Elke week een nieuwe Zeeman

Textielketen Zeeman groeit. De discounter ontvangt steeds meer klanten uit de brede middengroep.

Niemand schaamt zich meer voor Zeeman. Paul Schouwenaar, algemeen directeur van de goedkope `textielsupers', kan dat aantonen: zijn bedrijf verkocht vorig jaar 20 procent meer plastic tasjes met Zeeman-logo dan het jaar daarvoor.

De textielketen lijkt niet te stuiten. Vorige week presenteerde de groep een winststijging met 51 procent, tot 30,4 miljoen gulden. De omzet nam met 8 procent toe tot 533 miljoen gulden.

Schouwenaar, die vorig jaar het roer overnam van oprichter Jan Zeeman, wil het aantal winkels in Europa (eind vorig jaar 553) binnen zes jaar verdubbelen. Dat betekent: elke week een nieuwe opening. Met name in België, Duitsland en Frankrijk, waar Zeeman respectievelijk 57, 103 en 2 winkels telde, ligt ,,een wereld open''. Ook daar blijkt men gesteld op lage prijzen, en een Europees opererende concurrent bestaat niet. In Berlijn opende de keten onlangs zes winkels op één dag en het leek volgens Schouwenaar wel oorlog. ,,Klanten vochten zich een weg naar binnen.''

Naast het vaste publiek van koopjesjagers komen steeds meer Zeeman-klanten uit de `brede middengroep', zegt Schouwenaar. Natuurlijk lopen grote groepen, die door de hoogconjunctuur meer te besteden hebben, Zeeman voorbij, zegt hij. Op zoek naar mooie, dure merken. ,,Maar we blijken toch ook slimme kopers te trekken. Mensen met een goed inkomen die voor weinig geld goede onderbroeken, t-shirts of babykleding willen hebben.''

De prijzen houdt Zeeman laag (satijnen nachthemd: 19,95 gulden) door in te kopen in Azië, alles zelf te distribueren, goedkoop personeel in te zetten en lage huren te betalen. De helft van de winkelbedienden in Nederland is nog geen twintig jaar oud; de winkels staan nooit op dure A-lokaties maar vlakbij of op B-lokaties. ,,Ook in verpauperde buurten blijven we staan, als het maar rendeert.'' Wel zal de keten dit jaar zes filialen sluiten omdat ze óf te groot waren óf niet meer rendeerden.

De Europese expansie kan geheel worden betaald uit eigen middelen omdat elke winkel ,,meteen geld oplevert'', aldus Schouwenaar. De groep hanteert daartoe de `olievlek-formule'; trekt een vestiging steeds meer klanten uit de regio, dan wordt in de omgeving een nieuwe winkel geopend. ,,Alleen Berlijn was een risico omdat ze ons daar nog niet kenden, maar dat gaat goed.''

Juist omdat de keten wil investeren in expansie is een beursgang de komende jaren niet opportuun, zegt de directeur. ,,We willen niet onder druk van aandeelhouders staan die de beurskoers belangrijk vinden en meteen dividend willen zien. Onze huidige grootaandeelhouder staat achter ons beleid en zal voorlopig zijn belang niet verkopen. Hij bezit 80 procent.''

Die grootaandeelhouder, Jan Zeeman, bouwde die het bedrijf in dertig jaar uit van één winkel tot een keten met alleen al in Nederland een kleine 400 vestigingen. Volgens Schouwenaar laat hij het beleid nu over aan de nieuwe directie. ,,We spreken elkaar regelmatig, maar hij laat het nu aan ons over.''

    • Frederiek Weeda