Restje heilstaat

Sedert de jaren zeventig zijn scholen steeds meer van elkaar gaan verschillen; in pedagogische en didactische aanpak en ook in kwaliteit. Overigens waren er in de steden vanouds altijd al verschillen tussen scholen afhankelijk van de buurt waar ze stonden. Scholen met kinderen die van huis uit veel meekregen hadden een natuurlijke voorsprong op scholen met kinderen van laag geschoolde ouders. Daar kwam in de jaren tachtig nog eens een extra handicap bij toen die ouders buitenlanders werden, niet alleen laag opgeleid maar ook nog eens onbekend met onze taal en cultuur.

Ouders hebben het beste voor met hun kinderen. Ze willen dat ze gelukkig worden en maatschappelijk redelijk of goed terechtkomen. De basisschool vormt daarin een belangrijke eerste stap, dus wordt die met zorg gekozen. Steeds meer ouders raken hiervan doordrongen en dus zien we ook in toenemende mate de door velen verguisde `witte vlucht'. Overigens was dit geen probleem zo lang dit verschijnsel zich beperkte tot een kleine minderheid, maar inmiddels is de vlucht gedemocratiseerd en dus ook al lang niet uitsluitend wit meer. Steeds meer ouders bekommeren zich om de kwaliteit van de school. Ze willen de mogelijkheid hebben om te kiezen, iets wat trouwens geheel past in allerlei andere ontwikkelingen die van overheidswege worden gestimuleerd en waar in een andere sector bijvoorbeeld de NMa, de Nederlandse Mededingingsautoriteit voor is opgericht: zorg ervoor dat de consumenten kunnen kiezen, dat houdt de aanbieders van diensten scherp.

In Amerika kent men geen witte vlucht. Scholen worden voor een belangrijk deel gefinancierd uit de lokale belastingen. Een rijke gemeenschap en dus veel onroerende-zaakbelasting zorgt voor veel geld voor de scholen, en voor arme buurten geldt het tegendeel. In verband met de toenemende economische noodzaak om iedereen goed op te leiden gaat steeds meer extra geld vanuit de centrale overheid naar scholen in zwakke buurten. Om die scholen te stimuleren hun kwaliteit te verbeteren wordt van alles ondernomen. Een van die maatregelen die hier en daar al op beperkte schaal wordt toegepast is in dit verband voor ons interessant. Om ouders die gedwongen zijn aangewezen op zwakke scholen de mogelijkheid te bieden te kiezen, kunnen zij geld krijgen om hun kinderen naar een bijzondere of een privéschool te sturen. Dat instrument blijkt te werken en heeft dan ook een prominente plaats gekregen op de verlanglijst van presidentskandidaat George Bush. In een inventarisatie van de beleidsvoornemens van Al Gore en Bush in de New York Times van 29 januari j.l. prijkt het zelfs op de eerste plaats: een federale toelage voor leerlingen van `low-performing schools' om naar een `parochial or other private school' te kunnen gaan.

In Nederland zijn we zo gelukkig dat dit allemaal mogelijk is binnen het reguliere onderwijs. Maar niet iedereen denkt daar zo over. Het Amsterdamse onderwijs wil dat de ouders hun kinderen binnen het eigen postcodegebied op school doen. De ouders mogen niet langer zelf bepalen wat zij menen dat het beste is voor hun kind, dat weet de gemeente beter. Die vindt dat de ouders zich moeten aanpassen aan het bestaande onderwijsaanbod en niet andersom.

Nu het instrument van bewuste schoolkeuze gedemocratiseerd dreigt te raken, worden de kritische onderwijsconsumenten tot de gemeentelijke orde geroepen. Terwijl meer ontwikkelde ouders natuurlijk altijd wegen zullen blijven vinden om zich te onttrekken aan dit krampachtige laatste restje socialistische heilstaat.