Kippenkoorts

De effectenbeurs is een royale bron van inkomsten. Een kip die elke dag een gouden ei legt. Bij elkaar met een waarde van miljarden guldens per jaar, zoals in de afgelopen tien tot vijftien jaar. Beurseigenaren en -medewerkers, orderuitvoerders en handelaren zijn daarom bijzonder zuinig op hun kip.

Maar zij hebben de productiviteit niet zelf in de hand, want de omvang en de kwaliteit van de leg hangen af van de orders van beleggers, handelaren en speculanten. Die zorgen voor het voer, en zijn tegelijkertijd de haan.

De eierrapers zijn, onder aanvoering van beleggingsanalisten, altijd in de weer om hun tienduizenden foerageurs te jojoën tussen angst en hebzucht, om te voorkomen dat ze achterover leunen of rond gaan snuffelen in een buitenlands kippenhok. Internationale concurrentie en openheid is natuurlijk mooi, althans voor het bedrijfsleven, maar niet voor een beurs. Hoe lang blijven de oude kippenhokken nog overeind in de huidige beurzenstorm?

Al sinds eind jaren zeventig praten er beurzen over samenwerking. De Amsterdamse Optiebeurs was in deze een van de pioniers. Daarom opende men in 1978 de poorten als Europese Optiebeurs, tevens een samenwerkingsverband met de nieuwe vergelijkbare optiebeurs in Londen. Beleggers konden onder meer handelen in opties op Franse, Engelse, Belgische, Duitse, Amerikaanse en Nederlandse aandelen. Daar is geen fluit van terechtgekomen.

Die eigenwijze Engelsen kozen een paar weken vóór de opening in Amsterdam domweg voor een eigen beurs. De Franse beursmensen zagen Parijs als het middelpunt van de effectenwereld en hoorden de vlooien hoesten. Duitsland was onderontwikkeld qua aandelenhandel. In de VS dachten ze dat Amsterdam de hoofdstad van Kopenhagen was, ongeveer. De Belgen waren tuk op een gokje met opties, maar op Nederlandse aandelen en niet op hun eigen fondsen.

De moraal. Geen van de grote landen gunde Amsterdam een pioniersrol. En evenmin de extra omzet in buitenlandse opties en aandelen. Handen af van onze eieren, luidde het parool. Zo redeneren de beurzen nog steeds.

Begin jaren tachtig zag de Optiebeurs af van de samenwerking in de breedte (in dezelfde tijdzone) en sloot een accoord met de optiebeurzen in Montréal, Vancouver en Sydney. Een bijna 24-uurs handel, de klok rond. Op papier een aantrekkelijk en (te) vooruitstrevend idee, maar de menselijke natuur laat zich niet dwingen. In de praktijk blijkt dat (beleggende) mensen en bedrijven leven volgens een natuurlijk dagritme, waar ze niet voor lange tijd van af wijken om iets op de beurs te doen. Ook dit initiatief stierf een stille dood. Sinds die tijd zijn er over de hele wereld tal van allianties aangekondigd en meestal in stilte gestorven.

Een integratie is alleen mogelijk dankzij de opkomst van snelle en betaalbare (personal) computers, uitgekiende, zeer complexe programma's en wereldwijde telecommunicatienetwerken. Die techniek is er allemaal, nu de mensen nog.

Dezer dagen heerst er weer een wereldwijde kippenkoorts, een zenuwachtige opgewondenheid. De druk lijkt groter dan ooit en komt van diverse financieel krachtige partijen. Grootbeleggers. Eigenlijk willen die één groot kippenhok, net als in de VS. Hoe timmer je dat in elkaar, zonder de landelijke hokken af te breken? Wie wil met wie en onder welke voorwaarden?

Amsterdam, Brussel en Parijs vormen een blok. Londen en Frankfurt gaan samen, wellicht. Wat doen Milaan en Madrid? En die Amerikanen, de superkippenboeren? Hoe passen de optie- en termijnbeurzen in die verbanden. En, heel belangrijk, hoe zet je de afwikkeling van de orders (clearing) op, de verrekening van de aan- en verkoopbedragen (settlement) en de garantie van rechten en plichten? Je moet een (gezamenlijke) beurs immers met één administratie ondersteunen, anders is er geen sprake van één beurs.

Het blijft niet bij enkel Europese beursblokken. Men kijkt naar Wall Street en de Nasdaq om de voedertijd te verlengen tot tien uur 's avonds. Wie zit daarop te wachten?

Hoe loopt die fusietrend af? Niet goed. Elke beurs die een of meer van zijn vitale onderdelen (fondsen, procedures, computersystemen en -programma's, clearing) prijs geeft aan een groter geheel, slacht de gouden kip. Hoe weet je welke eieren straks van jou zijn in dat grotere hok? Krijgt jouw kipdeel wel genoeg te eten? Zo'n beurs komt in de problemen als de samenwerking mislukt en ieder weer voor zich moet gaan opereren.

Eigenlijk kan de Amsterdamse beurs niet op eigen houtje beslissen of ze opgaat in een groter geheel. Formeel misschien wel, maar maatschappelijk gezien niet. Immers de waarde van veel vermogens is gebaseerd op de koersen van Nederlandse effecten. Die basis mag je niet laten ondergraven door mensen die het korte termijn eigen gewin vooropstellen, zoals bij de introductie van World Online.