`Ik had alles, nu heb ik niets meer'

De vuurwerkramp in Enschede heeft ook grote gevolgen voor de werkgelegenheid in de wijk Roombeek. Zo'n tachtig ondernemingen zijn hun onderkomen kwijtgeraakt, een groter aantal heeft schade, variërend van een steen door de ruiten tot waterschade. Het was een wijk van `sappelaars', zoals één het uitdrukt. Het duurt minimaal vijf tot tien jaar voor het bedrijfsleven er weer terugkeert – als dat al gebeurt.

Hoe moet een verhaal beginnen over de gevolgen van de vuurwerkramp in Enschede voor de ondernemers in de getroffen wijk Roombeek? Dat verhaal moet beginnen met garenhandelaar W. Huisman, gezeten aan een tafeltje in de lobby van het Dish Hotel. Die antwoord geeft en halverwege zo verdwaald is in zijn eigen gedachten, dat hij de vraag niet meer weet. Ik ben wat in de war, zegt hij, aan dat tafeltje.

Wie zou het hem kwalijk willen nemen? Op die bewuste zaterdag 13 mei, toen een halve woonwijk in een vuurwerkexplosie ten onder ging, raakte Huisman (55) letterlijk alles kwijt. Hij had een garenhandel aan de Roomweg 42 - 50. Naast het bedrijf stond het woonhuis, waar hij al jaren met zijn vrouw woonde. Het bedrijf stond op zo'n vijftig meter van het onderkomen van S.E. Fireworks. Eind vorige week mocht hij voor het eerst even kijken. ,,Er staat helemaal niets meer. Nog een half muurtje en een hoop schroot.'' Het bedrijf is weg, het woonhuis, de administratie, alle persoonlijke goederen. Huisman kan nog niet goed beseffen wat dat concreet betekent.

Direct na school, in 1959, ging hij op veertienjarige leeftijd met zijn broer aan het werk in de garenhandel van zijn vader. K. Huisman en Zonen werd het bedrijf genoemd. In 1974 werd het van een VOF omgevormd tot een BV. Het waren gouden tijden: de textielindustrie deed het goed in Enschede, en veel ondernemers profiteerden ervan. Huisman en Zonen richtte zich op een nichemarkt: het opkopen van restpartijen garens bij groothandels en fabrikanten en het doorverkopen ervan in binnen- en buitenland aan klanten met spinnerijen, breierijen. De omzet bedroeg tussen de één en twee miljoen gulden. De onderneming werkte altijd (ook toen pa er later uitstapte) met een man of zes aan personeel.

Begin dit jaar had Huisman de boel van zijn broer overgenomen, die te druk was met een ander bedrijf. En om die reden waren de verzekeringen nog niet helemaal goed geregeld. De opstallen en de inboedel waren wel verzekerd, de eventuele bedrijfsschade nog niet. ,,Daar waren we nog mee bezig.'' Bovendien moet hij, zo is in de verzekering vastgelegd, ter plekke herbouwen. ,,We zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Maar dat zal hier niet mogelijk zijn. Ik hoop dat de verzekeraar soepel genoeg is om dat geld ook uit te keren als ik op een andere plek verder wil gaan.'' De schade, zo zegt hij, loopt in ieder geval in de miljoenen. ,,Er lag alleen al zeventig, tachtig ton garen in de loods. Dat is tonnen waard.''

Aan dat tafeltje in het Dish Hotel (hij wist niet zo snel waar anders af te spreken), heeft zich een zekere gelatenheid van Huisman meester gemaakt. ,,Ik had alles, nu heb ik niets meer'', zegt hij met zachte stem. Sinds de ramp heeft hij er een dagtaak aan alles te regelen: van de gemeente naar de Sociale Dienst, van de verzekeraar naar de Kamer van Koophandel. ,,Gemiddeld kun je vier instanties per dag bezoeken'', zo heeft Huisman ervaren. En bovendien moet hij voor zijn vrouw zorgen, die een trauma aan de ramp heeft overgehouden. Tot twee keer toe werd ze door de vuurzee geblokkeerd tijdens haar vluchtpoging.

Huisman is niet zo bang dat hij straks door de concurrentie uit de markt is gedrukt. Het is een nichemarkt, zegt hij, met in Nederland niet meer dan vier concurrenten. Daar komt nog bij dat de – pakweg dertig – klanten trouw zijn, met sommigen werkt hij al sinds de jaren zestig. ,,Al zou het een jaar duren voor ik de boel weer op orde heb, die klanten komen wel terug.'' Maar hij weet niet of hij wel door wil gaan. Hij zou kunnen stoppen met werken, mits de verzekering uitkeert. ,,Daar is nu nog weinig over te zeggen.''

Garenhandel Huisman was één van de vele bedrijven in Roombeek, een oude wijk in Enschede-noord. Het was een wijk met vele kleine ondernemingen: schildersbedrijven, dakdekkers, vloerleggers, detailhandel. Omgeven door een singel met duurdere huizen en bedrijven als advocatenkantoren. De wijk telde een paar grotere bedrijven: Grolsch, machinefabriek Thole (die zich naast S.E. Fireworks bevond). Het was een wijk (in feite een aantal kleine wijkjes bij elkaar, waaronder het Roomveldje en de Kroedhöfte) die zich richtte op de textielbedrijven ter plekke: Bamshoeve, Schuttersveld. Op het hoogtepunt, toen er in Enschede 50.000 mensen in de textiel werkten, telde Roombeek 3.000 tot 4.000 arbeidsplaatsen.

Maar de textielindustrie ging teloor, en de opengevallen plaatsen in de wijk werden langzamerhand ingenomen door kleine bedrijfjes, eenmanszaken, ambachtelijke ondernemingen. Bamshoeve werd bijvoorbeeld omgevormd tot een bedrijfsverzamelgebouw, waarin veel kunstenaars onderdak vonden. Het was een wijk van sappelaars, zegt een ondernemer. ,,Er zat een aantal autohandels, een paar supermarkten. En veel bedrijfjes van mensen die bereid waren lange uren te maken voor een schamel loontje.'' De afgelopen jaren had de wijk, met name vanwege de aantrekkelijke lage huren van de kleine woningen, een groot aantal starters getrokken. Mensen die vanuit hun woonkamer met wisselend succes een bedrijfje probeerden op te zetten.

Er zaten weinig bedrijven met meer dan tien man, zegt regio-secretaris T. ten Vergert van de Kamer van Koophandel in Enschede – zelf in het gebied geboren en getogen. In het complete rampgebied zaten meer dan vierhonderd bedrijven, tachtig daarvan zijn weggevaagd of bevinden zich in een dermate slechte bouwkundige staat dat ze moeten worden gesloopt. Hoeveel mensen daar in totaal hebben gewerkt, kan Ten Vergert niet exact zeggen. ,,Laten we zeggen dat het om een paar honderd arbeidsplaatsen gaat.''

Daags na de ramp is de Kamer van Koophandel, ondersteund door MKB Nederland en de gemeente Enschede, direct aan de slag gegaan. ,,We helpen zoeken naar alternatieve locaties, helpen bij het beantwoorden van de vele vragen.'' Om de zaak voor de gedupeerde ondernemers zo transparant mogelijk te houden, zijn er twintig `account-managers' benoemd, die als aanspreekpunt dienen. ,,Zodat de ondernemer hier niet steeds met andere mensen te maken krijgt.'' De accountmanagers proberen – kosteloos – hulp te bieden waar het gaat om huisvesting, de juridische aspecten, de financiering (voorraden, aanloopkosten) en inkomensschade. Duidelijk is, aldus Ten Vergert, dat bedrijven soms een deel van de markt dreigen kwijt te raken, soms een deel van de klandizie kwijt zijn. Uitgangspunt is dat geen enkele ondernemer failliet mag gaan als gevolg van de ramp.

Behoefte aan informatie is er zeker. Een bijeenkomst, vorige week, trok meer dan driehonderd gedupeerden. Die kregen onder andere te horen dat er een fonds in het leven is geroepen, waarin vier miljoen gulden zit die kan worden aangewend voor – bijvoorbeeld – de aanschaf van materieel of voor de huisvesting. Voor het overige bleven ook daar veel vragen onbeantwoord. We zullen een antwoord voor u zoeken, zo klonk het veelvuldig. Dat was voor velen onbevredigend. Bovendien: wat is nu vier miljoen gulden?

Ten Vergert geeft toe dat het een moeilijke zaak is. ,,We willen iedereen maatwerk bieden. En dat kost tijd.'' De Kamer richt zich in eerste instantie op bedrijven waarbij de nood het hoogst is en waar de concurrentie op de loer ligt. ,,Er zijn nu eenmaal bedrijven die niet een paar week uit de running moeten zijn, dan zijn ze hun klanten kwijt.'' Om die reden wordt er in samenwerking met de makelaars in Enschede zo snel mogelijk vervangende woonruimte gezocht. Een aantal bedrijven heeft zijn intrek genomen in porta-cabins.

De regio-secretaris kan nog niet goed duiden wat de ramp betekent voor de werkgelegenheid in Enschede – die zich boven het landelijke gemiddelde bevindt. De wijk zou binnen enkele jaren toch gesaneerd moeten worden. ,,Je zou dit als een kille sanering kunnen beschouwen.'' De Kamer van Koophandel maakt zich er sterk voor dat het bedrijfsleven straks toch terugkeert in de wijk. Ten Vergert maakt zich er zorgen over dat het straks zó duur wordt, dat de ondernemers niet kunnen terugkomen. ,,Dat moeten we koste wat kost voorkomen. We zijn er over in gesprek met de betrokken partijen. De wijk moet waar mogelijk aan de oorspronkelijke bewoners worden teruggegeven.'' Toch, schat Ten Vergert, kan dat nog wel vijf tot tien jaar duren.

Het zwaarst getroffen, in financiële zin, is bierbrouwer Grolsch. De schade aan de brouwerij is honderd miljoen gulden of meer, zegt een woordvoerder. Het onderdelenmagazijn is geheel verwoest, er is grote schade aan ketelhuis, de brouwerij, de bottelarij. Grolsch brouwt nu deels in de vestiging in Groenlo, deels bij `collega's'. De herstelwerkzaamheden duren minimaal vier tot zes maanden, zegt de woordvoerder. Grolsch gaat nieuw bouwen in Boekelo, maar die brouwerij zal niet eerder dan over vijf jaar klaar zijn. ,,We gaan dus zeker ter plekke verder.'' De herbouw gaat in fases. ,,Het opruimen van de troep is een enorme klus. Overal ligt glas, beton, dakdelen, puien, wanden, vloeren.'' De ramp, denkt de woordvoerder, heeft wellicht een klein lichtpuntje. ,,Je kunt je voorstellen dat de band van de Twentenaar en de Achterhoeker met Grolsch inniger wordt.'' Of dat ook vertaald zal worden naar een hogere omzet, kan Grolsch pas over een jaar zeggen.

En nog altijd, meer dan twee weken na de ramp, lopen er ondernemers rond die niet weten hoe hun bedrijf er bij staat. Zoals J. Hekman, die een grote postzegelhandel heeft (of had) aan de Deurningerstraat. In tien jaar tijd heeft hij een bedrijf opgebouwd met een omzet van een kleine twee miljoen gulden. Ik heb klanten in binnen- en buitenland, zegt hij, in de woonkamer van een klant in Boekelo – waar hij zomaar zijn intrek mocht nemen. Hekman weet dat het pand er nog staat, maar niet in wat voor toestand. ,,Als alle ramen kapot zijn, hebben wind en regen vrij spel. En als er iets is waar postzegels niet tegen kunnen, dan is het wel vocht.'' Hij houdt er rekening mee dat ,,alles weg is''. En hij houdt zich groot, maar in dat geval is hij dus echt alles kwijt. ,,Dan ben ik helemaal kapot. Al mijn geld zit in mijn bedrijf.''

In het pand liggen ,,meer dan een miljoen postzegels'', in prijs variërend van vijf cent tot – de duurste – 47.000 gulden. Die verkocht hij voornamelijk aan particulieren, markthandelaren en verkopers. Dertig procent van de pakweg 2.000 klanten bevindt zich in het buitenland. En die zal hij niet kunnen terugvinden, want de administratie staat niet in de computer, want die had Hekman niet. Hij hield alles bij in klappers en ordners – in het bedrijfspand. Hekman denkt niet dat hij die allemaal weer terug kan vinden. ,,Als ik alles kwijt ben, dan heb ik geen voorraad. En als ik geen voorraad heb, dan raak je je klanten zo kwijt.'' Hij troost zich met de gedachte dat de afgelopen dagen al 700 klanten belangstellend hebben gebeld – hem een hart onder de riem hebben gestoken.

En het ergste: hij was niet verzekerd. Na problemen met verzekeraar Lloyds bevond hij zich in een fase waarin offertes voor een nieuwe verzekering waren aangevraagd. Daarover wil hij nog maar niet te veel nadenken. Geluk bij een ongeluk vormen de twee auto's, met daarin een deel van de collectie, waarmee hij op 13 mei op een beurs in Elburg had gestaan. Bestellingen daaruit heeft hij de afgelopen dagen bij de klanten bezorgd. De reacties waren vaak hartverwarmend, zegt hij. En hij vestigt nu zijn hoop op de kluizen in het bedrijfspand. Daarin lag een groot aantal echt dure zegels. ,,Laten we hopen dat die kluizen echt brandwerend waren.''