President Israel weg om schandaal

Onder druk van schandalen hebben gisteren de Israelische president, Ezer Weizman, en minister van Transport Yitzhak Mordechai hun aftreden aangekondigd.

Weizman (76), wiens naam en gezag ernstig zijn aangetast door beschuldigingen van corruptie en belastingfraude, maakte bekend dat hij 10 juli vertrekt, drie jaar voor zijn termijn afloopt. Afgelopen woensdag was juist besloten dat hij niet zou worden vervolgd, voor een deel omdat het tenlastegelegde was verjaard. Maar procureur-generaal Elyakim Rubinstein wees tegelijkertijd in zijn rapport op een ,,ernstig moreel probleem'' in het gedrag van Weizman, die tussen 1989 en 1993 bijna een half miljoen dollar van een Franse zakenman heeft ontvangen. Volgens Rubinsteins rapport heeft de president ,,het vertrouwen van het publiek in gekozen functionarissen geschaad''. Weizman had aanvankelijk tot oktober willen wachten met aftreden. Maar parlementsvoorzitter Avraham Burg had hem gewaarschuwd dat het parlement dan in actie zou komen om hem te ontslaan.

Mordechai op zijn beurt, die binnen enkele dagen vertrekt, is in staat van beschuldiging gesteld wegens drie gevallen van seksuele agressie tegen ondergeschikten. Het is de eerste keer dat een Israelische minister om die reden moet opstappen. Zelf ontkent hij overigens schuldig te zijn. Zijn vertrek is een slag voor de redelijk fragiele coalitie van premier Barak. Mordechai is de leider van de zes parlementariërs tellende Centrumpartij.

Een opvolger voor Weizman wordt volgens de Israelische televisie 26 juli gekozen. De belangrijkste kandidaten zijn ex-premier Shimon Peres, op dit moment minister van Regionale Samenwerking, en, namens de rechtse oppositie, ex-minister Moshe Katzav.