Bel Joeri voor de afrekening

,,Een mens dat, fuck, nog nooit een moord heeft georganiseerd, fuck, begrijpt het fuckende mechanisme niet.'' Een ex-agent van de Russische elite-eenheid Spetsnaz (`speciale bestemming') legt het onbekommerd uit. Vroeger, toen de Sovjet-Unie nog bestond, werkte hij voor de staat. Nu is hij voor zichzelf begonnen. In een flat ergens in Moskou houdt hij kantoor. Hier ligt zijn wapenarsenaal en luistert hij de semafoons van jan en alleman af. Dit is zijn uitvalsbasis. ,,Onze groep is in staat binnen enkele uren een operatie uit te voeren, in welke stad dan ook. Bljad nachoej.'' Hij is een van die `pitbulls' die door de onttakeling van Rusland niet meer aan de lijn worden gehouden, noch door de wet noch door hun superieuren, zoals de drieste tweedelige BBC-documentaire Spetsnaz het formuleert.

Spetsnaz stamt uit de jaren dertig. De eerste commandant, Ilja Starinov – hoogbejaard maar nog steeds in gevechtstenue gekleed – verdiende zijn sporen in de Spaanse burgeroorlog. Het vertrouwen van de mannen nam een vlucht toen Joeri Andropov tussen 1967-1982 de KGB leidde. De moord op de Afghaanse partijleider Amin in 1979 was een staaltje van hun professionaliteit. Dat het leger er daarna een `puinhoop' van maakte, was Spetsnaz niet aan te rekenen. In eigen land dijde de elite-eenheid ondertussen uit tot honderdduizend man. De top der top tooide zich met namen als `Alfa' of `Wimpel' en voerde opdrachten uit van Doesjanbe tot Vilnius. De bevelen stonden niet zwart-op-wit. De politieke leiding moest zich altijd kunnen verschuilen achter onwetendheid.

In augustus 1991 ging het mis. De putschisten wilden de elitetroepen inzetten tegen Jeltsin en zijn parlement. De commandanten vonden de risico's te groot en weigerden. President Jeltsin onderwierp ze vervolgens direct aan zijn eigen gezag. Een nieuwe tijd brak aan. Her en der werden ze ingezet. Bijvoorbeeld in gevangenissen om gedetineerden (`teven') half dood te knuppelen als de cipiers het niet meer aankonden. Totdat het wederom uit de hand liep: in de eerste Tsjetsjeense oorlog (1994-96). Net als in Afghanistan liep die uit op een drama. Een moeder zag haar zoon dolgedraaid terugkeren. Ook de verhalen van anderen sporen naadloos met beeld en tekst van Oleg Klimov in deze krant.

De jongens van de aldus vernederde Spetsnaz kozen eieren voor hun geld. De hoogste bieder kon op hen rekenen. Het wilde kapitalisme, dat onder Jeltsin ging floreren, had behoefte aan particuliere bewakers én moordenaars. Een arbeidsconflict met een manager? Bel Joeri om haar van de werkvloer te verwijderen. Een meningsverschil met een concurrent? Bel Joeri voor de `afrekening'. Of hij nu privé werkt of voor het ministerie van binnenlandse zaken, dat maakt niet uit.

Volgens oud-generaal Aleksandr Lebed zijn inmiddels zeshonderdduizend mannen in deze branche werkzaam. Een deel valt nog onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Maar ook die zijn te koop. ,,Wie betaalt, bestelt de muziek.'' Voor de mannen van de Spetsnaz blijft hun werk hun `noodlot'. KGB-oprichter Feliks Dzerzjinksi is nog steeds hun `idool', ook al rappen (`kom op, kom op/drinken en roken, geef `t op') ze tegenwoordig bij voorkeur op muziek van Queen.

Wie iets wil begrijpen van de Russische markteconomie kan terecht bij de BBC.

Spetsnaz: Inside the Russian SAS, Ned.3, 23.25-0.20u.

    • Hubert Smeets