Stortplaatsen veel minder vuil

Het storten van afval brengt het milieu minder schade toe dan gedacht. Misschien moet het stortbeleid drastisch worden gewijzigd.

Het onderzoek naar natuurlijke processen in voormalige stortplaatsen is nog niet afgesloten. Maar als de voorlopige resultaten niet bedriegen, valt het reuze mee met de verontreiniging van oude belten. Dan is een kostbare sanering van tien tot vijftien miljard gulden op alle 3.800 vuilstorten in Nederland niet nodig. Dan kan worden volstaan met maatregelen op `slechts' 400 locaties en verder met preventie en controle. Dat kost de helft minder dan het bedrag waarvan tot nu toe werd uitgegaan.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door adviesbureau Iwaco in Den Bosch, in samenwerking met adviesbureau Bioclear in Groningen, de Amsterdamse Vrije Universiteit en TNO. Opdrachtgever is de werkgroep Nazorg Voormalige Stortplaatsen (Navos) die is ingesteld door het directoraat-generaal milieu van VROM, de Unie van Waterschappen, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De werkgroep moet binnen enkele jaren komen met voorstellen voor de aanpak van de oude stortplaatsen.

Onderzoeker ir. Willem van Vossen van Iwaco: ,,De sanering van de voormalige stortplaatsen is een aantal jaren geleden tot groot milieuhygiënisch probleem verklaard. Wij zeggen dat het allemaal zo erg niet is. Met een representatieve steekproef onder tachtig stortplaatsen hebben we aangetoond dat als gevolg van natuurlijke processen, natural attenuation genoemd, er op tachtig tot negentig procent van de stortplaatsen nauwelijks sprake is van verontreiniging.''

De aanwezigheid van organisch afval heeft een heilzame uitwerking gehad op de vuilstorten, stellen de onderzoekers. Bacteriën uit huisvuil en gft-afval blijken in de loop van decennia schadelijke stoffen voor een groot deel af te breken. Er is sprake van microbiologische afbraak, chemische omzetting, vervluchtiging, neerslaan van zware metalen, binding aan organisch stof en verdunning. Een relatief kleine hoeveelheid organisch afval is genoeg om dit proces in gang te zetten. Alleen op stortplaatsen waar kennelijk zeer giftige stoffen zijn gedeponeerd, was de buffer aan organisch afval niet groot genoeg om verontreiniging in het grondwater te voorkomen, aldus onderzoeker Van Vossen.

De natuurlijke processen in de belt leiden tot minder emissie naar het grondwater, minder vuilpluimen buiten de stort en minder gevaar voor de toekomst. En dat betekent vooral dat minder geld hoeft te worden uitgegeven aan het jarenlang onttrekken van vervuild grondwater onder de stort en aan het reinigen daarvan, om het schone water daarna in het riool te mogen pompen of, in het landelijk gebied waar veel oude storten liggen, op het oppervlaktewater te mogen lozen. Overigens zijn op zeventig procent van alle oude stortplaatsen wel maatregelen nodig aan de oppervlakte. De komende jaren moet een keuze worden gemaakt over materiaal en dikte van een nieuwe afdeklaag om te voorkomen dat bezoekers worden blootgesteld aan verontreiniging.

Als de resultaten van het onderzoek de komende jaren worden bevestigd, zijn de implicaties groot, meent ir. Jan van der Ben, voorzitter van de werkgroep Nazorg Voormalige Stortplaatsen. Niet alleen voor de aanpak van de oude stortplaatsen, maar ook voor het stortbeleid in de toekomst. ,,Storten lijkt veel minder schadelijk voor het milieu dan lange tijd is verondersteld. Dit lijkt zeker het geval wanneer het slim gebeurt volgens de randvoorwaarden van duurzaam storten'', aldus Van der Ben. Onder duurzaam storten verstaat hij het stimuleren van de natuurlijke processen in de stortplaats. Bij de huidige zeventig overgebleven stortplaatsen mag sinds een aantal jaren geen huisvuil of gft-afval worden aangeboden. Dat wordt verbrand of gecomposteerd. De vraag is of dat de stortplaats ten goede komt. Van der Ben suggereert om ,,selectief te stoppen'' met de gescheiden inzameling van gft-afval om het, waar nodig, samen met het andere huisvuil te storten. Het toevoegen van organisch afval aan de huidige stortplaatsen is hard nodig om te voorkomen dat deze overgebleven stortplaatsen uitgroeien tot een gevaar voor volgende generaties, zegt onderzoeker Van Vossen van Iwaco. ,,In de jaren vijftig, zestig en zeventig was alles lang niet zo goed geregeld als nu. Bij de huidige stortplaatsen wordt alles vrij nauwkeurig geregistreerd, maar wat er wordt gestort is wel het ergste van het ergste. Wat is er tegen om een optimale mix te maken van afval dat het proces van natural attenuation bevordert? Daarvoor zou je heel goed het gft-afval kunnen gebruiken dat nu niet apart wordt opgehaald, omdat het in steden op de balkons op drie hoog achter te veel stinkt.''

Als het onderzoek aanslaat bij de beleidsmakers, gaan de oude stortplaatsen nog een mooie toekomst tegemoet. ,,Oude stortplaatsen zijn lange tijd beschouwd als tijdbommen die elk moment konden afgaan. Dat blijken ze veelal niet te zijn,'' aldus Van der Ben. Met extensieve nazorg zijn ze, bezien uit milieuoogpunt, heel geschikt als parkeerterrein, bedrijvenpark of natuurgebied.

Onderzoeker Van Vossen van Iwaco: ,,Als bouwen op de belt zorgvuldig wordt gecommuniceerd, is het een reële optie. We moeten de komende jaren een draagvlak proberen te krijgen, zodat het bij de bouwers en de natuurbeheerders tussen de oren gaat zitten.''