Feest, maar hoe zeg ik dat in Zuid-Afrika?

Kaapstad, bakermat van de blanke overheersing, heeft een beladen herdenkingsjaar voor de boeg. In 2002 is het 350 jaar geleden dat de Hollandse opperkoopman Jan van Riebeeck zijn fort De Goede Hoop stichtte aan de voet van de Tafelberg.

Nog twee jaar te gaan, maar de emoties beginnen al op te spelen. Fort De Goede Hoop is in Zuid-Afrika veel méér dan een toeristische trekpleister. Het `kasteel', zoals het in Kaapstad wordt genoemd, staat symbool voor het Zuid-Afrikaanse leger. De vorm van het fort, een pentagon, siert de uniformen van militairen die nog altijd worden gezien als de botte bijl in handen van het apartheidsregime. Tot begin jaren negentig was de toegang tot het fort `slegs vir blankes'. En nog altijd weigeren talloze zwarten ook maar één stap te zetten in de voormalige VOC-vesting.

Na de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika, in 1994, trad in het fort een nieuwe generatie medewerkers aan die `schokkende' exposities organiseerde. Zo werd aan zeven kunstenaars gevraagd hun visie te geven op het voormalige apartheidsregime, waarbij een van hen een wereldkaart uitvoerde in verscheurde legeruniformen. ,,Het gaf geweldig veel commotie'', vertelt Lalou Meltzer, directeur van het in het fort gevestigde museum. ,,Blanke Zuid-Afrikanen toonden zich geschokt. In kranten werd fel afkeurend geschreven.'' Achteraf kan Meltzer wel lachen om de opwinding van vijf jaar geleden. ,,Onze eerste exposities hadden vooral een therapeutische functie. Het was een vorm van stoom afblazen na de tijd van apartheid.''

Maar nieuw ongemak dient zich aan in Van Riebeecks voormalige bastion nu 2002 nadert. Hoe valt de vestiging van de blanken te vertellen in een door zwarten geregeerd Zuid-Afrika?

Het Zuid-Afrikaans Cultureel-Historisch Museum in het centrum van Kaapstad getuigt nog steeds van de zuiver blanke geschiedschrijving van het ancien régime. Het is gevuld met schilderijen, porseleinen vazen en andere gebruiksvoorwerpen uit de 17de en 18de eeuw. Het verleden van zwarte Zuid-Afrikaners valt er nauwelijks te bekennen. Extra wrang is dat het museum is gevestigd in het voormalige slavenverblijf dat werd beheerd door de blanke `vrijburgers'.

Onder leiding van archeologe Gabeba Abrahams-Willis zijn studenten en vrijwilligers op het museumterrein bezig met opgravingen die moeten bijdragen aan een reconstructie van het dagelijks leven in de Slave Lodge.

Abrahams is nauw betrokken bij een `forum' van tientallen organisaties in Kaapstad die een programma samenstellen voor het herdenkingsjaar 2002. Zij spreekt op beduidend scherper toon dan de gepensioneerde directeur van de Zuid-Afrikaanse nationale bibliotheek, Piet Westra, die in 1953 op 15-jarige leeftijd met zijn ouders uit Groningen naar Kaapstad is geemigreerd. Westra heeft er begrip voor dat velen in Zuid-Afrika ,,zoeken naar nieuwe interpretaties van het verleden''. Tegelijk vreest hij dat het `Jan van Riebeeck-jaar' door sommigen wordt aangegrepen om het blanke verleden louter in een kwaad daglicht te stellen.

Westra zelf hoopt vooral op fraaie tentoonstellingen in het fort. Met bijvoorbeeld een op schaal nagebouwde replica van het slavenschip De Meerman. En, Westra's grootste wens, de terugkeer naar Kaapstad van de door Robert Jacob Gordon gemaakte Atlas over het laat-18de-eeuwse Zuid-Afrika: zes bundels van grote cultuur-historische waarde die in bezit zijn van het Rijksprentenkabinet in Amsterdam.

Sandra Prosalendis, directeur van het District Six Museum, dat herinnert aan een wegens rassenscheiding platgewalste volkswijk, heeft samen met Lalou Meltzer van het museum in het fort een voorlopig plan geschreven voor een reeks exposities, congressen en publicaties in 2002.

,,Soms word ik er moedeloos van'', zegt Prosalendis. ,,Er zijn zoveel verschillende opvattingen, zoveel verborgen agenda's. Sommigen willen simpelweg alle blanken aan de schandpaal nagelen. Anderen willen vooral een romantisch en beschaafd verleden tot leven wekken. De herdenking van het jaar 2002 is een soort snelkookpan, waarin we hopelijk leren op een volwassen wijze om te gaan met historisch onderzoek. Maar het wordt een harde leerschool, dat vrees ik wel.''