PAUL WELLER

De Engelsman Paul Weller (1958) heeft moeite met ouder worden. Toen hij veertig werd, vernielde hij uit frustratie een Parijse hotelkamer. Eigenlijk vindt hij dat een popmuzikant niet oud mag zijn en er gingen dan ook geruchten dat de man die in de jaren zeventig bekend werd als leider van de neo-mod-groep The Jam uit de muziek zou stappen.

Toch verscheen onlangs een nieuwe cd van hem, Heliocentric, opnieuw met 10 degelijke, ambachtelijke popsongs waarin jaren-zeventig-groepen als The Faces doorklinken. Ze maken weer eens duidelijk waarom een Britpop-groep als Oasis Weller zo bewondert. Al blijven goede melodieën niet Wellers sterkste kant (wat zich op Heliocentric vooral in het openingsnummer wreekt), ook Noel en Liam Gallagher van Oasis begrijpen heel goed dat zijn nummers verre te verkiezen zijn boven hun eigen dreinpop.

Wat composities betreft verschilt Heliocentric niet opzienbarend van Wellers voorgaande cd's als Wild Wood en Heavy Soul. Maar een déjà entendu-gevoel wordt voorkomen door de arrangementen. Meer dan voorheen gebruikt Weller akoestische instrumenten, maar het is vooral het Robert Kirby orchestra dat met zijn blaas- en strijkinstrumenten Heliocentric een heel andere klankkleur geven dan welk voorgaand werk van Weller dan ook. Zo wervelen de strijkers in `There's No Drinking, After You're Dead' op een manier die doet denken aan een Turks orkest. Zolang Weller nog met zulke verrassingen weet te komen en zulke prachtige cd's als Heliocentric maakt, valt te hopen dat hij zich nooit te oud voelt om popmuziek te maken.

Paul Weller: Heliocentric (Island CID 8093/542 394-2)