KOFFIEDRINKEN BESCHERMT TEGEN DE ZIEKTE VAN PARKINSON

Koffiedrinkers hebben een kleinere kans om de ziekte van Parkinson te krijgen dan niet-koffiedrinkers. De kans op de ziekte neemt zelfs af naarmate de gemiddelde dagconsumptie hoger is. Het beschermende effect wordt vooral veroorzaakt door cafeïne, het pepmiddel dat in koffie zit. Dit blijkt uit een onderzoek onder ruim 8.000 Hawaïanen, die deelnamen aan een zeer langdurig onderzoek naar de invloed van eet- en leefgewoonten op hun gezondheid. (Journal of the American Medical Association, 24 mei).

De laatste jaren komen er steeds meer aanwijzingen dat de kans op de ziekte van Parkinson op oudere leeftijd voornamelijk door omgevingsfactoren wordt bepaald. Genetische factoren spelen alleen een rol bij mensen die de ziekte al vóór hun vijftigste krijgen. Het is dus de moeite waard om de omgevingsfactoren waar het hier om gaat op te sporen, zodat preventieve maatregelen kunnen worden bedacht. Als er niet op voorhand een klein aantal verdachte factoren is, zijn ze alleen vindbaar door van een grote groep mensen gedurende een groot aantal jaren allerlei mogelijk relevante gegevens te noteren en te proberen die in verband te brengen met hun gezondheid. Dat gebeurt onder meer in het Honolulu Heart Program. Dit programma ging in 1965 van start met 8.006 mannen van Japanse afkomst, die destijds tussen de 45 en 68 jaar oud waren. In de verstreken jaren sindsdien – de studie loopt nog steeds – zijn de mannen een aantal malen lichamelijk onderzocht en uitgebreid ondervraagd over hun leef- en eetgewoonten. Daartoe behoren ook de consumptie van cafeïnehoudende dranken zoals koffie, thee en cola.

In ruim dertig jaar tijd kregen 102 mannen uit de groep van 8.006 de ziekte van Parkinson. Onder degenen die in het begin van het onderzoek hadden opgegeven dat ze geen koffie dronken bleek de kans op de ziekte van Parkinson twee tot vijf keer zo groot te zijn als onder de koffiedrinkers. De kans neemt bovendien significant af met het gemiddeld aantal koppen per dag. Daarbij maakte het geen verschil of de onderzochte mannen ook nog rookten of alcohol dronken.

Een verklaring geven de onderzoekers niet. Het is echter bekend dat cafeïne in de hersenen een farmacologische werking heeft die lijkt op die van dopamine, de stof die Parkinson-patiënten tekort komen.

    • Huup Dassen