`Kinderen willen alles hebben, echt alles'

De verkoop van speelgoed loopt als een trein. Geboortegolf en koopkrachtgroei zijn stimulerende factoren. Ook worstelen tweeverdienende ouders worstelen met een schuldgevoel.

De kinderen van Margaret Patijn uit Uithoorn kijken smachtend naar de Pokémon-poppen in de vitrine. Vooruit dan maar, ze mogen er ieder één uitkiezen. Ze kan gewoon geen `nee' zeggen, verzucht Patijn. Als ze zelf gaat winkelen, dan moeten de kinderen ook wat hebben. Ze probeert het te beperken tot één keer in de maand. ,,Als ze iets echt willen hebben, dan vind ik dat ze het moeten krijgen. Veel dingen mocht ik vroeger niet.'' Bovendien werkt Patijn 32 uur in de week. ,,Ik moet bekennen dat ik daardoor meer voor ze koop. Instinctief ga je dan toch meer geven, omdat je ze weinig ziet.''

Het gaat goed met de verkoop van speelgoed. Blokker, eigenaar van speelgoedketens Bart Smit en Intertoys, zette in 1999 3,9 miljard gulden om, drie procent meer dan het jaar daarvoor. De nettowinst groeide met 12 procent tot 168 miljoen gulden. De holding schrijft de groei vooral toe aan de verkoop van speelgoed. Ook éénmans-speelgoedzaken zeggen de afgelopen paar jaar steeds meer te verkopen.

Eén van de oorzaken is de kleine babyboom van de afgelopen vier jaar. In 1999 is volgens het CBS het grootste aantal kinderen geboren sinds 1972: 200.000. Elf procent meer dan in 1983 bijvoorbeeld, toen er 170.000 kinderen werdengeboren.

Maar er zit meer achter. Ouders geven vaker en makkelijker geld uit aan speelgoed, vertellen speelgoedverkopers. Ten eerste hebben tweeverdieners veel te besteden, merkt de eigenares van de gelijknamige speelgoedzaak Rieneke de Klerk. Neem de duurdere driewielers met luchtbanden die in haar winkel staan. ,,Vroeger verkocht ik er twee per jaar en kochten mensen vooral de goedkope driewielers met harde plastic banden. Nu moet ik de luchtbanden heel vaak bijbestellen.''

Veel ouders met drukke banen kopen ook meer omdat ze hun kinderen weinig zien, zeggen zowel De Klerk als bedrijfsleider F. de Rijke van een Intertoys-filiaal. ,,Het heeft te maken met een beetje een schuldgevoel.''

Kochten ouders vroeger alleen cadeautjes voor Sinterklaas en verjaardagen, tegenwoordig kopen ze het hele jaar door. Ouders Ben en Jane uit de Amsterdamse Kinkerbuurt zoeken met hun twee kinderen bij Intertoys een aanvulling voor de plastic waterbaan Aquaplay. Ze kopen heel vaak ,,kleine dingen'' voor hun kinderen, zeggen ze. Auto's, knutselspullen. Hun zevenjarige dochter heeft haar oog laten vallen op plastic kraaltjes in een roze verpakking. Onweerstaanbaar. ,,Nee schat, geen kralen, zoek maar iets anders uit'', zegt Jane. ,,Je hebt nog heel veel kralen. Ik heb gisteren nog allerlei kralen gevonden.'' Verwend mogen de kinderen niet worden, vindt haar man Ben. ,,Ze moeten wel dankbaar zijn.''

Toch lijkt de huidige generatie kinderen veel speelgoed gewoon te vinden. Twintig jaar geleden golden tekenspullen zoals stiften, kleurboeken en potloden als een mooi verjaardagscadeau. Nu behoren ze tot de standaaruitrusting van een huishouden, vertelt De Klerk. ,,Die heb je altijd in huis zodat de kinderen altijd wat te tekenen hebben. Veel ouders vinden dat ze op een verjaardag niet met zoiets kunnen aankomen. Een cadeau moet iets `bijzonders' zijn.'' De keuze uit `bijzondere' spullen is duizelingwekkend. Er is niet één Barbie-pop, maar wel vijftien. `Winnie-the-Pooh' is geen boekje meer, maar een video of een plastic huishouden met Tigger- en Piglet-poppen. Lego is er niet alleen in een plastic uitvoering maar ook op CD-rom.

Eén ding is nauwelijks veranderd: Nederlanders beschouwen speelgoed nog altijd als een beloning voor goed gedrag en niet als iets wat een kind nodig heeft, zegt J. van Mouwerik. Hij verkoopt al tien jaar houten speelgoed in zijn winkel `Goochem'. Allemaal gemaakt in Europa, en niet in China, waardoor het duurder is dan de producten van Bart Smit of Intertoys. Van Mouwerik: ,,Een broek vindt men nodig, speelgoed niet. In Duits- en Engelstalige landen vinden ze speelgoed wel nodig, daar besteedt men veel meer aan hun kinderen.'' Een houten boerderij kost bij Goochem tachtig gulden; in Zwitserland kost de goedkoopste boerderij 600 gulden, vertelt Van Mouwerik.

Met name ouders en grootouders komen op de houten poppenkasten, puzzels en garages bij Goochem af, zegt Van Mouwerik. ,,Kinderen vallen eerder voor de fel gekleurde verpakking bij Bart Smit en Intertoys.'' De populaire Barbie-poppen, Pokémon en Nintendo-spelletjes verkoopt hij niet eens. ,,Ik verkoop liever speelgoed dat wat overlaat aan de fantasie van het kind.''

Kinderen vallen ook voor televisiereclame, stelt moeder M. Patijn vast, wierzoon en dochter vier en vijf jaar oud zijn. ,,Ze ontwikkelen een ongelofelijke verzamelingsdrang. Het begint met een televisieserie zoals Pokémon. Dan komen er kaarten en boekjes bij en poppen en spelletjes. Ze willen het allemaal hebben, werkelijk allemaal.''