Niet echt moeilijk, maar lekker anders

Het eindexamen wiskunde voor vbo-mavo begon, heel prettig, met een eenvoudige vraag. Maar later kwamen de beruchte instinkers.

Lichte verbazing bij de groep mavo-leerlingen van de christelijke scholengemeenschap Menso Alting in Hoogeveen. Al na anderhalf uur staan ze naast de deur van de gymzaal. ,,Het viel eigenlijk best mee'', vinden ze. Het vbo-mavo-examen wiskunde is nog in volle gang, maar veel leerlingen zijn allang klaar. ,,Daar was ik al bang voor'', zegt lerares Alice Buddingh (44). ,,Ik denk dat ze in de instinkers zijn getrapt.''

Lisette Vos (16) heeft wiskunde-d nodig voor haar vervolgopleiding. Ze wil graag apothekersassistente worden en moet daarom ook wiskunde doen. Maar dat valt niet altijd mee. ,,Ik heb hard gewerkt voor mijn puntjes.'' Buddingh: ,,Je hebt zelfs héél hard gewerkt.''

Na afloop nemen Buddingh en Lisette het examen nog eens door. ,,Het was heus niet zo moeilijk hoor'', stelt Buddingh haar gerust. ,,Er waren wel af en toe momenten dat ik dacht: oei oei, lezen ze dit wel goed?''

Lisette: ,,Zoals die vraag met de tuinschuur.''

Buddingh: ,,Precies. Het was een kwestie van heel secuur werken, maar dan was het heel goed te doen. Gewoon met de houten plankjes beide zijkanten uitrekenen van de schuur.''

Lisette: ,,Ai, dat heb ik dus al fout. Ik heb maar één kant uitgerekend.''

Buddingh: ,,Dat bedoel ik nou.''

Het examen van dit jaar wijkt volgens Buddingh sterk af van andere jaren. De leerlingen kregen niet alleen de gebruikelijke sommen en vragen over ruimtelijk inzicht, ze werden ook op veel andere vaardigheden getest.

,,Met argumenteren en puzzelen kom je bijvoorbeeld ver. De ouderwetse rekensommen verdwijnen langzaam uit het examen.''

Veel leerlingen zullen toch weer struikelen over de vragen veertien tot en met zeventien, denkt Buddingh. ,,De vragen over ruimtelijk inzicht. Je hebt het of je hebt het niet, zeg ik altijd.''

Lisette: ,,Bij mij gaat het wel, maar echt leuk vind ik het niet.''

Buddingh: ,,De helft van de klas zíet het gewoon niet, daar kun je als leraar weinig tegen doen.''

Lisette: ,,We moesten de oppervlakte van een letter uitrekenen.''

Buddingh: ,,De inhoud.''

Lisette: ,,De inhoud dus, daarvan moesten we een bovenaanzicht maken.''

Buddingh: ,,Die moest je tékenen.''

Lisette: ,,En die tekening, daarvan moesten we de vergroting...''

Buddingh: ,,Die moest je uitrekenen.''

De lerares is bijzonder tevreden met de opbouw van het examen. ,,Aan alles merk je dat ze goed rekening houden met de toestand van de leerling. De eerste vraag was echt een binnenkomer, lekker simpel.''

Lisette: ,,Die ging wel, ja.''

Buddingh: ,,Daarna ging het de diepte in. Maar het bleven leuke, intelligente, maar ándere vragen. De opdracht over de aankoop van een nieuwe auto was bijvoorbeeld nou echt een leuke vraag. En de laatste vraag – schatten hoeveel sinaasappels in een kist liggen – was een leuke uitsmijter.''

Lisette: ,,Ik heb ze allemaal geteld.''

Buddingh: ,,Meen je dat nou? Ik kan het me voorstellen hoor, ik heb het stiekem ook gedaan.''

Lisette vond eigenlijk alleen een vraag over een veerpont echt moeilijk. Buddingh begrijpt dat. ,,Een gedeelte van een cirkel op de opgave lijkt op een rechte lijn. Daar zijn mensen vast en zeker ingetrapt.''

Lisette, bedeesd: ,,Ik dus.''

Buddingh: ,,Het is die eeuwige sinus en cosinus, blijkbaar is dat vaak nog steeds te moeilijk.''

Lisette: ,,Ik snapte er niks van, ik schrok ook van die ingewikkelde tekening. Veel te gedetailleerd, ik zat een uur te kijken voordat ik er iets van begreep.''

Het examen was volgens Buddingh rechtvaardig. ,,Ik heb leerlingen in de klas die denken de wiskunde wel te beheersen, en die vullen maar wat in. Die zijn lelijk op de koffie gekomen.''