Laat mijn ouders maar verhuizen

Het gaat om de kinderen. Zolang die maar niet de dupe zijn. De co-ouders die reageerden op `Alles dubbel: je spullen, je kamer, je knuffels’ (Ouder & Kind in Z 20 mei) willen in de eerste plaats het beste voor de kinderen. Maar ze kunnen zichzelf niet vergeten.

Het kost co-ouders moeite zich niet als wraakzuchtige geliefden te gedragen. ,,Ik vertrouwde op de liefde van de vader voor zijn dochter”, schrijft een Haagse vrouw. Een jaar later heeft haar dochter twee keer een nachtje bij hem gelogeerd. ,,Hij is direct na de scheiding bij zijn nieuwe vriendin ingetrokken, ruim honderdvijftig kilometer bij zijn dochter vandaan.” Is de gebroken co-ouderschapsbelofte het probleem of speelt de nieuwe vriendin ook mee?

G. van Hooft e-mailt: ,,Vele telefoontjes, e-mails, brieven, tranen, decepties later weet ik dat wie niet wil, niet wil. Het co-ouderschap vraagt vele concessies. Wil ik nog wel co-ouderschap? Nee! Maar ons kind wel.” En Meike (vorig jaar gescheiden, twee kinderen) wil haar kinderen graag betrekken bij de omgangsregeling maar ziet zich gedwarsboomd door haar ex en de Raad voor de Kinderbescherming. ,,De kinderen willen hun vader een dag per twee weken zien en in de vakanties niet. Dat mag niet van de raad en de vader. Heel triest voor de kinderen en niet te begrijpen.”

Een voorwaarde voor goed co-ouderschap is dat ouders dicht in de buurt van elkaar blijven wonen, oordelen verschillende lezers. Nicoline Kwakkelstein uit Amsterdam (16 jaar geleden gescheiden) schrijft: ,,Mijn twee kinderen staan nu stevig in hun schoenen. Met name de afgelopen acht jaar, waarin hun vader en ik naast elkaar woonden, hebben zij fijn gevonden.”

André Nijenhuis uit Barendrecht betreurt dat zijn ex-vrouw daar na de scheiding geen boodschap aan had. ,,Ze ging aan de andere kant van de stad wonen.” Daarop besloot Nijenhuis zelf naar de wijk van zijn ex te verhuizen. ,,Bij een scheiding zijn de kinderen toch echt de grootste slachtoffers. De veroorzakers moeten zich heel erg bewust zijn van de volgende stappen die zij in hun leven zetten. Laat pa dan maar twee levens hebben: één met de kinderen en één met zijn vriendin.”

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zorgen steeds meer gescheiden ouders beurtelings voor de kinderen, al blijft het percentage gering. Van de gemiddeld ruim 35.000 echtscheidingen elk jaar gaan de kinderen in 59 procent van de gevallen naar de vrouw en in drie procent van de gevallen naar de man. Slechts vier procent van de gescheiden mannen en vrouwen kiest voor een geregistreerde co-ouderschapsregeling, 34 procent treft een onderlinge regeling.

Het verschijnsel van het co-ouderschap stamt uit de jaren tachtig. Voordeel is dat kinderen niet voor een ouder hoeven te kiezen. ,,Kinderen worden niet door een loyaliteitsconflict getraumatiseerd”, heeft Jan Piet de Man, kinder- en gezinspsycholoog te Edegem, België, ondervonden. ,,Ze hoeven niet te kiezen tussen twee ouders die zij beiden blijven liefhebben en wier liefde zij niet willen verliezen. Dat dit psychologische voordeel minder zwaar gaat wegen dan de materiële ongemakken is niet verwonderlijk.” De Man is lid van de landelijke Werkgroep Ko, voor co-ouderschap. De `co-kinderen’ die hij in zijn praktijk sprak, vertelden dat ze door de `week-om-week-regeling’ hun beide ouders hadden behouden.

Hoe anders kijkt Cateleyne Deodatus terug op het co-ouderschap. Vijftien jaar geleden was ze mede-oprichter van de werkgroep KO. Haar dochter was co-kind vanaf haar derde jaar. Maar de regeling beviel niet. ,,Mijn dochter ervoer dat ze zich eigenlijk nergens ontspannen thuis voelde. Ik had moeten luisteren naar al die kinderen die destijds hun zegje mochten doen.” Moest ze de keuze nog eens maken, dan zou Deodatus haar dochter permanent bij een van de ouders onder brengen. ,,Die ouder doet er alles aan om het kind optimaal in de gelegenheid te stellen contact te houden en een relatie te ontwikkelen met de andere ouder – in een bezoekregeling.”

Niet alleen ouders reageerden op het co-ouderschapsverhaal van Janneke en Marjolijn. Ook twee kinderen. Eveline Herzberger leefde de afgelopen drie jaar uit haar koffer. Ze is 17 jaar en verhuist 2,5 keer per week van haar vader naar haar moeder en terug. Marleen Duivenvoorden uit Haarlem woont met haar zusje dat het syndroom van Down heeft, sinds een jaar om beurten bij haar gescheiden ouders.

Er valt mee te leven, constateert Eveline laconiek. Ze zou nooit bij één ouder willen wonen. ,,Maar je hebt als co-kind nooit al je spullen bij elkaar. Ik ga uit en wil die witte broek aan. Kan niet. Die ligt in het andere huis.”

Marleen: ,,Alles loopt redelijk maar zodra er vakanties zijn wordt het hele rooster omgegooid, waardoor ik me afvraag waar ik die avond ga eten. Eigenlijk hoeven de vakanties voor mij niet meer. Veel te veel gedoe. En bovendien blijf je je altijd afvragen of je andere ouder ook plezier heeft.” Hun ouders kunnen nog redelijk met elkaar overweg. ,,Gelukkig zijn er weinig ruzies, alleen geld blijft een probleem”, aldus Marleen. Bij Eveline bespreken ze ,,eindeloos” het welzijn van hun drie kinderen. ,,Als je iets wilt, duurt het langer, omdat er eerst overlegd moet worden met de andere ouder.”

Eveline heeft dé oplossing voor al die ouders met kinderen die besluiten te gaan scheiden. Laat de kinderen alsjeblieft in het huis blijven wonen en de ouders heen en weer verhuizen. ,,Ja, zíj wilden toch scheiden?”

Met deze aflevering is de discussie over co-ouderschap in deze rubriek gesloten.