Ramp Enschede

Het zwartepieten over de ramp in Enschede is begonnen. Ik heb mij verbaasd over alle deskundigen die inmiddels, ogenschijnlijk zonder de feiten te kennen, aan het woord zijn geweest.

Een van de dieptepunten is wat mij betreft het artikel van Fanta Voogd (NRC Handelsblad, 24 mei). Hij meent dat gemeenten hun rol als hoeder van het milieu en veiligheid niet waar kunnen maken. Hij stelt voor deze taak over te hevelen naar hogere bestuurslagen, die wel de deskundigheid hebben om ongelukken te voorkomen. Maar klopt de analyse die hij maakt? In het artikel worden alleen de gemeenten op de korrel genomen. Het rijk en de provincies blijven buiten schot terwijl zij direct of indirect (als adviseur) betrokken waren bij de genoemde ongevallen.

Het is juist dat in kleine gemeenten de milieuambtenaar van alle markten thuis moet zijn en zich niet kan specialiseren op één bepaald milieuprobleem, maar voor bepaalde (risicovolle) categorieën van bedrijven (zoals de opslag van vuurwerk) heeft de Wet milieubeheer geregeld dat adviseurs verplicht worden geraadpleegd voordat een vergunning wordt afgegeven. Daarnaast is een groot aantal milieuregels gestandaardiseerd. De Raad van State zal niet gauw toestaan dat het bevoegd gezag van de adviezen en richtlijnen afwijkt. Het zijn juist kleine gemeenten die samenwerken met milieudiensten die wel specialisaties in huis hebben.

Vervolgens stelt hij dat gemeenten ook economische belangen hebben. Zowel de wetgeving als het door de ministers van VROM en Verkeer en Waterstaat afgekondigde gedoogbeleid zijn zo strikt dat het onmogelijk is nog een nieuw bedrijf te starten zonder de vereiste bouw- en milieuvergunning. Voor bestaande bedrijven geldt een ander verhaal. Zij kunnen aanspraak maken op verworven rechten en slechts wanneer sprake is van strengere milieu-eisen waaraan het bedrijf niet kan voldoen, kan een bedrijf worden gesloten. Gemeenten zullen over het algemeen bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen ook liever kwijt dan rijk zijn.

De conclusie dat een deel van de gemeentelijke bevoegdheden, ik neem aan het verlenen van de milieuvergunning, maar naar hogere bestuurslagen moeten worden overgeheveld, kan ik niet delen.

Allereerst zal ook een hogere bestuurslaag de hiervoor genoemde afwegingen moeten maken, een beroep moeten doen op de expertise van de Koninklijke Landmacht en rekening moeten houden met het bedrijfsbelang. Daarnaast is het van het allergrootste belang dat er een goede communicatie is met de brandweer en de politie en de vraag is of die er beter op wordt als het bevoegd gezag voor de Wet milieubeheer op afstand raakt.

Vooruitlopend op de commissie-Oosting suggesties doen voor verbetering lijkt mij voorbarig, de problematiek is er te complex voor. Alle aandacht is nu gevestigd op de opslag van vuurwerk, maar realiseren we ons hoeveel andere risicovolle activiteiten er plaatsvinden in onze woonomgeving? Hopelijk kan de commissie-Oosting aanbevelingen doen of de huidige milieuwetgeving en het milieubeleid afdoende is of aanpassing behoeft.