Apen als verschijningen van god op aarde vereerd

Twee mantelbavianen aanbidden met geheven armen de zonnegod Re. Ze stralen iets plechtigs uit, iets on-aaps. Maar in het Egypte van de 13de eeuw voor Christus waren apen nu eenmaal wezens van een hogere orde en niet de lachwekkende klauterbeestjes zoals wij ze kennen. Nee, in het land van de farao's werden apen serieus genomen. Ze werden vereerd als verschijningen van god op aarde, net als bijvoorbeeld de krokodil, de kat, de ibis of de valk. Bavianen aan de Nijl waren verbonden met de zon en de maan, met dood en opstanding. En afgebeeld als de god Thot gold een baviaan zelfs als de incarnatie van de kennis.

Het papyrusfragment van het meer dan zeventien meter lange dodenboek van Kenna, waarop de twee zonaanbiddende bavianen staan afgebeeld, is een van de hoogtepunten op de tentoonstelling Apen in het oude Egypte. Maar behalve de schitterende papyrus zijn er nog tal van andere afbeeldingen van apen te zien, die aantonen hoe groot de rol van dat `heilig' diertje een paar duizend jaar lang is geweest. Zo is de aap op een fraaie beschilderde grafkist uit de tweede eeuw na Christus afgebeeld als Hapy, een van de vier Horuszonen, de bewakers van de menselijke organen die apart in canopen – stenen potten – werden bewaard. Samen met zijn drie broers neemt hij deel aan het dodengericht, waarbij het hart van de overledene wordt gewogen om te bepalen of hij het hiernamaals mag betreden. Ook op het deksel van de kist is een baviaan geschilderd, die braaf aan het voeteneind van de dode zit.

Apen dankten hun goddelijke status vooral aan het feit dat ze konden aanvoelen wanneer de zon opging. Hun instinctieve gekrijs, even voordat de rode bol aan de horizon verscheen, gold voor de Egyptenaren als grote wijsheid.

De meeste apen werden geïmporteerd uit alle delen van Afrika waar de Egyptenaren als heersers over een wereldrijk hun exotische producten vandaan haalden. Maar rond 3000 voor Christus werd alleen de groene baviaan – afkomstig uit de Soedan – afgebeeld, waaruit je kunt opmaken dat dit de enige apensoort was die de Egyptenaren toen kenden.

Behalve als een personificatie van de goden, waren apen ook gerespecteerde huisdieren. Ze vergezelden hun meesters op de jacht en dienden hoogstwaarschijnlijk als symbolen van vruchtbaarheid. Een goed voorbeeld hiervan op de tentoonstelling zijn de twee kleine baviaantjes die de boeketvormige hals van een platte linzenvormige fles versieren. Egyptenaren gaven elkaar zulke flessen – gevuld met Nijlwater – cadeau als in juli de overstroming van de Nijl begon. Ook is er een aantal faience beeldjes te zien van naakte vrouwelijke figuren die vertegenwoordigers van een andere apensoort, de meerkat, tegen hun borst gedrukt houden of in hun haar en aan hun voeten hebben. Over de exacte betekenis van deze afbeeldingen is nog maar weinig bekend, aangezien er toentertijd weinig over geschreven is.

Die apenerotiek speelt ook een rol op het mooie blauwe wijnschaaltje van Egyptische faience uit circa 1350 voor Christus. Op het schaaltje is een luitspelend meisje afgebeeld. Ze zit op een kussen in een prieel en is bijna naakt. Op haar rechterbovenbeen is Bes getatoeëerd, de beschermgod van muziek, dans, erotiek, wijn en dronkenschap. Achter haar probeert een aapje de gordel om haar middel los te maken. De betekenis ervan laat zich raden.

De tentoonstelling in het Allard Pierson Museum dankt haar bestaan aan het onderzoek dat de Amsterdamse viroloog en aidsonderzoeker Jaap Goudsmit in 1996 heeft verricht in het Egyptische Noord-Saqqara. Hier was in 1968 een apenbegraafplaats ontdekt, compleet met galerijen, waar de apen na hun dood gemummificeerd in nissen werden bijgezet. Het doel van Goudsmits expeditie was het vinden van DNA bij die mummies, waarmee sporen van virale infecties konden worden gevonden. Het laatste werd echter niet bereikt, aangezien door het mummificatieproces het DNA vernietigd bleek te zijn. Wel kon op grond van dit onderzoek worden vastgesteld dat de Egyptenaren niet alleen bavianen, maar ook groene meerkatten en berberaapjes mummificeerden en daarmee leverde Goudsmit een belangrijke bijdrage aan de Egyptologie.

Op de tentoonstelling zijn ook een maquette van de apengalerij en een heuse apenmummie te zien. Die mummie heeft iets aandoenlijks en doet een beetje denken aan een in elkaar gedoken zittend oud mannetje. Hij is er beter aan toe dan de mummies die door Goudsmit in de bavianengalerij in Noord-Saqqara zijn gevonden. Want van hen was door een chemisch proces niets meer over. De Nederlandse onderzoekers zullen bij hun vondst ongetwijfeld teleurgesteld zijn geweest dat ook goddelijke verschijningen hun beperkingen kennen.

Tentoonstelling: Apen in het oude Egypte. Archeologie en DNA-onderzoek. T/m 29 oktober. Plaats: Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt 127, Amsterdam. T/m 29 oktober. Open: di t/m vrij 10-17u, za 13-17u.

    • Michel Krielaars