Niet kijken, een internetbedrijf

Een kwartaal. Langer hoeft de belegger niet terug te gaan om in een geheel andere wereld terecht te komen. Destijds zou de samenleving ingrijpend worden veranderd door het internet, gingen de geldende economische wetten niet meer op, was verliesgevendheid een bewijs van goed ondernemerschap en stond het aandeel op het punt de euro te vervangen als nieuw betaalmiddel.

Hoezeer de stemming sindsdien is omgeslagen, onderstreept hoezeer de beurskoersen allesbepalend zijn geweest voor het halen van het eigen gelijk.

Drie maanden geleden was een internet-ondernemer succesvol, niet omdat het bedrijf goed liep of er überhaupt een soort van bedrijfsplan was, maar omdat de beurskoers hoog was en verder opliep. Nu lijkt het een kwestie van nog maar een paar schuivers op de Nasdaq-index voordat internetbedrijven losers worden, want wiens beurskoers keldert heeft altijd ongelijk.

De mode gaat snel: eerder al was het internet-portal zo goed als ten grave gedragen als allesbepalende strategie. Naar aanleiding van Amerikaanse koersbewegingen en wat een desastreus kerstseizoen bleek raakte het business-to-consumersegment van het internet-ondernemen eerst in de VS en daarna hier langzamerhand uit de gratie. Communities staan alweer op de helling. Het laat zich raden wat er volgt als de koersen verder dalen: veilingsites, waar geen levende ziel komt en nog minder wordt verkocht; gezamenlijk inkopen door consumenten (letsbuyit.com) dat lastig organiseerbaar blijkt en waar misschien toch niet zó veel animo voor is. Verticals, sites die geheel gericht zijn op de verkoop van één type product of dienst. En wellicht zelfs de meeste business-to-businesstoepassingen die uit de hoge hoed van de consultants zijn getoverd.

Uiteindelijk is internet wellicht zowel een van de grootste revoluties als een van de grootste kostenposten uit de geschiedenis: het rendement ligt als een laagje stofgoud over de hele economie, de bedrijfsorganisatie wordt er bij bestaande ondernemingen flink door opgefrist. En de groep van bedrijven die er werkelijk zichtbaar aan verdient is misschien beperkter dan beleggers aannamen.

Tenzij de koersen spectaculair herstellen, wordt de rest van de internetbedrijven, nu het speelkwartier ten einde is, veroordeeld tot het harde regime van cash burn rates, kostenbewustzijn, en harde financiële doelstellingen. En de noodzaak tot daadwerkelijke financiële uitgaven waar tot voor kort met opties kon worden gestrooid naar werknemers, adviseurs en toeleveranciers.

Hoe hard is de koersval intussen aangekomen op het Damrak? Alle aandelen die mee omhoog zijn gesleurd met de techno-, media en telecomrage, zijn inmiddels fors lager. VNU bijvoorbeeld, is al weer een derde onder zijn koersrecornd van 80,75 euro, UPC noteert zelfs zeventig procent onder zijn koerspiek van nog geen drie maanden terug, op de voet gevolgd door Versatel en KPN QWest. Het hardst getroffen zijn de beursgangers van dit jaar: Tie noteert meer dan 70 procent onder zijn koerspiek, World Online 77 procent, Via.networks 83 procent.

Daarmee begint volgende week met een groot vraagteken en een kleintje. Het kleine vraagteken betreft Newconomy, de beleggingsmaatschappij in internet-bedrijven die vorige maand naar de beurs ging.

CMGI, een Amerikaans investeringsfonds in internet-aandelen, noteerde toen NewConomy naar de beurs ging ruim 57 dollar, en is sindsdien gezakt naar nog geen 44 dollar. NewConomy noteerde op zijn eerste handelsdag echter een slot van 10,60 euro en steeg (na een piek van 22,70 euro op 3 mei) per saldo tot 17,35 euro gisteren. Deze forse outperformance ten opzichte van de Amerikaanse collega laat drie mogelijkheden open: óf het aandeel NewConomy is destijds voor een prikje in de markt gezet, óf de beleggingen in de internet-bedrijven van NewConomy zijn van een superieure kwaliteit, óf beleggers hebben te weinig zich op het waardeverloop van de NewConomy-portefeuille.

Het grote vraagteken voor volgende week is uiteraard of UPC de beursgang van internet-aanbieder Chello doorzet. Zijn er nog particulieren bereid om meer dan 20.000 euro voor een breedband-internet-abonnee neer te tellen als ze er niet zeker van kunnen zijn dat ze hem voor méér kunnen doorverkopen? En met hoeveel mitsen en maren schrijven institutionele beleggers in? DSB, waarvan de beursgang gisteren te elfder ure werd afgeblazen, moet een niet al te florissant `boek' hebben gehad van inschrijvingen door (te weinig) particuliere en (te argwanende) institutionele beleggers.

Nu is Chello al behoorlijk in prijs gezakt ten opzichte van eerdere schattingen over de introductieprijs. Maar als volgens de concurrentie straks via telefoonlijnen - en daarna ook mobiel - ook razendsnelle en brede internetverbinding kan worden geleverd, wordt het de vraag waarom een kabel-abbonnee van Chello een factor vijf duurder in de markt wordt gezet dan er nu voor andere abonnees van al beursgenoteerde internet-aanbieders wordt betaald. Woensdag zal de proef op de som worden, als UPC de beursgang van Chello inderdaad doorzet.

One day..

    • Maarten Schinkel