel (Grote-stedenbeleid) zijn visie over de relatie tussen overheid en burger in het licht van de nieuwe communicatietechnieken (ICT) in de nota `Contract met de Toekomst'. Een vrij abstract verhaal, waarbij hooguit de 19 miljoen gulden voor het project `Kiezen op Afstand' tot de verbeelding spreekt. Dit project beoogt de verkiezingen `plaatsonafhankelijk' te maken. Aanpassing van de Kieswet, een op afstand raadpleegbaar kiezersregister, een elektronisch identiteitsbewijs en een virtueel stemlokaal is het enige wat ons nog scheidt van het stemmen vanuit de douche of de wc, zoals een artikel op de website van het Platform Elektronisch Stemmen (PELS) voorspiegelde. Bekleedt Nederland over enkele jaren een voortrekkersrol op het gebied van e-government of kennen de Tweede-Kamerverkiezingen van 2006 een opkomstpercentage van 101 procent? Het laatste lijkt waarschijnlijker.

In de nota onderstreept Van Boxtel het grote overheidsbelang om als `launching costumer' het tempo van het vliegwiel der technologische ontwikkeling in Nederland te versnellen. Met het Kiezen-op-Afstand-project zou de Nederlandse stemcomputerindustrie een speerpuntfunctie in Europa, ja zelfs in de wereld kunnen vervullen. Hij noemt in de kantlijn dat een dergelijk systeem wel waterdicht beveiligd moet zijn. In de afgelopen jaren en in het bijzonder afgelopen maand met het I-love-you-virus bleek echter dat het internet nog tien keer lekker is dan een zeef. Het ontwikkelen van een beveiligingssysteem voor een eenmalig en massaal project als parlementsverkiezingen op internet is vergelijkbaar met het verzoek aan een fabrikant van speelgoedauto's om voor het volgende Grand-Prix-seizoen een winnende Formule-I-wagen in elkaar te zetten. Op dit moment is de traditie van Nederlandse bedrijven met beveiligingssystemen op internet namelijk niet al te groot.

Als de minister dan per se plaatsonafhankelijk wil laten stemmen, dan zou hij beter de ontwikkelingen op dit gebied afwachten in landen met een aanzienlijk kleinere bevolkingsdichtheid en met meer verstand van zaken. Een land als de Verenigde Staten, waar onlangs de Democraten in Arizona een experiment met stemmen via internet lieten uitvoeren bij de voorverkiezingen, kan als voorbeeld dienen. De uitkomst bleek multi-interpretabel; zowel voor- als tegenstanders haalden na afloop hun gelijk. Wie weet komt het daarbij betrokken bedrijf volgend jaar met het Ei van Columbus, dat vervolgens uitgroeit tot de wereldstandaard bij parlementsverkiezingen. Zonde van onze 19 miljoen dan.

Bovendien rijst de vraag in hoeverre het plaatsonafhankelijke stemmen voorziet in een behoefte. Op de website van PELS blijken veel voorstanders politici, die het teruglopende opkomstpercentage toeschrijven aan de onmogelijkheid om tussen acht uur 's ochtends en 's avonds het aangewezen stemlokaal te bereiken. Vele argumentaties voor de wegblijvende kiezers doen de ronde, maar een afgelegen stembureau hoort daar toch niet bij. Wel blijkt de volmacht fraudegevoelig, maar dat verbetert niet bij het stemmen op de computer in eigen huis. Dan ontbreekt ook nog de goedmoedige controle van de stembusmedewerkers in klaslokaal of wijkgebouw, die een zekere mate van geheimhouding en decorum garanderen.

Ten slotte vervangt het virtuele stemlokaal de traditionele stemlokalen niet; beide functioneren straks naast elkaar. De kiezers ontvangen dan zowel een PIN-stem als een stemkaart, waarvan zij slechts één mogelijkheid mogen gebruiken. Een ingewikkelde technologische oplossing zal moeten voorkomen, dat internationale waarnemers straks aan de Verenigde Naties melden hoe in Nederland liefst 101 procent van de bevolking zijn stem uitbracht. En dan gaan we nog voorbij aan de hackers voor wie dit project een unieke uitdaging zou zijn.

Daarmee lijkt het project Kiezen op Afstand nog het meest op een kanon van 19 miljoen ter bestrijding van een mug. Bovendien werkt het maar eens in de vier jaar, als het al werkt. Na het World Online-echec heeft Nederland weinig behoefte aan nog meer flaters op ICT-gebied. Internet is een veelbelovend medium, maar kent ook zijn grenzen. Niet alles wat `wel handig' lijkt op een computer of een netwerk levert een behoorlijk rendement op in vergelijking met de kosten. Kosten die gezien de omvang van het project met 19 miljoen absoluut niet gedekt zijn. Minister van Boxtel doneerde het geld met een grotere snelheid dan dat critici in staat waren te verwijzen naar een aanvankelijk veelbelovend, maar uiteindelijk teleurstellend project, namelijk dat voor een fraudebestendig paspoort. Een heroverweging lijkt op zijn plaats.

Drs. Ernst Bouwes is freelance journalist en jurist.

    • Ernst Bouwes