Hoe een `dronken flapuit' optreedt tegen guerrilla`s

President Estrada heeft gedreigd de islamitische ontvoerders in het zuiden van de Filippijnen te verpletteren. Maar vooralsnog maakt hij een heel andere indruk.

Mocht de president van de Filippijnen nog niet beseffen dat hij met twee gijzelingszaken en een dreigende burgeroorlog in het zuiden van zijn land voor de grootste crisis van zijn ambtstermijn staat, dan hoeft hij maar een bezoek te brengen aan een kiosk. President Joseph Marcello Ejercito Estrada staat de laatste weken op de covers van vele binnenlandse en buitenlandse bladen en kranten. Naast zijn foto staat een tekst met steeds dezelfde strekking: `Een kwakkelende president staat voor zijn grootste test'.

,,Als men vrede wil, bied ik vrede'', heeft Estrada gezegd over de recent opgelaaide, al dertig jaar oude onafhankelijkheidsstrijd van de Filippijnse moslim-minderheid op het zuidelijke eiland Mindanao. ,,Maar wie oorlog wil, zal ik verpletteren'', voegde hij toe.

Dergelijke uitspraken mogen dan vastberaden klinken, ze zijn voor de bevolking steeds minder geloofwaardig. Toen de voormalige filmster Estrada tot president werd gekozen, zei 68 procent van de bevolking hem te steunen. `Erap' (maatje) was daarmee de populairste president aller tijden in de Filippijnen. Nu is hij met een percentage van vijf procent de minst populaire.

Toen de 63-jarige Estrada in juni 1998 president werd, na zes jaar als vice-president te hebben gediend onder Fidel Ramos, was het op Mindanao, het op een na grootste eiland van de Filippijnen, betrekkelijk rustig. Dat was te danken aan een vredesakkoord dat Ramos in 1996 had gesloten met de moslims die zich in de Filippijnen Moro's noemen. Zij zouden hun wapens neerleggen in ruil voor autonomie in delen van Mindanao. Een deel van de moslims, verenigd in het Moro Islamitisch Bevrijdingsfront (MILF), ging die autonomie evenwel lang niet ver genoeg: zij willen een volledig onafhankelijke islamitische staat. Manila en het MILF waren daarover in onderhandeling, maar begin dit jaar nam het MILF de wapens weer op.

Estrada heeft, zo betogen de critici, het conflict op Mindanao schromelijk onderschat, afgeleid als hij de afgelopen twee jaar werd door talloze problemen die hij zelf teweeg heeft gebracht. Hij gaf bijvoorbeeld per ongeluk een uiterst wrede moordenaar gratie. Hij moest een schikking treffen toen een van de financiers van zijn verkiezingscampagne een belastingschuld bleek te hebben van bijna één miljard gulden. En hij hield een toespraak waaruit buitenlandse investeerders niet anders konden concluderen dat het land aan de rand van de economische afgrond staat.

Estrada's voorgangers Corazon Aquino en Ramos alsmede de populaire aartsbisschop Jaime Sin voeren nu de oppositie tegen Estrada aan. In hun ogen is `Erap' een inconsistente flapuit die ad hoc beslissingen neemt, goede adviezen in de wind slaat, slecht Engels spreekt en geen verstand heeft van economie.

De president laat zelden zijn gezicht zien bij kabinetsvergaderingen, zo heeft een inmiddels ontslagen regeringswoordvoerder vertelt. Inplaats daarvan zakt hij tot diep in de nacht door met vrienden. Stomdronken belt Estrada dan zijn ministers om een uur of drie 's ochtends met opdrachten die zijn ingegeven door de wensen van de mensen die op dat moment rond de president hangen. ,,Soms lijkt het wel of hij ons terug neemt naar de tijden van Marcos'', zegt oppositieleider in het parlement Raúl Roco, doelend op de vriendjespolitiek en corruptie van dictator Ferdinand Marcos.

Als de commentatoren in de kranten mogen worden geloofd, zijn er heel weinig Filippino's die nog geloven dat deze president de crisis kan oplossen. Vooral de gijzeling door moslimrebellen van een groep van 21 mensen, onder wie zeven Europeanen, heeft situatie gecompliceerd. Desalniettemin ging Estrada vorige week gewoon op staatsbezoek in China.

Onduidelijk is wie nu precies namens de regering onderhandelt over de vrijlating van de gijzelaars. Ook de verschillende lezingen van regeringswoordvoerders over de eisen van de gijzelaars hebben bijgedragen aan het beeld dat de ontvoerders ook de regering-Estrada aan een touwtje hebben. Een beeld dat werd versterkt toen een groep ontvoerders met hun gijzelaars door het cordon van het leger kon breken en elders hun kamp kon opslaan. Dit was mede mogelijk doordat vroegere moslimrebellen die in het Filippijnse leger zijn geïntegreerd, ruim baan gaven aan hun geloofsgenoten.

Inmiddels komt het `Mindanao-probleem' in de perceptie van de bevolking steeds dichterbij het regeringscentrum in Manila, nu er ook bomaanslagen zijn gepleegd in de drukste winkelcentra van de hoofdstad. Die aanslagen zijn nog door niemand opgeëist, maar ze hebben wel de vraag opgeworpen of niet, net zoals Marcos deed in 1972, de staat van beleg moet worden afgekondigd. ,,Onnodig'' zei president Estrada eerder deze week. ,,Ik heb zoals het nu is wel macht genoeg.''