Ramsj

Vroeger geneerden schrijvers zich als hun boeken bij De Slegte belandden. Misschien is dat nog steeds het geval, maar er is nu veel minder reden voor, besefte ik toen ik onlangs bij het Utrechtse filiaal van De Slegte het literaire aanbod inventariseerde.

Het lijkt wel of de kwaliteit van dat aanbod steeds beter wordt. Voor een prikje kun je er het puikje van de Nederlandse en buitenlandse literatuur kopen. Er ligt onder meer werk van V.S. Naipaul (tien titels!), Auster (4), Carver, Styron, Purdy, Coetzee, Philip Roth, Céline, Endo, Kapuscinsky, Pavese, Ondaatje, Nadine Gordimer, Calvino, Levi, Weldon, Tobias Wolff, Jeroen Brouwers (9), Reve (8), W.F. Hermans (twee essaybundels), Hemmerechts (4), Walschap, Kessels, Brakman, Bernlef, Kousbroek, Hofland, Kossmann, Koolhaas, Krol.

Honderden boeken waarmee je een kwaliteitsboekhandel moeiteloos kunt vullen.

Als dat het graf is van de literatuur zoals De Slegte wel eens is aangeduid – dan is het een eer om er te mogen liggen. Temeer omdat De Slegte lang niet meer alle uitgeversrestanten aankoopt: men selecteert.

Maar er zit ook een schaduwkant aan dit verschijnsel. Lezen we nog maar zo weinig, of richt de aandacht van de lezer zich zozeer op een paar bestsellers dat al die andere prachtboeken geen kans meer krijgen?

Geen nieuwe vragen, maar ze kwamen toch weer bij me op, vooral toen ik plotseling bij De Slegte een verrassende ontdekking deed: daar stonden, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, zeven van de dertien delen van het verzameld werk van een van onze grootste schrijvers, Ferdinand Bordewijk, uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar. Eens zeventig gulden per deel, nu voor 25 gulden te koop. Goed, enkele belangrijke delen (met o.a. Karakter, Bint en de Fantastische vertellingen) waren er niet bij, maar er blijft voor de liefhebber nog genoeg waardevols over.

Bordewijk verramsjen moest dat nou? Of werd ik een beetje te sentimenteel? Ik vroeg het uitgever Vic van de Reijt van Nijgh & Van Ditmar.

Hij verscheen helaas niet huilend aan de telefoon, op de rand van een totale ineenstorting, maar hij reageerde laconiek, als een man die zijn verlies weet te incasseren door het te relativeren. Hij was niet ontevreden, het had veel beroerder gekund, zoals destijds met het verzameld werk van Van Schendel. Sinds het uitkomen van het eerste deel van Bordewijks verzameld werk in 1982, aldus Van de Reijt, zijn er de nodige intekenaren overleden, en het is dan ook niet vreemd als de verkoop geleidelijk afneemt. Bovendien moeten we accepteren dat dit soort grote oeuvres je ziet het ook met Vestdijk – door de lezer uiteindelijk gereduceerd wordt tot twee, drie titels.

Nee, dat de literaire kritiek vorig jaar een luxe-editie van Bordewijks surrealistische verhalen (Huis te huur) totaal negeerde, daar was Van de Reijt pas écht bedroefd over. Zo konden wij toch nog in tranen afscheid van elkaar nemen.

    • Frits Abrahams