Reageerbuisbaby's vaker te licht en vroeg geboren

Een reageerbuisbevruchting verhoogt de kans op een te vroeg geboren of een te lichte baby. De kans hierop is vijfmaal zo hoog als bij een natuurlijke bevruchting.

Dat ligt niet alleen aan het hoge percentage meerlingzwangerschappen, maar ook aan de in vitro fertilisatie (IVF) zelf.

Dat blijkt uit promotieonderzoek van Simone Buitendijk van TNO-Preventie en Gezondheid, waaraan alle Nederlandse IVF-klinieken hebben meegewerkt. Ruim zeventien jaar nadat de eerste Nederlandse reageerbuisbaby ter wereld kwam, geven de resultaten aan dat niet alleen het aantal teruggeplaatste embryo's, maar hoogstwaarschijnlijk ook de IVF-procedure zelf de ontwikkeling van baby's kan verstoren. Dit effect blijft waarneembaar, zelfs nadat met allerlei invloeden, zoals leeftijd, onvruchtbaarheid en gezondheid van de moeder, rekening wordt gehouden.

De IVF-procedure verhoogt de kans op een vroeggeboorte van zes procent tot zeven à negen procent, en verlaagt het geboortegewicht met gemiddeld 150 gram. Dat IVF de ontwikkeling van het embryo kan verstoren, is al gebleken uit onderzoek bij dieren: IVF-kalfjes vertonen in de baarmoeder vaker een abnormale groei.

Een op de zeventig pasgeborenen per jaar is een IVF-kind. Voor de mogelijk schadelijke effecten van IVF is tot dusver weinig belangstelling geweest, stelt arts-epidemioloog Buitendijk in haar proefschrift. Ten onrechte, want groeivertraging en vroeggeboorte verhogen de kans op ziekte rond de geboorte en geven gezondheidsrisico's op latere leeftijd.

Ook de motorische ontwikkeling op tweejarige leeftijd is bij IVF-kinderen iets slechter dan bij natuurlijk verwekte kinderen, zo blijkt uit het onderzoek. Dat is te wijten aan de vroeggeboorte.

Verzekeraars vergoeden nu drie IVF-pogingen. Om de kans op zwangerschap te vergroten, kiezen zowel artsen als patiënten er in de regel voor om twee embryo's terug te plaatsen. Daardoor is 25 tot 30 procent van alle IVF-zwangerschappen een tweelingzwangerschap.

Buitendijk pleit voor betere voorlichting en voor meer onderzoek naar IVF, naar de mogelijkheid om slechts één embryo terug te plaatsen en naar de gevolgen ervan op lange termijn. Haar onderzoeksresultaten sluiten niet uit dat op de lange duur meer bijwerkingen aan het licht komen.

De Gezondheidsraad stelde in 1997 en 1998 in twee rapporten dat nieuwe voortplantingstechnieken worden gebruikt zonder dat voldoende onderzoek is verricht naar mogelijk schadelijke effecten. In zijn advies aan de minister van Volksgezondheid stelt de raad het ,,onaanvaardbaar'' te vinden dat ,,mogelijke veiligheidsrisico's worden afgewenteld op de vrouw en het (...) kind''.

Buitendijks verzoek om subsidie voor een vervolgonderzoek werd afgewezen door VWS.

    • Mariël Croon