Twintig jaar BOM-vrouwen

Na haar studie aan de sociale academie ambieerde Cécile Jansen geen baan, ze wilde een kind. Ze droomde niet van de prins op het witte paard, ze droomde überhaupt niet van een man aan haar zijde. Ze koos daarentegen voor het bewust ongehuwd moederschap en maakte daar, getuige regelmatige optredens op radio en tv eind jaren '70, geen geheim van.

Het fenomeen BOM-vrouw was een feit en zou de gemoederen hevig bezighouden. Haar eerste kind, een jongen, werd door een vriend verwekt, kunstmatige inseminatie ging Cécile Jansen te ver. De verwekker van haar tweede kind, een dochter, was een minnaar die niet wist dat hij de verwekker was totdat jaren later de dochter nieuwsgierig werd naar haar biologische vader en DNA onderzoek uitsluitsel gaf.

In de documentaire die de NCRV vanavond uitzendt, blikt Cécile Jansen terug op 20 jaar bewust ongehuwd moederschap. Hoe ze het aanvankelijk maar niets vond dat haar eerste kind een jongetje bleek te zijn. ,,We hadden ook nog geen naam, alleen een werktitel: Willem'', vertelt ze. Hoe dan ook, Willem moest en zou feministisch worden opgevoed: ,,We dachten: het is een maakbare samenleving.'' En of Willem het nou leuk vond of niet, dat wordt in de documentaire niet duidelijk, hij werd in een jurk naar school gestuurd.

Terugblikkend zegt hij: ,,Het vrouwonvriendelijke is er bij mij nooit ingekomen. Als zoiets gebeurde, werd het er wel uitgemept.'' Met zijn zusje Berthe groeit hij op en uit niets blijkt dat zij het als een gemis beschouwen dat in huis een vader afwezig is. Wel is een bevriend echtpaar nauw bij het wel en wee van Cécile en haar kinderen betrokken. Er waren meer BOM-vrouwen in die jaren. ,,Ik deed hetzelfde als Cécile, maar zonder theorie'', aldus VPRO-presentatrice Hanneke Groenteman.

De documentaire had aan kwaliteit gewonnen wanneer dieper op de theorievorming uit die dagen betreffende het opvoeden van kinderen zonder vader, zou zijn ingegaan. Volgens de NCRV is het verhaal van Cécile ,,doorspekt van een links-feministische, ideologische kretologie die nu, eind jaren negentig, lachwekkend aandoet''. Dat is dan vooral de schuld van de documentairemaker die niet de moeite heeft genomen het fenomeen BOM-vrouw boven het niveau van `links-feministische ideologische kretologie' uit te tillen. Wanneer Cécile bijvoorbeeld zegt: ,,Het isolement van twee-oudergezinnen verwierp ik'', en daarbij wijst op geweld binnen het gezin, zou kunnen worden ingehaakt op de Blijf van m'n Lijf-huizen die in de tweede helft van de jaren '70 opkwamen.

Ook de wens van de dochter te weten wie haar biologische vader is, past in de discussie over de wenselijkheid of onwenselijkheid van de anonieme verwekker/donor.

,,Ik hoop dat het een tijdelijke aberratie is'', aldus een pedagoge tijdens een discussie uit die dagen over de voors en tegens van een BOM-vrouw. Er werd in die tijd veel meer en diepgravender gediscussieerd over dit fenomeen dan de documentaire laat zien.

Dat is jammer.

Dokument: Sweet Cecile, Ned.1, 22.56-23.53u.