Volk zonder herders

Na de vervroegde parlements- verkiezingen van eergisteren staat Suriname op een kruispunt van wegen. Zakt het land, na het economische wanbeleid van Jules Wijdenbosch nog dieper in het moeras of komt er nu eindelijk een ommekeer in Switi Sranan?

Dat is nou sneu.

Ligt er nog geen jaar een gloednieuwe brug over de brede Coppenamerivier, is het bijbehorende monument met gedenkplaat (`geopend door drs. J.A. Wijdenbosch') al van boven tot onder beklad. Zwarte en rode graffiti met wezenloze namen en kreten.

`Fariez'.

`Bobby'.

`The killer was here'.

En tot overmaat van ramp ligt er in het hoge, harde tropische gras ook nog een besmeurde verkiezingsposter van DNP 2000, de partij van de president. `Daadkrachtig volksgericht leiderschap' staat erop, maar het met zwarte viltstift bewerkte portret van het staatshoofd is niet bepaald een vleiende illustratie bij die leus.

Op weg naar de Coppenamebrug, op de grens van de districten Saramacca en Coronie, zo'n tachtig kilometer ten westen van Paramaribo, hadden we een jonge hindostaanse liftster opgepikt. Ze was op de terugweg naar huis in Nickerie en speciaal naar de hoofdstad gekomen om afgelopen zaterdag de feestelijke opening van die andere grote brug, over de Surinamerivier, bij te wonen. 't Was mooi geweest, met al dat vuurwerk, vertelt ze. En met al die geel-blauwe DNP 2000-vlaggetjes die je kreeg uitgereikt. En met al die stalletjes die voor deze ene keer met gratis vergunning schaafijs en baka-bana mochten verkopen. Ze had alle hoge heren gezien en ook die twee koelboxen met champagne bij het doorknippen van het lint.

Maar wisten we wel wat ze zo vreemd vond?

Dat die brug de `drs. Jules Albert Wijdenbosch-brug' was gedoopt. ,,Hij was toch voor ons gebouwd? Laat hij het dan `de volksbrug' of zo noemen.''

Tja, daar is Edward, een creoolse visser in het district Coronie, het wel mee eens. Aan de westoever van de Coppenamerivier ontwart hij onderwijl minutieus het rode net waarmee hij dagelijks op Koebi en Koema-koema vist. Aan de andere kant, peinst hij: die twee bruggen liggen er toch maar. Nu kunnen de Surinamers, zonder veerpont, in één keer van oost naar west, van Albina naar Nieuw Nickerie. ,,Dat ding heeft Bosje gedaan.'' Dat is waar.

Maar `Bosje' heeft meer dingen gedaan. Hij heeft die bruggen bijvoorbeeld uit schaarse harde valuta betaald. Hij heeft ook verzuimd een doortimmerd ontwikkelingsplan voor de bijbehorende infrastructuur op te stellen. En hij heeft het parlement nooit verteld hoe de bouwwerken precies zijn gefinancierd. Niet informeren deed Bosje trouwens wel vaker, schatert Ernie Brunings, oud-minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking onder de president. Hij praat over Jules Wijdenbosch zoals veel Surinamers doen: lachend en met grapjes, naar het lijkt om ontzetting en ongeloof te verbloemen. Onvoorstelbaar, zeggen ze allemaal, hoe deze man de natie de twijfelachtige positie heeft bezorgd van armste land op het westelijk halfrond, op Haïti na. Legio zijn de verhalen over geldsmijterij, over onbekende leningen en over de duistere staatshuishouding die naar schatting een buitenlandse schuld van honderden miljoenen dollars met zich meetorst – al is zelfs dat getal niet precies bekend. Intussen stegen de prijzen, konden verpleegsters niet meer worden betaald, verkeert het onderwijs in misère. Maar het is niet alleen economisch wanbeleid. Er zijn ook nog de voorbeelden van megalomaan gedrag, van zinloze buitenlandse reizen, van niet nagekomen beloftes en het negeren van het parlement. ,,Echt, we zitten aan ons eindje: politiek, economisch en moreel gezien'', verzucht Brunings, die zelf overigens een opmerkelijk carrièrepad aflegde in de Surinaamse politiek. Begonnen als een van de ideologen van de revolutie, sloot hij zich later aan bij de NDP, de partij van oud-legerleider Bouterse. Hij werkte bij het wetenschappelijk bureau, maar richtte na ruzie een eigen partij op. Onder Wijdenbosch was hij minister, maar na krap een jaar hield hij het voor gezien, onder meer omdat ,,er niet te werken valt met die man''. Hij sloot zich aan bij de Politieke Vleugel van de Federatie van Agrariërs en Landarbeiders (PVF) en werd lijsttrekker in Paramaribo. ,,Ik ben door schade en schande wijs geworden in de Surinaamse politiek'', zegt Brunings niet zonder zelfspot, om vervolgens de noodklok te luiden over ,,ons zo goed als ondemocratische politieke en bestuurlijke systeem''. Cruciaal is volgens hem dat er in het land een onzichtbaar en dus oncontroleerbaar machtscircuit bestaat, dat op zijn beurt weer een informele economie in stand houdt: ,,Suriname is geen rechtsstaat, maar een machtsstaat'', zegt hij. ,,We zijn er pas als de politie op de deur van bepaalde mensen durft te kloppen en zegt: ,,Wilt u even meekomen? We hebben vermoedens van corruptie, of mensenrechtenschendingen of omkoping. Aan zoiets durft men nu niet eens te denken.''

Hoe zichtbaar is dat onzichtbare machtscircuit te maken? Leg het oor te luisteren bij de mofokoranti (mondkrant) van de kleine gemeenschap en laat het je schetsen. Luister naar het verhaal dat eigenlijk hetzelfde is als tijdens eerdere verkiezingsperiodes, in 1996, of 1991, of 1987.

Vroeger domineerden de hindostanen het zakenleven en de creolen het ambtenarenapparaat. Toen was er ook al veel corruptie. Maar na de coup van Bouterse en zijn sergeanten in 1980 werd het anders. De militairen gingen, toen het revolutionair besturen toch wat complex bleek, ook in zaken. Groenten, hout, rijst, goudwinning, cocaïne, al dan niet met hulp van de hindostaanse zakenelite. Toen in 1987 de democratie terugkeerde, was het staatsapparaat, waar bijvoorbeeld vergunningen en concessies worden uitgegeven, verrot. Ex-legermensen betraden via de nieuw opgerichte NDP de politiek en de staat werd speelbal van zakenimperia, óók in de periode na 1987, toen het Front, de combinatie van de `oude politieke partijen', het land regeerde. Er ontstond een puissant rijke toplaag met cruciale connecties in het overheidsapparaat. Ze varen met hun waterscooters over de Surinamerivier. Er zijn nu al tien casino's in het land, populair als witwasinstituut. En, zo gaat het grapje: weet je waarom ze al die kuilen en gaten in het wegdek van Paramaribo niet repareren?

Dan hebben de rijken tenminste nog wat aan hun fourwheel-drives.

De toplaag kijkt waar de macht zit, brengt het in haar invloedssfeer en continueert het beleid. Toen president Wijdenbosch in februari uit de NDP stapte en zijn eigen partij oprichtte, wisten de meesten niet hoe snel ze daar naartoe moesten overlopen.

Je zou zeggen: dat belooft weinig goeds voor de nieuwe regering.

Of sterker: Dat komt nooit meer goed.

Jack Menke, socioloog en voorzitter van de Stichting Wetenschappelijke Informatie, schiet in de lach. Relativerend: ,,Alles is op te lossen. Het kan, ook hier. Alleen: we gaan een beetje moed nodig hebben.'' In zijn kleine kantoor aan de Prins Hendrikstraat in Paramaribo, somt hij op wat er `theoretisch' moet gebeuren: de bezem door het ambtenarenapparaat. Een integere overheid. Een functionerend justitieapparaat. De blik op het buitenland, vooral in samenwerking tussen NGO's en Surinaamse particuliere organisaties. En het liefst uitgevoerd door een zakenkabinet, dat oog heeft voor de sociale gevolgen van de economische sanering en zich niet belast weet door de barrières van de Surinaamse politiek.

Tot zover de theorie.

Maar nu de uitwerking.

Natuurlijk, hij realiseert zich dat dat een omslag vraagt in `de politieke, sociale en bestuurlijke cultuur'. Maar toch heeft Menke hoop: ,,Tijdens de campagnes voor deze verkiezingen was dit thema voor het eerst bespreekbaar. Steeds meer mensen zien dat het zo niet verder kan. Dat Suriname geen eiland in de snel veranderende wereldorde is. Overal op aarde wordt transparantie van bestuur geëist. En wij zitten hier met oude politieke partijen die in feite slechts intern gerichte kiesverenigingen zijn.'' Enigszins cynisch karakteriseert hij de cultuur: ,,Als Venetiaan spreekt, moet je zwijgen. Als Lachmon spreekt, moet je zwijgen. Als Derby spreekt, moet je zwijgen. Dit zijn mannen die al dertig, veertig, vijftig jaar op hetzelfde spoor zitten. Ze voegen niets meer toe.'' Menke pleit voor ,,mensen met de blik naar buiten''. Die niet, zoals de oude politici, denken dat het buitenland alleen maar Nederland is. Waarmee ze vervolgens eindeloos in discussie gaan over de voorwaarden van de zeshonderd miljoen gulden aan ontwikkelingsgelden die nog voor Suriname staan gereserveerd. Die een open dialoog aan durven te gaan met internationale organisaties als de Wereldbank of het Internationaal Monetair Fonds en dat niet louter als bedreigend zien. En die politiek niet beschouwen als `een tool om je zakken te vullen', maar om iets voor je land te doen: ,,Ik vrees dat je zo'n gedachtesprong niet meer van onze oude leiders kunt verwachten.''

Toch lijkt het volk die oude leiders nog op handen te dragen. Althans, als je af mag gaan op de ware volksfeesten die het Nieuw Front (de combinatie van de creoolse NPS en de hindostaanse VHP, aangevuld met de Javaanse Pertjajah Luhur en de uit de vakbeweging voortkomende SPA) de afgelopen weken ter voorbereiding van de verkiezingen organiseerde. Bijna iedere `massameeting' toonde een geestdrift die we in Nederland slechts kennen van het winnen van een hele grote voetbalprijs. ,,Voelt u het, voelt u het? De aarde beeft'', zegt een oudere hindostaanse vrouw als op enkele meters afstand van haar de hoogbejaarde VHP-voorman Jaggernath Lachmon in een potpourri van verkiezingsliederen het podium beklimt. Voor de vrouw is het zichtbaar een gebeurtenis van bijna mythische proporties. ,,Papa Lach, papa Lach'', schreeuwt zij hem toe, zwaaiend met de rode VHP-vlag.

De sfeer lijkt op die in 1987, toen het Front bij de eerste vrije verkiezingen na de coup een grote overwinning behaalde. Ook toen werd er voorspoed beloofd, maar zag het volk slechts een economisch aanpassingsprogramma dat te weinig rekening hield met de sociale gevolgen. Ook toen zou het land anders worden bestuurd, maar veranderde er eigenlijk niets aan het systeem. Ook toen zouden schendingen van de rechten van de mens, zoals de decembermoorden uit 1982, worden onderzocht, maar gebeurde er niets.

Zijn Surinamers te goedgelovig?

,,Nee, nee'', haast een man in groen NPS-uniform zich te zeggen. ,,We weten alles nog. En het Front heeft niet voor niets bij de laatste verkiezingen veel verloren. Maar dit is echt een nieuw moment. Door schade en schande wijs gaan ze nu die kans nog één keer grijpen. En wij kiezers doen als met onze ouders: je komt altijd bij ze terug, toch?''

En die oude leiders?

,,Ach meneer. Ze zijn er nog maar even.''

Even, maar wel nadrukkelijk aanwezig, zeker na de klinkende stembusoverwinning van afgelopen donderdag. Maar ondanks dat, staan ook binnen het Front mensen op die aandringen op vervanging van de bejaarde leiders. Eén van hen is Arti Jesserun, voormalig vice-voorzitter van de NPS, en in het dagelijks leven kinderarts en neonatoloog. Hij is het volledig eens met de maatregelen die Jack Menke noemt. En ook hij vindt dat Venetiaan en Lachmon die niet meer kunnen uitvoeren: ,,They did their job.'' Maar het probleem is, legt Jesserun uit, dat de opvolging nauwelijks geregeld is. Dat het partijapparaat vernieuwingen tegenhoudt. Dat jongeren daarom weglopen. En dat je nu wel een stembuswinst boekt, maar op de langere termijn met je hoofd tegen een muur loopt. Een complexe en multi-etnische samenleving, stelt Jesserun, heeft pragmatische, moderne leiders nodig en dat is het probleem in Suriname. Hij zet zijn glas vers zuurzaksap neer en declameert uit het hoofd een gedichtje waar hij altijd aan moet denken als hij de situatie in zijn partij, maar eigenlijk in het hele land, moet typeren:

,,We hebben hier stal en os,

schaapjes menigeen.

Maar al die dieren lopen los

Want herders zijn er geen.''

Ook Ernie Brunings geeft toe dat Suriname niet één aansprekende figuur binnen zijn grenzen heeft die alle mensen verenigt. Die net de push kan geven om met elkaar de schouders eronder te zetten. Maar wat heb je eraan om dat te constateren? ,,We moeten toch verder. In algemeenheden kunnen we allemaal prima babbelen over hoe het beter moet. Maar het belangrijkste is die cultuuromslag. De hand moet gewoon aan de ploeg. Het volk is er rijp voor. En zo niet, dan slaat de apathie nog harder toe en wordt de kloof tussen arm en rijk nog groter.''

Terug naar de oevers van de Coppenamerivier. Een oude Opel Kadett komt de steiger opgereden waarvandaan vroeger de veerpont naar de andere kant vertrok. Sinds de nieuwe brug er ligt, is de steiger een mooie plek om riviervis te vangen. Het hindostaanse echtpaar Luchman stapt uit. Choete, de man, haalt zijn hengel uit de achterbak, terwijl zijn vrouw voor het aas de garnalen pelt. Nee, ze wonen niet in Suriname, maar in Amstelveen. ,,Lekker rustig, en toch dicht bij Amsterdam.'' Nu zijn ze even hier, al is het wel gek om te zeggen dat je in je moederland op vakantie bent. ,,Eigenlijk zouden we best hier willen wonen.''

Maar ja, Suriname.

Hij is Nederlands staatsburger en mocht deze week dus niet stemmen. Blij toe trouwens. Hij zou niet hebben geweten welk hokje hij rood had moeten maken. ,,Laat ze toch al die verkiezingsprogramma's houden. Iedereen belooft hier zo veel en doet nooit iets. Kijk nou bijvoorbeeld naar die wegen.'' Choete Luchman vertelt dat hij zelf in 1972 de projectuitvoering deed van de weg die nu door het district Coronie loopt. Maar als je nu al die gaten ziet: ,,Je handen jeuken. Het is verschrikkelijk.'' Nee, dan de wegen die hij later, in dienst van Volker Stevin, in Nederland aanlegde. De A12. De weg tussen Utrecht en Vianen. Die worden goed onderhouden, hoor.

Ach ja, Suriname.

Dat gedichtje van Arti Jesserun kende hij nog niet, maar het is wel treffend, ja. ,,Laten we hopen dat het nu eens beter gaat. Dat er jonge mensen opstaan die wat voor het land gaan doen en niet hun zakken vullen. Want het blijft je moederland, toch?''