Metrotreinen

IN DICHTBEVOLKTE metropolitane gebieden vormt het metronet het hart van het openbare vervoer. Passagiers die in Londen, Parijs of New York een metrostation binnenstappen, letten niet op de dienstregeling maar nemen de eerstvolgende trein. Zo niet in Nederland, waar het woon-werkverkeer dagelijks voor oeverloze files zorgt en een netwerk van frequente metrotreinen ontbreekt. Er worden wel plannen gemaakt, er wordt over gepalaverd, er wordt ook permanent gebouwd aan wegen en spoor, maar opschieten doet het niet en telkens zijn er andere prioriteiten die om aandacht vragen.

Railinfrabeheer (RIB), een dochterbedrijf van de NS, heeft een voorstel uitgewerkt om de komende tien jaar de investeringen in de hardware van het spoorbedrijf, de rails en de infrastructuur, anders aan te pakken. De omstandigheden zijn gunstig nu minister Netelenbos (Verkeer) links en rechts met geld strooit voor verbeteringen van het openbare vervoer in verband met de invoering van het rekeningrijden op de autowegen in de Randstad. Voor het Bereikbaarheidsoffensief Randstad worden alle mogelijke middelen ingezet en geld speelt met de aaneenschakeling van meevallers plus de verwachte opbrengsten van de veiling van etherfrequenties nauwelijks meer een rol.

IN DIT VERBAND zijn de voorstellen van het RIB verfrissend. Voor enkele miljarden meer (totaal 36 miljard gulden in tien jaar) becijfert het een extra stijging van het aantal treinreizigers en een betere aansluiting bij de behoeften van het forensenverkeer. Het RIB bepleit herziening van een aantal voorgenomen investeringen in het spoor, en rekent daarmee subtiel af met politiek gemotiveerde projecten die wat reizigersverkeer betreft minder prioriteit genieten. Niet alleen de plannen voor de `Hanzelijn' (Lelystad-Zwolle) of de `Zuiderzeelijn' (Lelystad-Groningen), maar ook de tunnel onder een weiland ten behoeve van de hogesnelheidslijn of de geldverslindende plannen voor een zweeftrein naar het noorden zijn voorbeelden van lobbywerk (de noordelijke provincies, de milieubeweging, onderzoeksbureaus). Politiek scoren ze, maar ze lossen geen knelpunten op.

Ook om een andere reden is het Meerjarenperspectief Concurrerend Spoor van Railinfrabeheer interessant. Vorige week publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een teleurstellend zwak rapport over privatisering en de verhouding tussen de private en publieke sector (`Het borgen van publiek belang'). Daarin wordt met veel omhaal van woorden betoogd dat de vraag of de overheid meer of minder moet privatiseren, niet eenvoudig valt te beantwoorden. Bij de verdere verzelfstandiging van de Spoorwegen blijft het RIB een overheidsdienst, een onderdeel van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Met het voorstel om de miljardeninvesteringen in de railinfrastructuur de komende jaren met voorrang te richten op de uitbouw van een net van metrotreinen toont het RIB aan dat een overheidsdienst heel goed een initiërende technische rol kan spelen met oog voor de markt. Want dat er een markt is voor frequent forensenverkeer in verstedelijkt Nederland, bewijzen iedere dag de filemeldingen.