Anders maar niet minder

Twee meter en 24 centimeter lang is hij liefst. Een lichaamslengte die niet tot een voortdurende gelukzaligheid lijkt te leiden. Altijd neer mogen zien op je medemens mag dan op het eerste gezicht goed voor je zelfvertrouwen zijn, wanneer je hoogst zelden iemand recht in zijn ogen kan kijken ligt het gevoel van isolement op de loer. Mensen, zelfs je vrienden en je meest dierbaren, blijven maar tegen je op kijken. Alsof je niet van deze wereld bent, alsof je niet bij hen hoort. Als een vreemde. Domweg omdat je anders bent.

Rik Smits heeft zich een belangrijk deel van zijn nog pas 34 jaar durende leven zo gevoeld. Want zijn extreme lichaamslengte dateert niet van de laatste jaren. Als adolescent was hij al anders dan zijn leeftijdgenoten. Niet echt anders, gewoon langer. En zoals dat gaat op school en onder potentiële vrienden, wordt een afwijking van wat als normaal wordt beschouwd al gauw gebruikt als pestobject. U begrijpt het: toen pesten nog niet zoals nu op sommige scholen werd bestreden, werd Rik uitgelachen. Alleen maar omdat hij veel langer was dan andere jongens.

Sommigen hebben een wipneus, sommigen sproeten, sommigen kunnen niet zo goed leren, sommigen hebben geen ouders die veel geld, een mooi huis en een mooie auto hebben, sommigen komen simpelweg uit een ander land. Voor jongeren – en natuurlijk ook voor ouderen – valt altijd in deze onrechtvaardige samenleving wat te vinden om het verschil tussen goed en kwaad te duiden. Een enkeling onder de vele misdeelden vindt een uitweg. Die vecht zich los uit zijn bestaan van slachtoffer en wil de wereld tonen dat hij niet met zich laat spotten. Sport, met name, geeft jongeren gelukkig de kans om nog iets te kunnen zijn.

Rik Smits ging dus basketballen. In Nederland, waar sport vooral uit chauvinistische en economische overwegingen bestaansrecht wordt geboden, biedt dat voor een jongen van zijn lengte ook geen soelaas. Wél in de Verenigde Staten, waar veel meer dan in Nederland sociale en pedagogische betekenis wordt toegekend. Van de Eindhovense Almonte-scholengemeenschap naar Marist College New York was dan ook een stap waar iedere miskende adolescent van droomt: Rik werd serieus genomen.

Vanzelfsprekend was Rik geen atleet. Maar hij kreeg wel de kans te profiteren van zijn `afwijking'. De Indiana Pacers, het basketbalbedrijf van Indianapolis, had snel door dat deze merkwaardige Hollander was te transformeren tot een speler die onder de basket wonderen kon verrichten. Nog nooit had de club zo'n lange speler onder contract genomen. Rik greep zijn kans, hij moest en zou de man worden die de Pacers naar de troon van het Amerikaanse basketbal zou leiden.

Al meer dan tien jaar is Smits in Indianapolis – en ver daarbuiten – een man met aanzien. Hij heeft veel ballen in de basket gegooid. Hij is niet zo'n superatleet als Reggie Miller. Maar Smits is een held daar, hij is rijk, hij is getrouwd, hij heeft twee kinderen. Daar in het verre Indianapolis. Zijn veel te grote voeten doen zeer, zijn rug begeeft het bijna, eigenlijk is zijn lichaam bijna versleten. Dezer dagen doet hij er nog een keer alles aan om met de Pacers wereldkampioen basketbal te worden. Om te bewijzen dat hij in zijn leven iemand is geweest. Het zal hem weer niet lukken. De Pacers worden geen wereldkampioen. Wat Rik Smits hopelijk rest, is de voldoening dat hij met zijn afwijkende lichaam een man is geworden waar veel afwijkende jongens van dromen. En dat hij gaat inzien dat ook een man die anders is een man is.