Klein

Als kind heb ik in Arnhem op de Geitenkamp gewoond. Toen dacht ik dat dit de spannendste buurt van Nederland was. Later dacht ik dat dat onzin was, dat voor een kind elke buurt wel zo'n beetje even spannend zal zijn. En nu begin ik weer te denken dat het toch de spannendste buurt van Nederland was.

De buurt staat in mijn geheugen gegrift. Bij woningen herinner ik me de vriendjes die ik had, bij straten en pleinen de spelletjes die we deden, bij winkels de boodschappen die we moesten doen. Maar nu ben ik aan het lezen geslagen.

Ik heb gelezen over schilderachtige bouwmassa's, gebroken kappen, overhoekse raampartijen, siermetselwerk en de detaillering van vensters, deuren en goten. Ik heb zelfs gelezen dat op de Schuttersbergweg – ons bovenhuis! – een architect aan het werk is geweest met een duidelijke voorkeur voor expressieve zadeldaken en grote overstekken.

We slenteren over de Geitenkamp en mijn broer wijst in het voorbijgaan wat je je bij dergelijke termen moet voorstellen, hij slaat een brug tussen mijn beeld van de buurt en het zijne. Hij is bouwkundige.

,,Toch wel met liefde en aandacht gedaan'', oordeelt hij zuinig. ,,Of in ieder geval met goedkope arbeidskrachten.''

Na afloop van deze excursie drinken we een kleinigheid in 't Klinkertje op het Marktplein. Pas als ik ga betalen komen we tussen de mannen aan de tap te staan. ,,Wat zat hier vroeger eigenlijk?'' vraag ik.

De uitbater overhandigt me niet al te toeschietelijk mijn wisselgeld. ,,Wij zitten hier al twintig, vijfentwintig jaar.''

,,Maar vóór die tijd?''

,,Slagerij Frijlink'', roept iemand.

Frijlink, ik spel het maar zoals het me het meest waarschijnlijk voorkomt.

,,Ja Frijlink'', bevestigt de man die pal naast me op een kruk zit. ,,Woon je hier niet?''

,,Ik heb hier gewoond, toen ik klein was.''

Hij bekijkt me van top tot teen.

,,Nou'', zegt hij op zijn Arnhems, ,,je bent nog niet zo groot.''

    • Koos van Zomeren