Bericht

's Morgensvroeg zeven uur, het echtpaar veertigers nog – zit aan het ontbijt. De man staart naar de grauwe wolkenluchten die drie hoog voorbijdrijven en lijkt niet echt ingenomen met het vooruitzicht van een nieuwe dag. Hij heeft één wang slecht geschoren en hij morst met de hagelslag op zijn beschuit. De vrouw heeft haar hoofd half van hem afgewend om het ochtendblad te kunnen lezen. Het is geen vredig tafereel, het is eerder het begin van een eenakter waarmee je als toeschouwer nog alle kanten op kunt.

Plotseling begint de vrouw verrast voor te lezen, er lijkt in haar diepste wezen een snaar geraakt.

,,De werkplek'', leest ze, ,,lijkt de plaats bij uitstek voor vrouwen om een buitenechtelijke affaire te hebben.''

Ze kijkt de man niet aan, maar laat wel even een stilte vallen. Hij bukt zich naar de grond om wat korreltjes hagelslag tot de orde te roepen, komt traag overeind en begint zijn ei te pellen. ,,Wat zegt het weerbericht'', zegt hij, ,,krijgen we weer zoveel storm?''

,,Volgens het Duitse economische tijdschrift BIZZ'', vervolgt de vrouw, ,,heeft een studie uitgewezen dat een op de vier vrouwen het aanlegt met een collega.''

Hij schenkt thee in alleen voor zichzelf – en zet de theepot tamelijk hardhandig op het dienblad terug. ,,Het regent'', zegt hij, ,,en ik heb geen paraplu. Wat heb jij toch met mijn paraplu gedaan?''

,,Een op de zes ondervraagde mannen kon terugkijken op een relatie'', leest de vrouw verder.

,,Heb je nog dat knoopje aan mijn overhemd gezet?'' vraagt de man.

,,Zeker twintig procent van de mannen onder de dertig gaf aan dat erotische spanningen tussen collega's het arbeidsklimaat verbeteren'', aldus de vrouw.

,,Ik wou dat ik weer eens één nacht echt goed kon slapen'', zegt de man, ,,zoals vroeger.''

,,Affaires worden door de meesten echter niet goed geacht voor de carrière'', zegt de vrouw.

,,Ik droom zo rot'', zegt de man.

,,Slechts elf procent vindt dat door een relatie de toekomstperspectieven beter zouden worden'', voltooit de vrouw het bericht. Haar toon heeft steeds neutraal geklonken, maar het was een neutraliteit die veroverd moest worden. Ze kijkt hem nu eindelijk aan, zeer vluchtig, alsof ze zich er alleen van wil overtuigen dat hij er nog zit.

,,Ik liep op een verlaten weg'', huivert de man, ,,en er kwam een grote, natte hond op me af.''

,,Ik ga nog even mijn gezicht doen'', zegt de vrouw.

Een half uur later staan ze beiden bij de voordeur, gereed voor een nieuwe werkdag – opgetuigd, maar niet opgetogen. De man draagt een grote aktetas, de vrouw een kleine, leren schooltas. Hij gaat haar voor de trap af en zegt pas bij de voordeur, snel en bijna onverschillig alsof het hem niet aangaat: ,,Kan het vanavond weer erg uitlopen?''

    • Frits Abrahams