Storm niet enige probleem bij het Dunya Festival

Hoeveel pech kan een festival hebben? Op het Rotterdamse wereldmuziekfestival Dunya bleek Murphy's law van toepassing: alles dat mis kon gaan, ging ook mis. Publiekstrekker Cheikh Lô had een dubbele boeking in zijn agenda en zegde af. Diskjockey U-Cef kwam te laat en rapper Def Rhymz liet vlak voor zijn optreden per mobieltje weten helemaal niet te zullen komen, waardoor het zaterdagmiddagprogramma redelijk chaotisch verliep. Een stevige storm en windkracht 12 in het vooruitzicht noopte de organisatoren de tweede festivaldag helemaal af te lasten - terwijl het evenement op advies van TV Rijnmond-weerman Ed Aldus juist verplaatst was van begin juni naar eind mei. Zondagmiddag rond twee uur zette de brandweer het park rond de Euromast af, pakten gedupeerde middenstanders hun shoarma en bakkeljauw weer in en werden de festiviteiten rond 25 jaar Kaapverdiaanse onafhankelijkheid opgeschort.

Gelukkig telde het Dunya Festival voor de eerste keer in zijn bestaan niet een maar twee dagen en was niet alles verloren. De zaterdagmiddag stond in het teken van de `New Generation', etnisch getinte muziek uit de stedelijke jongerencultuur. Op papier heet dit `een fusie tussen traditie en moderniteit' maar op het podium bleek het vooral gewoon hiphop van Amerikaanse snit op te leveren. De Nederlandse E-Life, het Cubaanse rap-collectief Orishas en het Senegalese Tim Timol bewezen dat het Amerikaanse idioom, dat door MTV huiskamers over de hele wereld wordt binnengeslingerd, de grote culturele gelijkmaker is. Heel toepasselijk stond mainstream-rapper Coolio geprogrammeerd als uitsmijter van de middag.

Voor het avondprogramma werden de ijsmutsen en trainingspakken ingeruild voor exotische gewaden en maakten de ritmeboxen plaats voor een conventioneler instrumentarium. En meteen bleek de traditionelere muziek geschikter voor een buitenpodium dan de tussen het geringe publiek verwaaiende beats van de hiphoppers.

Dat gold zelfs voor een echte `luister'-act als de Cilay Dance Company uit Sumatra. De zangers en percussionisten van het matriarchale Minangkabau-volk betoonden zich meesters van de ingewikkelde ritmeverschuivingen en brachten hun gelaagde composities met groot gevoel voor dynamiek. Het was echt muziek om met gesloten ogen hevig geconcentreerd naar te gaan zitten luisteren. Maar wie dat deed, miste de bijbehorende dansgroep.

Ook de slotact van zaterdag viel op door haar ingetogen karakter. Rokia Traore, die door verschillende critici al wordt aangeduid als de Malinese Joan Beaz of Afrikaanse Tracy Chapman, vermengde traditionele Malinese liedstructuren met blues en folk. Haar bijzonder krachtige en rijke stemgeluid dreef op de kabbelende golfjes van de repetitieve melodielijnen gespeeld met traditionele snaar- en percussie-instrumenten. Toen ze na een half uur net lekker opgewarmd raakte, moest Traore stoppen omdat de hinderwetvergunning om één uur afliep. Fans die zich troostten met de belofte van een tweede optreden op zondag, zagen minder dan twaalf uur later die belofte vervliegen.

Concert: Dunya Festival in Rotterdam. Gehoord: 27/5.