Carambole

Hoewel Nederland de sterkste driebandencompetitie ter wereld kent, waarin regelmatig uitzonderlijke prestaties worden geleverd, hangt bij de biljartbond de vlag halfstok. Het bestuur is onlangs door de afgevaardigden van de districten de laan uitgestuurd omdat het onvoldoende op de centen heeft gepast. Het vorig jaar werd met een verlies van 230.000 gulden afgesloten waardoor het eigen vermogen van de bond als sneeuw voor de zon verdween. Nog voordat de voorzitter van de bond de kans kreeg dit financiële fiasco te verklaren, kregen hij en zijn metgezellen al een motie van afkeuring aan hun broek.

Het tekort was ontstaan door te hoge uitgaven in de pool- en snookerbranche, waarmee de carambole-biljarters sowieso al weinig affiniteit hebben. Zij halen hun neus op voor de uit het buitenland overgewaaide, lawaaierige bezigheden met talrijke gekleurde ballen die in pockets moeten worden gestoten. Dat dit vooral bij jongeren populaire amusement zeven jaar geleden onder de paraplu van de KNBB kwam, was in hun ogen vragen om problemen. Nu de kosten uit de hand zijn gelopen, koesteren zij hun gelijk.

Hoe nu verder? Er is een commissie van goede diensten benoemd die de 50.000 leden tellende KNBB aan een nieuw bestuur moet trachten te helpen. Maar het valt niet mee geschikte kandidaten te vinden. En wie wil leiding geven aan een bond die tamelijk wanhopig naar zijn identiteit op zoek is en financieel weinig armslag heeft? De vraag is bovendien wat er met de subsidie van het ministerie van VWS en NOC*NSF gebeurt wanneer de samensmelting van de drie keusporten (carambole, snooker en pool) ongedaan zou worden gemaakt.

Die samensmelting sluit aan bij de internationale tendens van de laatste jaren. Sinds het IOC heeft laten weten het biljarten als olympische sport te accepteren mits het door één overkoepelende organisatie wordt vertegenwoordigd, hebben de disciplines elkaar gevonden. Met als resultaat dat volgend jaar bij de World Games in Japan ook een serie biljartpartijen op het programma staat. Voor het driebanden komen namens Europa vijf spelers in actie die bij het laatste EK in Madrid op de hoogste posities beslag wisten te leggen. Daartegen tekende de BWA, een organisatie voor profspelers die onder meer de toernooien om de wereldbeker organiseert, terecht protest aan. Volgens haar had men de ranking als uitgangspunt moeten nemen. Dan zouden de sterkste driebandenspelers van de wereld, de Nederlander Dick Jaspers en de Zweed Torbjörn Blomdahl in Japan van de partij zijn geweest.

Of het biljarten over vier jaar in Athene een olympisch luchtje krijgt of niet, hangt mede af van de presentatie op de World Games. Van groter belang echter voor de toekomst van het Nederlandse biljarten is de promotie van het driebanden. Aangezien dit de enige klassieke spelsoort is die met pool en snooker kan concurreren zou het nieuw te vormen bondsbestuur er verstandig aan doen de zo spectaculaire discipline tot speerpunt van het beleid te maken. Het vasthouden aan andere vormen van carambolage zoals het libre, kader en bandstoten, leidt slechts tot nostalgische bespiegelingen en niet tot propaganda voor de sport die al met de nodige tegenwind te kampen heeft.

Dat geldt vooral in de grote steden, waar het aanbod van geschikte biljartaccommodaties afneemt. Het exploiteren van een zaal met kostbare tafels die veel ruimte innemen, levert onvoldoende rendement op. Gemeenten die wel bereid zijn aan de bouw van sporthallen, ijsbanen of kunstgrasvelden financieel bij te dragen, voelen zich zelden geroepen ook voor het biljarten ruimte te scheppen. Zij laten dat aan het particuliere initiatief over en wat het biljarten betreft valt daarvan alleen op het platteland nog iets te merken.

Het snooker, de populairste tv-sport van Engeland die in de jaren tachtig naar Nederland overwaaide en een serieus alternatief voor het carambole-biljarten leek te worden, is eveneens door accommodatieprobemen achterop geraakt. Het bestuur van de KNBB hield de kwijnende snookerfamilie de hand boven het hoofd door haar meer geld toe te stoppen dan was begroot. Dat kwam de gulle gevers uiteindelijk duur te staan.

    • Ben de Graaf