Heel New York was op het Drum Rhythm Festival

In de film Jungle Fever (1991) van Spike Lee bespreekt een aantal wraakzuchtige vrouwen het overspelige gedrag van hun mannen. `Krijgsraad houden' noemen die mannen dat. Inmiddels heeft dit soort krijgsraad zich verplaatst van de huiskamer naar het podium. Tijdens een van de beste en vermakelijkste optredens op het Drum Rhythm Festival van afgelopen weekend, gaven zes vrouwen met zo'n razernij lucht aan hun verontwaardiging, dat geen man uit het publiek voorlopig maar aan ontrouw zal durven denken.

`For all the women out there who have been lied to by their men. And I know you've been lied to', introduceerde zangeres Kelis haar hitsingle Caught Out There. Om vervolgens met haar vrouwelijke bassist, gitarist en drie zangeressen los te barsten in een krijsend `I hate you so much right now!'. Kelis, tegenwoordig met een blauwgroene haardos, maakte op Drum Rhythm haar Nederlandse live-debuut. Haar stem was in de lagere regionen dan wat onvast, de simpele begeleiding van haar band en vooral de nonchalante interrupties en koortjes van haar achtergrond-kenaus maakten het optreden van de New-Yorkse soulzangeres tot een enerverende ervaring. Hier wordt gewerkt: van Kelis' ingespannen mimiek tot de soms zoekende stijl van haar gitariste.

Kelis was een uitzondering op het door hiphop gedomineerde programma van de tweede avond van het festival. In New York zal het de afgelopen dagen rustig zijn geweest, want de hele rap-stal – van Diggin' In The Crates (D.I.T.C.)tot Mos Def, Pharoahe Monch en Talib Kweli – zat hier. Hun optredens hadden plaats in twee tenten op het Westergasfabriekterrein. Daaromheen waren kappers, restaurants en een breakdance-podium zodat er tussen de regenbuien door gewandeld kon worden.

In drie zalen was ook nog muziek te beluisteren, van dj's en onder meer de groep Zuco 103, rond de Braziliaanse zangeres Lilian Vieira. Zuco 103 speelde live allerlei trance-opwekkende ritmes, mooi gecombineerd met een warm gruizig orgeltje en de lokroep van Vieira. De rappers waren op deze editie van Drum Rhythm in twee kampen verdeeld (ook letterlijk want ieder had een eigen tent): de rappers met band, en de rappers met een dj. Zij die trouw waren aan de oorsprong van hiphop en uitsluitend op draaitafels vertrouwden, moesten harder hun best doen om de zaal in beweging te krijgen. Met veel handgebaren en yells kletsten Talib Kweli, Pharoahe Monch en D.I.T.C. de tent plat. Vooral Pharoahe Monch was een succes, want de beats en stemmen van de twee mannen bleken even zwaar als hun sumo-worstelaarverschijning al deed vermoeden.

In de andere tent mocht het trouwe publiek lang wachten op het optreden van rapper Common en band. Eerst werd gesoundcheckt en vervolgens vijf minuten gebeden. Maar het resultaat was er naar. Commons band had een jazzy inslag en vermeed de te gladde aanpak van bijvoorbeeld Jazzmatazz. Ieder nummer kreeg zijn eigen ontregelende effect: een terugkerende break, een suizend accent op Commons raps of een jankende trompetsolo. Zo wordt de live-spelende band een verrijking.

Dat gold ook voor Mos Def, die onder anderen bassist Doug Wimbish (vroeger van Living Colour) bij zich had. Mos Defs optreden was zwaarder en minder melodieus. Hij zocht en vond het midden tussen de eisen van de hiphoppuristen en die van het bredere publiek. Dat er geen schoolstrijd is tussen de verschillende rapstijlen bleek uit het feit dat iedereen bij elkaar op het podium sprong. Terwijl het publiek buiten samendromde voor de gesloten deuren van het optreden van de Weense Kruder & Dorfmeister Smoke Dub Session – niet veel meer dan een dj die ontspannen dance draaide – repten de rappers zich van tent naar tent voor gastoptredens.

Drum Rhythm Festival. 27/5 Westergasfabriek, Amsterdam.

    • Hester Carvalho