Prachtig geschenk

Juichen is ook een vorm van overspel. Vooral voetballers die een paringsdans met de cornervlag inzetten, willen meestal gezien worden door een geliefde zonder naam en zonder gezicht. Raúl, Morientes en Roberto Carlos kussen tegenwoordig na een doelpunt hun trouwring: nog verdachter. En de ongelovige John van Loen likte na het scoren altijd even aan een schapulier. Een schaapachtige buiklanding naar de F-side toe deugt ook niet. Topsporters hebben vele satellietjes in de liefde – de echte eega is er vooral voor de kinderen.

Grote juichers zijn op testosteron gebouwd. Ze worden in één klap dierlijker, zoals Maradona na dat doelpunt tegen Argentinië, tijdens het laatste WK. De oersprong naar de camera van de totaal verwilderde Diego was de zwartste kant van vreugde die er ooit op een voetbalveld te zien is geweest. Verkrachters hebben een zachtere blik.

Juichen is per definitie een daad van agressie. Achter de schreeuw en de sprong borrelt verruïneringslust. Een zeldzame keer zie je een spits om zich heen kijken met een blik van: o wat een prachtige avond! Hoor nou toch die krekels, het gezang, dat koor van de natuur. Onthechtingsfantasie. Marco van Basten had het een beetje op het einde van zijn carrière. Zo'n quasi achteloos houdinkje in het succes: stram geluk.

De medemens die van het `olé, olé, olé, olé'-gen is, kan mij maar zelden ontroeren. Ik denk dan algauw: wacht maar, de treurige stoet naar het bejaardenhuis komt ook nog op jouw pad. En straks is die geliefde zonder naam en zonder gezicht er ook niet meer. Dimmen die gekkigheid van drift en zinnen.

Deze week vloog Eddy Merckx de hoogte in. Als was hij afgeschoten door een katapult veerde hij recht uit zijn commentaarpositie toen zoon Axel solo over de finish flitste, na de langste etappe in de Giro d'Italia. In geen jaren had ik een mens nog zo gelukkig gezien. De corpulente vijftiger leek opeens gewichtloos. In een schaarbeweging met de voeten en een slaande beweging met de arm explodeerde een gebunkerde vaderliefde van jaren. Het omvangrijke hoofd glimde als een Rolex. En Eddy lachte met een nooit geziene gulzigheid.

Ik hield het zelf niet droog.

Als renner heb ik Eddy Merckx nooit zien juichen. Met grote tegenzin verhief hij de arm bij het overschrijden van de meet. Op het podium bekroonde hij zijn succes met de flauwste glimlach uit de wereldgeschiedenis. Een zoen voor het bloemenmeisje was er al te veel aan. Merckx keek altijd over de roes van het publiek heen, met een wazige blik. Gefixeerd op een einder van hem alleen waar niets te zien was, alleen nog een waarom. Met de gepolijste a-seksualiteit van wijlen koning Boudewijn stond hij daar gegêneerd te wezen. De benen van een man, het gezicht van een meisje. En zo hij al gereinigd was dan was dat tijdens de koers gebeurd, op een venijnige col, zeker niet in de overwinning.

Na zijn actieve loopbaan werd Eddy Merckx stiller dan zijn verleden. Af en toe verscheen hij in de Tour, de Giro of de Vuelta, en probeerde daar dan zijn eigen onzichtbaarheid te creëren. Interviews werden toegestaan, maar niet van harte.

Merckx stond het liefst in de roze modder van een plattelandshotelletje, tussen de mecaniciens die de fietsen van de renners aan het wassen waren. In piëteit gebogen wierp hij zijn blik over frame en zadel, over stuurlint en bidon. Grondeloos zwijgend. Nu niet meer alleen lijdend aan het gewicht van zijn palmares, maar ook aan de kilo's die hem in snel tempo hadden doen uitdijen tot de olympische categorie gewichtheffers. Aan het herfstige en vooral kolossale hoofd ontsprongen al lang niet meer duizend tuinen.

In de etappezege van zijn zoon kreeg Eddy Merckx zijn lichaam terug. Het lichaam van de atleet, een en al motoriek en bewegingsdrift. Een prachtig geschenk. Hij was die dag zo mogelijk nog sprakelozer dan vroeger, maar er zat weer leven in armen en benen en de jukbeenderen gingen alsnog te keer als een perpetuum mobile van intens geluk.

De verslaggever van de BRT peilde Merckx naar zijn staat van opwinding. ,,Het schoonste, het schoonste wat mij kon overkomen'', stamelde de oud-wereldkampioen.

Terwijl hij deze schamele woorden sprak, dansten in de gevoileerde ogen van de kannibaal honderd kristallen paarden.

Eddy Merckx kan juichen.