Korthals: gebruik DNA bij opsporing

De recherche moet gebruik kunnen maken van DNA-gegevens van onbekende verdachten om uiterlijke kenmerken vast te stellen. Dat bepleit minister Korthals (Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer.

Dergelijk onderzoek vergemakkelijkt de opsporing van misdadigers en is van groot belang voor de opheldering van ernstige misdrijven waar geen ooggetuigen van zijn, zo stelt de bewindsman.

Op dit ogenblik laat de wet dit soort gebruik van persoonskenmerken bij opsporing niet toe. Wanneer bijvoorbeeld een haar, bloed, sperma of een huidschilfer van een verdachte wordt gevonden waaruit erfelijk materiaal kan worden gehaald, is het mogelijk daaruit het geslacht af te leiden en in sommige gevallen ook het ras.

Korthals verwacht dat het in de toekomst mogelijk zal zijn uit het celmateriaal ook andere persoonskenmerken af te leiden. Hij verwijst daarbij naar onderzoek in Engeland waarbij wordt nagegaan of het mogelijk is uit DNA-materiaal bijvoorbeeld de kleur van de ogen en het haar te bepalen.

Het Nederlands Forensisch Instituut - voorheen het Gerechtelijk Laboratorium - verwacht de eerstkomende jaren overigens geen doorbraak op dit terrein.

Als op termijn wel meer persoonskenmerken beschikbaar zouden komen die uit het DNA zijn afgeleid, zou dit een vollediger signalement van de `eigenaar' van het op de plaats van het delict aangetroffen sporenmateriaal mogelijk maken. Daardoor kan de opsporing zeer gericht worden uitgevoerd, aldus minister Korthals. De kans dat de identiteit van de mogelijke dader lan worden vastgesteld neemt daarmee aanmerkelijk toe.

De minister meent dat voor dergelijk gebruik van DNA wel bijzondere waarborgen zijn vereist. Zo zouden alleen persoonskenmerken uit het materiaal mogen worden afgeleid die `nuttig en noodzakelijk' zijn voor het onderzoek en dienen tot identificatie van de mogelijke `eigenaar'. ,,Het mag nooit of te nimmer tot doel hebben verborgen erfelijke afwijkingen van de mogelijke dader vast te stellen. Het moet gaan om uiterlijke, voor de opsporing relevante kenmerken'', aldus de minister.

Minister Korthals laat weten nog voor het najaar met een wetsvoorstel te komen dat DNA-onderzoek bij tbs-gestelden wettelijk regelt. Het gaat hierbij om ter beschikking gestelde delinquenten die met proefverlof gaan of bij wie de verpleging voorwaardelijk wordt beëindigd.

In het wetsvoorstel zal ook worden geregeld dat de rechter bij een veroordeling in nog nader te omschrijven gevallen de mogelijkheid krijgt om een veroordeelde te verplichten aan een DNA-onderzoek mee te werken.