Pletnev `versteend' achter de piano

Toen hij nog een kleuter was, had de Russische pianist Mikhail Pletnev een bijzondere hobby: hij tekende alle instrumenten van het orkest, stalde ze voor zich uit op de keukentafel en begon te dirigeren. Tegenwoordig is Pletnev, in 1978 winnaar van de Gouden Medaille op het Tsjaikofski Concours in Moskou, behalve een grootmeester aan de vleugel ook een veelgevraagd dirigent. Bovendien heeft Pletnev een aantal uitstekende composities op zijn naam staan, waaronder het door altviolist Joeri Basjmet in première gebrachte Concert voor altviool oen orkest (1998).

Maar ook al is muzikale veelzijdigheid het handelsmerk van deze begaafde Rus, Pletnev is en blijft in de eerste plaats een pianovirtuoos met een verbluffende zeggenschap over zijn instrument. Het kan niet anders, of de eveneens dirigerende en componerende Rachmaninof, de meest superieure klavierleeuw van de twintigste eeuw, is Pletnevs grote voorbeeld. Want net als zijn illustere voorganger zit Pletnev bijna 'versteend' achter zijn instrument, en zelfs in de heftigste passages blijft hij uiterlijk kalm en schijnbaar onbewogen. Ook is er die hang naar een melancholieke, broeierige en mysterieuze klank, die wil bedwelmen en benevelen. En tenslotte is er dat hoorbare besef, dat elke indringende interpretatie een her-componeren van de partituur moet zijn, waarbij de inherente logica van een werk organisch tot klinken moet worden gebracht.

De manier waarop Pletnev zondagavond in het halfduister zijn publiek in trance probeerde te brengen met superieure uitvoeringen van Bachs Partita nr. 6 in e, BWV 830, Beethovens Sonate in c, op. 111 en vier Scherzo's (in b, op. 20; in bes, op. 31; in cis, op. 39, in E, op. 54), had wel iets weg van een spiritistische séance. De ingenieuze polyfonie van Bach, de bezwerende magie van Beethoven, de gesluierde melancholie van Chopin, het was er allemaal. Maar hoe imponerend al deze muziek ook klonk, de unieke zeggingskracht ervan werd door Pletnev bijna gesmoord in een vettige saus van zelfingenomenheid en arrogantie. Hoe knap Pletnev ook musiceerde, zijn pianospel deed snakken naar wat meer frisheid, humor, poëzie en gevoelsmatige oprechtheid.

Zijn Bach klonk bestudeerd in plaats van universeel, Beethoven miste bloed, zweet en tranen, en Chopin klonk bij Pletnev niet poëtisch maar gekunsteld, zwelgend en loodzwaar.

Concert: Mikhail Pletnev (piano). Programma: muziek van Bach, Beethoven en Chopin. Gehoord: 28/5 Concertgebouw Amsterdam.

    • Wenneke Savenije