Overdracht van reserve pensioen

Als u naar een werkgever gaat met een pensioen- regeling heeft u het recht om de reserve van elders opgebouwde pensioen- aanspraken over te laten dragen naar de pensioen- uitvoerder (pensioenfonds of -verzekeraar) van de nieuwe werkgever. Overdracht van zo'n reserve is echter niet altijd verstandig.

1

Binnen twee maanden na deelname aan de nieuwe regeling vraagt u aan de nieuwe pensioenuitvoerder om een `onderzoek naar reservewaardeoverdracht'. Die nieuwe uitvoerder gaat informatie inwinnen bij de oude uitvoerder(s). U krijgt vervolgens een opgave, waaruit blijkt hoeveel pensioen u gaat ontvangen als u het bij de oude uitvoerder laat staan én hoeveel extra pensioen – buiten dat waarop u normaal al recht heeft – u van de nieuwe krijgt als de reserve zal worden overgedragen.

2

Vergelijk hoeveel pensioen (in guldens) u van de oude zult krijgen en hoeveel het extra pensioen is als het naar de nieuwe gaat.

3

Ga na of het ouderdomspensioen van de oude uitvoerder op hetzelfde moment, eerder of misschien later ingaat dan bij de nieuwe. Het kan zijn dat de oude al op 60-jarige leeftijd begint uit te keren terwijl de nieuwe dat pas op 65-jarige leeftijd doet.

4

Bekijk of u van beide uitvoerders dezelfde pensioensoorten zult gaan ontvangen. Misschien heeft u bij de oude recht op een nabestaandenpensioen, terwijl de nieuwe alleen maar ouderdomspensioen biedt. Als u geen behoefte heeft aan het nabestaandenpensioen hoeft dat geen bezwaar te zijn.

5

Vraag na hoe de pensioenrechten zich in de toekomst zullen gaan ontwikkelen. Soms wordt het extra pensioenrecht bij de nieuwe werkgever niet meer hoger. Bijvoorbeeld omdat het bij toekomstige salarisverhogingen niet meer wordt aangepast. Wellicht zal het bij de oude uitvoerder wel meer worden. In veel gevallen worden in de toekomst te ontvangen uitkeringen tot het moment van ingang al geïndexeerd (aangepast aan stijgingen van lonen en/of prijzen.)

6

Bepaal hoe u de pensioenrechten bij de oude en nieuwe pensioenuitvoerder krijgt: volgens de zogenaamde `rentedekking' – waarbij u nu opgegeven krijgt hoeveel u te zijner tijd periodiek (per maand of kwartaal) zult gaan ontvangen – of in de vorm van een pensioenkapitaal, dat later gebruikt moet worden om het om te laten zetten in periodiek te ontvangen pensioenuitkeringen. Bij de `rentedekking' weet u zeker hoeveel u (of u nabestaanden) op jaarbasis gaan ontvangen. Bij een pensioenkapitaal weet u dat pas precies op het moment dat het kapitaal wordt omgezet in pensioenuitkeringen. Maar zo'n kapitaal biedt wel meer flexibiliteit. In veel gevallen kunt u zelf beïnvloeden wanneer het pensioenkapitaal omgezet zal moeten gaan worden in pensioenuitkeringen. Of u kunt vanuit het kapitaal gedurende een bepaalde periode een hoger pensioen laten uitkeren dan daarna. Aardig als u na pensionering nog een paar jaar veel wilt reizen en het later met minder kan doen.

7

Al deze aspecten zet u op een vel papier (of op uw computerscherm) met links een kolom waarin u de gegevens invult onder de kop `geen reservewaardeoverdracht' – en u dus de pensioenuitkeringen van zowel de oude als de nieuwe uitvoerder zult gaan krijgen – en rechts de vermelding `wel reservewaardeoverdracht'. De aspecten, die u belangrijk vindt, geeft u aan met een of meerdere `plussen'. Uit de kolom met de meeste plussen volgt uiteindelijk de conclusie of u de opdracht geeft tot reservewaardeoverdracht of niet.

    • Rob Goedhart