EU in het geweer tegen spionage

De ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van de Europese Unie willen nagaan hoe industriële spionage door het onderscheppen van telecommunicatieverkeer kan worden voorkomen. Daartoe moet een groep deskundigen worden gevormd die daarover gaat adviseren.

Dat heeft minister Korthals (Justitie) gisteren in Brussel bekendgemaakt. De ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van de vijftien lidstaten van de Unie waren daar bijeen voor de zogeheten JBZ-raad. De kwestie rond de industriële spionage stond niet formeel op de agenda, maar werd tijdens de lunch ter sprake gebracht naar aanleiding van berichten over Echelon, een spionagenetwerk dat door de Verenigde Staten samen met het Verenigd Koninkrijk zou zijn ontwikkeld. Korthals vindt het nog te voorbarig om te stellen dat de Britten zich zouden schuldig maken aan economische spionage, maar hij vindt dat de lidstaten maar beter het zekere voor het onzekere moeten nemen.

De Britse regering heeft steeds de verzekering gegeven dat de spionage-activiteiten beperkt blijven tot bepaalde terreinen die verband houden met bijvoorbeeld de strijd tegen terrorisme, drugscriminaliteit, corruptie en dergelijke. Economische spionage is daarbij niet aan de orde.

Maar de technische mogelijkheden om berichten te onderscheppen kunnen ook in verkeerde handen terechtkomen, aldus Korthals. Voorzorgsmaatregelen zijn daarom geboden. Hij voegde er aan toe dat de discussie zich nu wel richt op de Britten en de Amerikanen, maar dat Frankrijk en Duitsland ook geen `heilige boontjes' zijn.

De EU-ministers zullen ook de Europese Commissie vragen met voorstellen omtrent Echelon te komen. Tot dusver heeft de commissie steeds het standpunt verkondigd dat voor het bestaan van dit spionagenetwerk geen onweerlegbare bewijzen zijn en dat er dus ook geen reden is om in het geweer te komen.