Sinterklaas bestaat: Unilever

Het pensioenfonds van Unilever stort 1,95 miljard gulden in de kas van het bedrijf. En dan nog overleeft het fonds een beurskrach.

De overtreffende trap onder pensioenregelingen is sinds gisteren: rijk, rijker, Progress. Het pensioenfonds van de 7.100 Nederlandse werknemers van zeep-, voedings- en verzorgingsproductengigant Unilever maakte zijn officiële naam weer eens waar: Progress.

Het fonds stort dit en volgend jaar een recordbedrag van 1,95 miljard gulden in de kas van Unilever. Dat bedrag komt bovenop 700 miljoen gulden die Progress in 1998 en 1999 al heeft overgemaakt. Op de winst van het concern heeft dit volgens een woordvoerder overigens geen invloed.

Het fonds, dat gezien de verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen, al tot de rijkste pensioenbeheerder van Nederland behoorde, heeft vorig jaar opnieuw handen vol geld verdiend. Het vermogen van 9,6 miljard gulden is voor meer dan 60 procent in aandelen belegd. Vorig jaar had het fonds een rendement van 25 procent, dat was 9 procentpunt meer dan het rendement van het doorsnee pensioenfonds.

Door de rendementsexplosie is het vermogen van het fonds nog weer verder gestegen, terwijl Progress juist wil krimpen. De verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad, is opgelopen van 195 procent tot 222 procent. Bij een dekkingsgraad van 140 procent zit een pensioenfonds er warmpjes bij, 222 procent is ongehoord.

Om de financiële overschotten tot meer normale proporties terug te brengen spekt Progress de kas van Unilever, die wel een bestemming heeft, voor het bod van 45 miljard gulden op Bestfoods bijvoorbeeld. Met deze stortingen wordt Progress het gulste pensioenfonds, althans voor de baas.

Deze stortingen door pensioenfondsen zijn, met name onder gepensioneerden, een controversieel onderwerp. Zij klagen regelmatig over de eenzijdige verdeling van de rijkdom van de pensioenfondsen van de grote ondernemingen. Wel geld voor de werkgever, premievrijstelling voor de werknemers, maar niets voor de gepensioneerden.

Het feit dat werkgevers en werknemers samen de pensioenfondsen besturen versterkt het gevoel onder ouderen dat over hen, maar zonder hen wordt beslist. Zij hebben al eens gedreigd naar de rechter te stappen, maar zijn daarvoor teruggeschrokken gezien de in hun ogen geringe kans van succes.

Het is nu opmerkelijk dat Unilever niet alleen zelf een recordbedrag opstrijkt, maar ook heeft onderhandeld over verbeteringen voor de werknemers, de voormalige werknemers die nu elders aan de slag zijn en de gepensioneerden. Het fonds komt met eenmalige uitkeringen aan werkers en gepensioneerden die samen 80 miljoen gulden kosten en met een structurele verbetering (per 2002) van de pensioenregeling die 220 miljoen gulden op jaarbasis gaat kosten, zo vertelt een woordvoerder.

De actieve werknemers en de gepensioneerden die tot hun pensioen bij Unilever hebben gewerkt krijgen bijvoorbeeld een eenmalige bruto-uitkering van 3.000 gulden. De overige gepensioneerden ontvangen 1.000 gulden, terwijl de pensioentoezegging van ex-werknemers met 1.000 gulden wordt verhoogd.

Onder de structurele verbeteringen is een dramatische verlaging van de drempel in het salaris waarboven werknemers pensioenrechten gaan opbouwen. Deze drempel, ook wel franchise genoemd, wordt verlaagd van 35.000 naar 20.000 gulden. Dat pakt vooral goed uit voor alleenstaanden en twee-verdieners.

Leuk allemaal, maar ook verstandig in het licht van de wispelturige financiële markten? Een ruwe becijfering leert dat Progress eind vorig jaar genoeg vermogen had om een mondiale superkrach te doorstaan, een crash waarbij 92 procent van de aandelenkoersen wordt weggevaagd. Nog daargelaten dat zo'n scenario tot een rentedaling zonder weerga leidt, die de koersen van effecten met een vaste rente opstuwt. Als het fonds nu de 1,95 miljard gulden aan Unilever zou overmaken, is het vermogen nog voldoende om een mondiale crash van de aandelenkoersen met meer dan vijftig procent op te vangen.

    • Menno Tamminga