Achterhouden brief bekend bij Defensie

Topambtenaren van Defensie waren, in tegenstelling tot eerdere berichten, in september 1993 op de hoogte van het niet doorzenden van een brief van minister Ter Beek (Defensie) aan de Verenigde Naties.

Dat blijkt uit een brief van toenmalig directeur Barth voor algemene beleidszaken van het ministerie van Defensie aan de commissie-Bakker. Barth zei vorige week woensdag voor de commissie – die de politieke besluitvorming rond de uitzending van troepen onderzoekt – dat zijn ministerie door Buitenlandse Zaken niet was geïnformeerd over het niet doorzenden van de brief van Ter Beek. In zijn brief zegt Barth echter dat Buitenlandse Zaken hem daarover indertijd wél heeft geïnformeerd. Minister Ter Beek zei vorige week dat hij niet op de hoogte was van het niet doorzenden van zijn brief.

Tussen Buitenlandse Zaken en Defensie woedde een competentiestrijd over de inzet van troepen in voormalig Joegoslavië; daardoor werd de brief van Ter Beek niet verstuurd aan de Verenigde Naties. Minister Kooijmans (Buitenlandse Zaken) had een voorkeur voor inzet in de zogenoemde safe areas in Bosnië. Ter Beek wilde de troepen liever inzetten voor de handhaving van een vredesregeling die er aan leek te komen. Het risico dat VN-troepen liepen bij deelname aan een vredesregeling was beduidend minder dan bij de inzet in safe areas.

In de brief bood Ter Beek de VN de luchtmobiele brigade aan om te helpen bij de uitvoering van een vredesregeling tussen de strijdende partijen in Bosnië. Deze brief werd niet doorgestuurd, maar in plaats daarvan zond Buitenlandse Zaken een eigen codebericht naar de Nederlandse vertegenwoordiging van de VN waarin de luchtmobiele brigade werd aangeboden ter bescherming van de zogeheten veilige gebieden in Bosnië zonder dat daarbij sprake was van een vredesregeling.

Voormalig minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) en zijn staf vonden de ontvangst van de Dutchbat in Zagreb na de val van Srebrenica ,,overtrokken''. Dat gold met name de aanwezigheid van premier Kok en kroonprins Willem-Alexander. Dat zei J. graaf de Marchant et d'Ansemborg, voormalig topambtenaar van Buitenlandse Zaken. Volgens D'Ansembourg bestond er bij zijn departement wel ,,enig begrip voor de opluchting over het feit dat de Dutchbatters heelhuids uit Srebrenica waren teruggekomen'', maar vond men het ,,minder passend een groot feest te geven''. Op dat moment werd immers duidelijk dat er ,,zeer negatieve aspecten'' zaten aan dat vertrek. Onder de ogen van Dutchbat werden door de Serviërs moslimmannen gescheiden van hun vrouwen. Tot nu toe zijn er 2.200 doden geborgen, 7.300 mensen worden nog vermist.