Onbuigzame `landjonker' met voorliefde voor zichzelf

Herre Kingma, de nieuwe inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg, noemt zichzelf een warlord. Tegen het nieuwe topsalaris voor bijzondere ambtenaren gaat hij de `godvergeten klerezooi' bij de inspectie te lijf.

Er waren patiënten die huilden. Omdat ze `hun' dokter kwijtraakten, de cardioloog Jan Herre Kingma. Kingma, de nieuwe inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg, schreef er zelf over, in zijn column `Afscheid' in het vaktijdschrift Medisch Contact. In zijn spreekkamer zit een man die al vijftien jaar bij hem onder behandeling is. ,,Alsjeblieft geen emoties, anders kom ik helemaal niet meer door mijn spreekuur. Eindelijk zeg ik het: `Dit was het laatste consult. Ik ga weg. Voorgoed.' Tranen wellen op. Wanhoop, boosheid en ongeloof strijden om voorrang. `Maar dokter, hoe moet dat dan met mij?'''

Sommige patiënten brachten cadeaus. Een man uit Barneveld liet vier levende kippen achter op de balie van het ziekenhuis waar Kingma werkte, het Sint Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Kingma had de man tijdens een consult een `Barneveldse kippenboer' genoemd. Een grapje. Kingma maakt graag grapjes. Maar hij houdt er niet van, zeggen zijn medewerkers, als anderen grappen maken over hém. Kingma wist zich geen raad met de kippen. Hij belde zijn vrouw Marijke. Aan het eind van de dag ging een arts-assistent met twee Barneveldse hoenders naar huis, de andere twee gingen naar een vriendin van de familie.

Twee jaar geleden kreeg Kingma ook een afscheidscadeau waar hij moeite mee had. In 1998 kwam er een eind aan zijn voorzitterschap van de Orde van Medisch Specialisten, en het bestuur had bedacht dat het aardig was Kingma een portret aan te bieden van zichzelf. Het schilderij zou in het gebouw van de Orde aan de Lomanlaan in Utrecht worden opgehangen.

Het portret, van schilderes Diet Idzerda, staat op internet (www.euronet.nl/users/idz/images/index.html) onder de afbeeldingen van koningin Beatrix, prins Claus en kroonprins Willem-Alexander. Maar het schilderij – olie op canvas, zestig bij vijfenvijftig centimeter – hangt níet in het gebouw van de Orde. ,,We zoeken er nog een plekje voor'', jokt Ellen Quarles van Ufford, woordvoerster van de belangenorganisatie. Kingma zelf wil wel uitleggen waarom het portret nog op de grond staat: ,,Mijn vrouw vond het niet mooi. En ikzelf eerlijk gezegd ook niet.'' Vanochtend zou Kingma opnieuw poseren, voor een andere schilder.

Deze week treedt Jan Herre Kingma (52) aan als inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg op het ministerie van Volksgezondheid. Hij volgt de vorig jaar overleden Jitze Verhoeff op. Het is bij de inspectie, weet Kingma `uit de krant', een ,,godvergeten klerezooi''. De arts-inspecteurs zijn ontevreden over de reorganisatie van de dienst. Ze vrezen dat ze door de nieuwe plannen hun werk niet goed meer kunnen doen. Het aantal regionale inspecties wordt teruggebracht van zeven naar vier, en er worden minder ervaren artsen aangenomen. De hoogste ambtenaar op het departement, secretaris-generaal Roel Bekker, reageerde in deze krant op hun klachten: ,,Wie niet wil meedoen, sodemietert maar op.'' De Algemene Rekenkamer en ook het adviesbureau dat de reorganisatie begeleidt, Boer & Croon hadden ernstige kritiek op het functioneren van de inspectie.

Maar de nieuwe inspecteur-generaal zegt ,,ik ben goed in moeilijke klussen'' en de inspectie, zegt hij, doet ,,ook erg veel goed werk''. Hij noemt zichzelf een warlord, maar hij is, zegt hij zelf, een krijgsheer die vrede wil brengen, ook bij de inspectie.

In oktober vorig jaar werd Kingma gebeld door topambtenaar Bekker. De gesprekken over de arbeidsvoorwaarden duurden bijna vier maanden. Minister Els Borst van Volksgezondheid maakte gebruik van een mogelijkheid ambtenaren ,,in zeer bijzondere gevallen'' een tijdelijke aanstelling te geven ,,met op de persoon toegesneden arbeidsvoorwaarden''. Met deze nieuwe contracten probeert de overheid haar marktpositie te verbeteren. Het betekent dat het salaris hoger is dan gebruikelijk, maar dat er geen recht is op wachtgeld of een gouden handdruk. Verhoeff verdiende zo'n 200.000 gulden, Kingma zal ongeveer het dubbele ontvangen. Het ministerie wil niet zeggen hoeveel precies, en ook de nieuwe inspecteur-generaal zwijgt erover.

,,De pleitbezorger van de vrije markt'', zegt de VVD'er Kingma, ,,treedt nu in dienst van de overheid.'' Een `novum' in de familie. ,,Wij Kingma's zijn vrije mensen, we denken niet snel aan een ambtelijke carrière.''

,,Men zegt: wij Kingma's zijn een beetje de Buddenbrooks van Nederland.'' De familie uit het Friese dorp Makkum zat eeuwenlang in zaken, net als de rijke, Lübeckse familie Buddenbrook in de roman van Thomas Mann. En net als de familie in Buddenbrooks ondertitel – Verfall einer Familie – is na een kleine driehonderd jaar het aantal ondernemers in de familie Kingma op de vingers van één hand te tellen. In de zeventiende eeuw zeilden de Kingma's nog als vrachtvaarders, maar binnen één generatie werden ze rijk. Hylke Jans Kingma (1708-1782) verdiende een vermogen met handel, rederij en scheepsbouw. Hij etaleerde zijn rijkdom: er werd een nieuwe voorgevel gebouwd aan zijn huis in Makkum. Hylke Jans is de stamvader van de Friese dynastie die geld verdiende met een rederij, kalkovens, olieslagerijen en met bankieren.

,,De familie Kingma zag de waarde van het decor als constituerende factor voor de hele familie'', typeert Henk Nicolai de familie. In 1997 promoveerde hij op de geschiedenis van de Kingma's. ,,Niet alleen bouwde men aan een decorum, men hield dit ook zorgvuldig in stand.''

De familie legde een eigen archief aan. De zakelijke, maar ook de huiselijke kanten van de Kingma's worden geregistreerd. Er is een Kingma-stichting die de `familie-identiteit' bewaakt. Herre Kingma zelf is voorzitter van de Vereniging Familie Kingma. Twee keer per jaar brengt de vereniging de `Kingma Kroniek' uit, een `periodiek verschijnend verslag van de voortdurende geschiedenis van de nazaten van Hylke Jans en Ytje Hayes'.

Herre Kingma werd in 1948 geboren in Goes en behoort tot de Lemelerveldse tak van de familie, niet te verwarren met de Friese tak. Na een conflict met zijn vader Jan over beroeps- en partnerkeuze trok overgrootvader Marten Kingma in de jaren vijftig van de negentiende eeuw weg uit Friesland naar het Lemelerveld (Overijssel) om land te ontginnen. Zijn zonen maakten fortuin met het opzetten van melkfabrieken. Door de opkomst van de coöperaties na de Tweede Wereldoorlog kwam er een einde aan deze activiteiten en de vader van Herre moest op eigen kracht, wel gesteund door het familiekapitaal, een nieuwe weg inslaan. Samen met zijn vrouw runde hij een redelijk florerend huiswerkbegeleidingsinstituut in Rotterdam, ze hadden vijf kinderen. ,,Een schilderachtig gezin'', weet jeugdvriend Jan Willem Leer. ,,Veel belangstelling voor cultuur, gevoel voor stijl – noblesse oblige – en als er wijn werd gedronken bij het diner was er altijd een toost voor de majesteit.''

Herre Kingma zat op het lyceum in Rotterdam. Hij deed in 1967 staatsexamen, gymnasium bèta, omdat hij een jaar eerder klaar wilde zijn. Hij ging naar Groningen om, volgens de traditie van zijn moeders kant, geneeskunde te studeren. In Amsterdam bezetten studenten het Maagdenhuis, Kingma werd lid van het corps, Vindicat Atque Polit. Zijn vrienden noemden hem `de landjonker', hij reed in een klassieke Triumph Herald door `stad en ommeland'.

Begin jaren zeventig liep Kingma stage in het Haarlemse Sint Elizabeth Gasthuis en trouwde met een verpleegkundige uit dat ziekenhuis. Hij werkte als cardioloog in het Academisch Ziekenhuis in Groningen, daarna in Maastricht, en vanaf 1985 in het Sint Antoniusziekenhuis in Nieuwegein. Daar was hij hoofd van de researchafdeling.

Cardioloog Kingma groette zijn ondergeschikten niet, hij knikte. Secretariaatsmedewerkers en verpleegkundigen vonden hem `arrogant', `afstandelijk'. Maar ze keken ook tegen hem op. Omdat hij slim en snel was, maar vooral omdat hij zo vaak op televisie was.

In 1995 werd hij voorzitter van de Landelijke Specialisten Vereniging (LSV), later de Orde van Medisch Specialisten. Zijn voorganger, de longarts Palmen, was door het LSV-bestuur aan de kant gezet. Hij zou zich niet fel genoeg hebben verzet tegen plannen van het ministerie om een eind te maken aan het `vrije ondernemerschap' van specialisten in ziekenhuizen en het systeem van betaling per verrichting. Palmen was, zo bleek tijdens een televisie-interview, bereid tot een compromis.

Kingma verzette zich wel heftig tegen de plannen van minister Els Borst; hij maakte zoveel indruk op haar, dat zij hem zelf naar de inspectie haalde. Gynaecoloog Eylard van Hall was in die jaren voorzitter van het Nederlands Specialisten Genootschap, de organisatie die het wél eens was met de minister en af wilde van het imago dat specialisten alleen maar heel veel geld willen verdienen. Van Hall werd door LSV-collega's een `verrader' genoemd. Hij zegt nu: ,,Kingma was een autoritaire bestuurder, hij duldde weinig tegenspraak.'' Ook na afloop van debatten in de media bleef Kingma volgens Van Hall vaak `bozig'. ,,Het was een verkrampte, humorloze man.'' Volgens Rob Dillmann, toen secretaris van de artsenorganisatie KNMG, nu directeur van de Orde van Medisch Specialisten, is Kingma ,,iemand die het debat zoekt. Maar je moet wel weerwoord geven op niveau, anders verliest hij zijn aandacht. Hij analyseert vaak sneller dan mensen kunnen praten.''

Wim Kok, oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, overlegde met Kingma over de plannen van Volksgezondheid. Hij had, zegt hij nu, `respect' voor Kingma, omdat die `visionair' en `zeer kwaliteitsbewust' was. ,,Hij legde de professionele lat heel hoog.'' Maar de cardioloog was een lastig onderhandelaar. ,,Je moet geven en nemen. Hij wilde alleen maar nemen.'' Hij was, zegt Kok, ,,erg op zichzelf gericht. Hij heeft een duidelijk perspectief in zijn leven, en dat is hij zelf.''

Kingma deed volgens Kok nooit moeite deed om zich voor te stellen hoe de houding van de LSV overkwam op het andere personeel in ziekenhuizen, mensen die wél in loondienst werkten. ,,Volgens hem was het zo: een patiënt kwam naar de dokter, en het hele ziekenhuis moest zich daarnaar voegen. Hij heeft niet het vermogen zich in te leven in anderen.''

In 1997 werd Kingma deeltijd-hoogleraar in Groningen. De leerstoel wordt betaald door het Cardio Vasculair Onderwijs Instituut waarvan hij sinds 1993 voorzitter/directeur is. Hij was erg trots op de nieuwe titel, vertelt arts-assistent cardiologie Koos Plomp uit het Sint Antoniusziekenhuis. ,,Als iemand zei: `dokter Kingma', verbeterde hij dat: `professor Kingma'.''

Assistent Plomp bewondert Kingma's `creatieve geest', voor zijn kennis en ideeën. Dat Plomp zijn zoontje Herre noemde, had met die bewondering niks te maken, zegt hij. ,,Allebei de opa's heten Herman, maar dat vonden we geen leuke naam.'' Bedoeld of niet, Herre Kingma vond het geweldig.

Inspecteur-generaal Kingma kreeg van minister Borst toestemming om twee dagen per maand hoogleraar te zijn. Zijn vakgroep vindt dat te weinig en zal daar nog met Kingma over praten. In Groningen zijn de cardiologen die les krijgen van Kingma enthousiast over hem. Ook assistenten en verpleegkundigen in het Sint Antoniusziekenhuis kan hij begeesterd maken voor onderzoeksprojecten, maar een goede leidinggevende van de research-afdeling, zeggen ze, was hij niet. Plomp: ,,Hij was niet gestructureerd. Zijn gedachten schoten van links naar rechts, hij was altijd al bij idee drie en vier als de rest nog nadacht over idee een en twee.''

Joke Helwig, secretaresse van de afdeling: ,,Hij was geen manager, dat zei hij zelf ook. Hij werkte het liefst in het veld, haalde opdrachten binnen.'' Ze vond hem een prettige baas, zegt ze. Maar voor de research-afdeling is het volgens haar niet zo erg dat hij weg is. Er staat nu eindelijk een goed fax-apparaat, en er is een Engels medisch woordenboek aangeschaft. De maatschap cardiologen waar Kingma in zat probeerde zo weinig mogelijk geld uit te geven aan de afdeling. Helwig: ,,Kingma kwam te weinig voor z'n mensen op. Hij vond het wel goed zo.'' Voor de collega's en medewerkers in het Antoniusziekenhuis kwam het niet als een verrassing dat Kingma vertrekt. Hij was, zeggen ze, `aan iets anders toe'.

    • Petra de Koning
    • Cees Banning