Van Aartsen voelt niets voor handel met Iran

Nederland voelt niets voor het aanhalen van de handelsbetrekkingen met Iran, zolang dat land zijn mensenrechtenbeleid niet verbetert en zijn rechtsbestel niet `transparanter' maakt. Dit heeft minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) vanmorgen in Teheran gezegd na een gesprek met zijn Iraanse collega Kamal Kharrazi dat volgens Van Aartsen ,,hard en taai'' was geweest. ,,Deze keer kon het niet allereerst om de belangen van de BV Nederland gaan'', zei hij. Kharrazi had gezegd dat de Iraanse markt open lag voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Van Aartsen wees er op een persconferentie vanmorgen uitdrukkelijk op dat niet hij, maar Kharrazi in het anderhalf uur durende gesprek over verbetering van de bilaterale economische relatie was begonnen. Daarop had Van Aartsen gezegd dat zowel de Nederlandse regering als het bedrijfsleven kwesties van rechtshandhaving en het Iraanse mensenrechtenbeleid zó belangrijk vindt dat daarin eerst verbetering moet komen. De minister had ook zijn `grote bezorgdheid' uitgesproken over het besloten proces in Shiraz tegen 13 van spionage voor Israel en de VS verdachte joden. Kharrazi zei daarop enigszins geprikkeld dat dit proces een ,,interne Iraanse aangelegenheid'' is, waarmee derde landen zich niet moeten bemoeien. Op vragen over het sluiten van hervormingsgezinde Iraanse media onder conservatieve druk zei Kharrazi dat kranten en journalisten in Iran `evenwichtig en steeds ook met het belang van hun land voor ogen' moeten werken. ,,Dat is doodgewoon'', zei hij. Sommige EU-landen hanteren jegens Iran `een dubbele standaard' en kijken te weinig naar wat er in andere landen met mensenrechten gebeurt, zei hij.

Ook overigens bleken Van Aartsen en zijn Iraanse collega het over weinig zaken eens geraakt. Zij benadrukten wel dat het eerste bezoek van de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, waarvoor de uitnodiging in 1998 was gedaan, sinds 21 jaar op een bijzonder tijdstip was gekomen, namelijk nadat zaterdag een nieuw Iraans parlement met een ruime hervormingsgezinde meerderheid was geïnstalleerd.

Kharrazi klaagde ,,over de aanwezigheid van de terroristische organisatie mujahedin khalq op Nederlands grondgebied''. Volgens hem gebruikt die organisatie van gevluchte Iraniërs Nederland als ,,basis voor subversieve acties'' tegen Iran. Ook heeft zij via haar invloed op politici en media, de afgelopen jaren soms bijgedragen tot een negatief klimmaat tussen beide landen, ,,en dat moet verdwijnen'', zei hij.

Van Aartsen had zijn collega gevraagd of Iran zijn invloed op de Hezbollah-beweging in Zuid-Libanon wilde aanwenden om de Libanese regering na de terugtrekking van Israel ,,volledig gezag'' te laten krijgen. ,,Wij hopen nu op uitvoering van resolutie 425 van de Veiligheidsraad en effectieve beveiliging van de Israelisch-Libanese grens door de Libanese regering'', zei Van Aartsen. Maar Kharrazi, die gisteren in Syrië was, bracht daar tegenin dat Israel Zuid-Libanon niet geheel conform resolutie 425 heeft ontruimd. ,,De overwinning van het Libanese volk is belangrijk, maar de Israelische dreiging voor zijn buren blijft bestaan, dus waakzaamheid blijft geboden,'' aldus de Iraanse minister.