Testcase EK2000

Minister Klaas de Vries (Binnenlandse Zaken) geldt als outsider onder de kandidaten voor de opvolging van premier Kok, maar ik zou zijn kansen als het erop aankomt toch niet lager willen aanslaan dan die van Melkert, Cohen of Stekelenburg, de officieuze kandidaten die zaterdag in de wandelgangen van het PvdA-congres de troonopvolgerslijstjes aanvoerden. De Vries mag niet de indruk wekken dat al die opvolgingsberichten hem bijster interesseren, dat wil echter niet zeggen dat hij daar te rechter tijd – nadat premier Kok zich over zijn eigen toekomst heeft uitgesproken – niet anders over zou kunnen denken. Het is in elk geval nog te vroeg hem nu al af te schrijven.

Als het op inhoudelijk gewicht aankomt – politiek en intellectueel gewicht – is het eigenlijk verbazingwekkend dat De Vries niet van het begin af aan tot de serieuze kanshebbers heeft behoord. De toespraak die hij afgelopen donderdag op een Apeldoornse conferentie van een gezelschap politiefunctionarissen over de rol van de politie in een gewelddadige samenleving hield, had onmiskenbare `premierskwaliteit'. De Vries sprak over het gezagsverlies dat de politie in de afgelopen jaren heeft geleden en deed enkele kordate aanbevelingen om die ontwikkeling te keren. Daarmee stelde hij, of hij het wil of niet, zichzelf kandidaat voor het premierschap. De bewindsman die erin slaagt het moreel van de politie op te krikken en de samenleving – zonder demagogie en retoriek – het gevoel van veiligheid teruggeeft, verdient wat mij betreft het premierschap.

De Vries sprak concreet en realistisch over de toenemende agressie die de politie bij het bestrijden van rellen op straat ondervindt. Het komt steeds vaker voor dat vechtende partijen, die nog maar enkele jaren geleden afdropen als de politie op het strijdtoneel verscheen, zich met de steun van het publiek tegen de politie keren en zich van massaal geweld bedienen. Als het aan De Vries ligt, heeft dat modeverschijnsel zijn langste tijd gehad. Toenemend geweld tegen de politie komt de partij die geacht wordt de samenleving tegen geweld te beschermen, aldus de minister, op verlies van gezag te staan. De politie kan dat volgens De Vries niet tolereren, en ook de samenleving kan dat niet langer tolereren. ,,De politie zal minder moeten accepteren dan zij totdusver gedaan heeft en de mensen (de samenleving namens welke de politie het geweld op straat bestrijdt) zullen daaraan moeten leren wennen.''

In het verlengde daarvan lag zijn uitspraak over de tolerantiegrenzen van de politie, die naar zijn mening dringend herziening behoeven. ,,Bij het publiek moet duidelijk zijn welk gedrag in het publieke domein aanvaardbaar is en welk gedrag niet.'' De Vries hield ook opruiming onder de versleten leuzen van de permissive society en bepleitte nieuwe definities van wat wel en wat niet kan. Er zal minder door de vingers kunnen worden gezien dan we de afgelopen vijfentwintig jaar gedaan hebben onder het motto: `Dat moet toch kunnen'. De maatschappij kan zich die nonchalance uitstralende dooddoeners, aldus De Vries, niet langer veroorloven. De Vries denkt aan nieuwe, duidelijk gemarkeerde tolerantiegrenzen (`ijzeren regels' in zijn terminologie), die in heel Nederland gaan gelden en tot de standaarduitrusting van de politie zullen gaan behoren.

In korte tijd heeft Klaas de Vries als bewindsman van Binnenlandse Zaken duidelijk gemaakt waar hij staat, wat voor minister hij is. Een minister die in Enschede op de plaats van de vuurwerkramp een wijze terughoudendheid aan de dag legde, maar evengoed woorden sprak die ter plaatse gewaardeerd werden en ondertussen hulp verschafte die zoden aan de dijk zette. Die vervolgens in de Tweede Kamer zijn hoofd koel hield tegenover de politieke hypocrisie die meteen alle vuurwerk in zee wilde dumpen en er zijn hand niet voor omdraaide de doordravers een lesje in gematigdheid te leren.

In zijn Apeldoornse opwekking tot de politie deed De Vries zich vooral kennen als exponent van de traditionele sociaal-democratische stroming in het openbaar bestuur. Dat is niet de eerste indruk die men van Pepers opvolger krijgt. Die wordt veeleer bepaald door een zeker vertoon van scherpzinnigheid. Zijn mond lijkt permanent op het punt te staan in onverwachte Swiftiaanse gevatheden uit te barsten. Vaak levert dat mooie debatten op, want debatteren is een van Klaas de Vries' grootste hartstochten. Maar achter die voortdurende neiging om zijn gehoor de loef af te steken, gaat een strikte manier van denken schuil. Het gezag van de overheid is voor De Vries een centrale leidraad. Het is voor hem geen noodzakelijk kwaad, maar een levenskracht, een ordenend beginsel dat dient tot de instandhouding van de samenleving. In rechtsfilosofische zin staat De Vries aanmerkelijk dichter bij de strenge denkbeelden van W.A. Bonger (Problemen der Democratie, 1934) en de oude Drees dan bij de lossere ideeëncomplexen van Nieuw Links anno 1966.

De vraag is of dit alles De Vries zal helpen ons de hooligans, die hier over enkele weken het Europees Kampioenschap voetballen onveilig komen maken, van het lijf te houden. Volgens justitiële onderzoekers die de minister in zijn toespraak citeerde, is de Nederlandse politie nog onvoldoende toegerust voor het omgaan met agressie, zowel op het punt van vaardigheid als van uitrusting. Dat klinkt enkele weken voor het begin van het EK niet erg geruststellend. Dat geldt ook voor de standaarduitrusting van de agenten die achter de gevechtslinies van de Mobiele Eenheden met de hooligans te maken krijgen: de proeven met het veiligheidsvest moeten nog worden afgerond en lopen dus nog als de vechtersbazen straks de straten opbreken.

Het is goed dat de Nederlandse leeuw op de derde verdieping van het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft gebruld, maar zou het niet nog beter zijn als we de confrontatie tussen de hooligans en de politie onmogelijk maakten en deze stoottroepers op zoek naar een vijand de hele maand juni gewoon de toegang tot het land weigerden?

    • Harry van Wijnen