Hollands dagboek: Ahmet Yilmaz

Ahmet Yilmaz (27) is sinds 1998 gemeenteraadslid in Enschede, dat vorige week werd getroffen door een vuurwerkramp waarbij achttien mensen om het leven kwamen. Yilmaz is gemeente- raadslid voor GroenLinks. Hij is getrouwd met Özlem.

Woensdag 17 mei

De dag van regen en kou

Mijn stad wordt gewassen

De wolken zijn verdrietig

Ze schamen zich voor ons mensen

Wij zijn allemaal schuldig aan deze

ramp

De dag begint om 6.00 uur. Ik sta in haast op, even haren wassen en op de fiets naar het stadhuis. Een vraaggesprek met Radio 1 over de gang van zaken tot nu toe. Ik heb mijn twijfels, zoals iedereen. Alles wat ik zeg, is om de schijn van het in de doofpot stoppen van de oorzaken van deze ramp te weren. Ik wil openheid en spreek. Maandag had Jan (de burgemeester) ons fractievoorzitters gevraagd voorzichtig te zijn tegen de pers. Dit verzoek heb ik naast me neergelegd, ik spreek de media toe. Niets mag verzwegen worden.

Op mijn werkplaats bij het Anti Discriminatie Bureau (ADB) was het onderwerp van de dag net als gisteren opnieuw de ramp, de ontwikkelingen en mijn rol als volksvertegenwoordiger. Mijn collegae Marten en Mustafa waren het met mij eens. ,,Een volksvertegenwoordiger moet in noodgevallen niet zijn mond dichthouden. Spreken is belangrijker dan voorheen.'

Een journalist van de Volkskrant belt en vraagt mij of de informatievoorziening vanuit de gemeente wel voldoende is geweest. ,,Nee, het is niet voldoende.' In Enschede krijgen economische belangen altijd voorrang. De ramp is naar mijn mening ook het gevolg daarvan. Natuurlijk staat de Enschedese bestuurscultuur niet op zich. Nee, deze wordt mede bepaald door mondiale en nationale ontwikkelingen. De expansiedrift en de wil om meer en meer geld te willen maken, bepaalt het lot van de Enschedese bestuurscultuur. Vaak wordt het monster de moordenaar van zijn heer (Frankenstein). Wie is hier de heer en wie het monster?

De vraag gonst in mijn hoofd. Er is één schuldige: wij mensen die ons als onschuldigen voordoen.

Donderdag

De dag begint weer met een mediatelefoontje: journalist van het programma Netwerk vraagt mij of ik wil deelnemen aan het programma van vanavond. Daaraan zal ook een milieudeskundige deelnemen, die beweert dat de vergunning die aan S.E. Fireworks is verstrekt waarschijnlijk geen rechtsgeldigheid heeft gehad, omdat niet goed is gecommuniceerd naar de omwonenden (van het bedrijf).

We hebben een afspraak gemaakt, om 14.00 uur bij café SamSam. Om 13.45 uur ga ik met mijn vriendin richting SamSam, maar om 14.00 uur aangekomen is er niemand te bekennen. Na een kwartier nog steeds niemand, ik vraag de serveerders of iemand een bericht heeft achterlaten, maar nee, niets. Ik haal de Volkskrant op, blader door, bij het bericht `Gemeente geeft niet genoeg informatie' blijf ik steken. Zij hebben mijn woorden geciteerd. De Nieuwe Revu heeft mij ook geciteerd: ,,(...) de ramp zal een politiek staartje krijgen.'

Ja, wat zal dat politieke staartje zijn? Wie zullen wij verantwoordelijk stellen, wie gaat het onderspit delven? Is het het voltallige College van Burgemeester en Wethouders, is het alleen de verantwoordelijk wethouder, of is het de burgemeester? Maar we kunnen ook de minister van VROM hiervoor verantwoordelijk stellen, of misschien Defensie?

De politiek is bij groot menselijk leed niets meer, niets dat ertoe doet. Politiek kan menselijk leed niet voelen, alleen de mens in de politiek kan dat. Maar de functie die de politicus, de functie die de bestuurder bekleedt, staat de persoon daarachter niet toe het leed te voelen. De politicus wil woorden uiten die geen gevoel hebben en snijdt daarmee hard in eigen vingers.

De hele dag raast in mijn hoofd de vraag: Wat wil ik? Wat is de zin van het leven na deze ramp? Waarom heeft deze ramp ons wakker geschud? Sliepen wij? Was er een tijdbom geplaatst in onze achtertuin? Wie heeft deze tijdbom voor ons geplaatst?

Een ding weet ik zeker: wanneer alle explosieven en alle (kern)wapens de wereld uitgeholpen worden, zullen we geen last meer hebben van zulke Enschedese rampen.

Ik ben uitgeput, alles draait om de ramp, alles wat ik doe hangt met de ramp samen, geen seconde gaat daaraan voorbij.

Vrijdag

Bij mijn ouders geslapen. Om 10.00 uur uit mijn bed wakker geschud door een telefoontje: of ik wilde deelnemen aan een tv-programma bij SBS6?

Dat wilde ik wel. Na het ontbijt ben ik samen met mijn vriendin en twee vrienden die ook slachtoffer zijn geweest van de ramp, voor het eerst naar de rand van het rampgebied gegaan. Het was een raar gezicht, alle dakpannen waren op de grond, veel ruiten zijn kapot, het gebied wordt met hekken omsingeld. Elke tien meter is er een beveiligingsmedewerker geplaatst. Het is allemaal ongelooflijk, alsof er een giftig gebied wordt omsingeld, om de buitenwereld voor nare gevolgen te behoeden. Ik word er niet goed van, Enschede is een wijk kwijt.

In feite kent Nederland alleen maar watersnoodrampen. In Enschede is dat gevaar het kleinst, een vuurwerkramp had ik nooit kunnen bedenken. Ahaus (tijdelijke kernafvalopslagplaats) en Urenco (uraniumverrijkingsfabriek) zijn nog niet geëxplodeerd, maar wie geeft ons de garantie dat dat morgen niet gebeurt?

De mensen hadden het over de paddestoel van een atoombom bij de beschrijving van de rookwolk ten gevolge van de explosie, maar de gevolgen waren niet zo groot als in Hiroshima of Nagasaki. Maar wie kan ons garanderen dat in Ahaus, Urenco, Lingen, Dodewaard, of waar ook maar kernenergie opslag- en bewerkingsplaatsen liggen, geen explosie kan plaatsvinden die fataal is voor de mensheid? Is Tsjernobyl dan zover weg?

Ik dacht, ik dacht, ik dacht, ik dacht alleen maar dat ik veilig was.

Zaterdag

De stille tocht gisteren was mooi. De mensen waren mooi. En de Volkskrant citeert een meisje: ,,Enschede is lief. Enschede is écht lief.'

Het gedicht van Willem Wilmink moet ik lezen. Het heet `Enschede huilt': ,,Een buurt, die wel veel zorgen had,/ maar die ook vol verhalen zat,/ vol humor en gezelligheid,/ die buurt zijn we voor eeuwig kwijt./ Daar waar het vol van kinderen was,/ verschillend van geloof en ras,/ maar in hun spel gelijkgezind/ loopt nu geen enkel kind./ In de oorlog stond de stad in brand/ op Pathmos, Zwik en Hoogeland:/ meer dan een halve eeuw nadien/ kun je daarvan nog sporen zien./ Nu is, in de heerlijke maand mei, / bij vogelzang, zo vrij en blij,/ de stad opnieuw iets aangedaan/ dat nooit en nooit voorbij zal gaan./ Arm Enschede, verberg je in/ de armen van je koningin/ en huil, want daar is reden voor/ en huil dan maar aan één stuk door.'

Timmy kan niet huilen. Waarom kun je niet huilen Timmy? ,,Ik wil wel, maar ik kan het niet.' Timmy, is een Engelsman, hij is niet `British' zegt hij. Hij is in Zuid-Afrika opgegroeid en werkt nu voor kinderen. Stelt kindermishandeling aan de kaak, laat politie en de Raad voor de Kinderbescherming niet zonder melding. Timmy is een Engelsman, hij trilt van de schok, de ramp is nog niet voorbij.

De condoleanceregisters in het stadhuis worden volgeschreven. De avonduren staan in het teken van SBS6. Het programma een week na de ramp wil de ramp met menselijke en deskundige verhalen opnieuw onder de aandacht brengen.

Zondag

Goed uitgeslapen tot 12.00 uur. Er is een informatiemiddag voor Turkse leden in de vereniging. De gemeentevertegenwoordigers zijn er met vijf man. De wethouder van Welzijn & Cultuur voert het gezelschap aan. De mensen zijn verontrust en verdwaasd. Ze weten niet wat het beste is, is losse asbest wel gevaarlijk? Er wordt een informatie- en adviescentrum opgericht, morgen van 9.00 tot 21.00 uur kan men bellen en langskomen bij het Molenplein.

18.30 uur, repetitietijd voor Anadolu Ezgisi (Melodie van Anatolië), onze mooie muziekband. Funda, mijn zusje, zingt het lied `Birindar Kirim Xaribiye': het buitenland heeft mijn hart verscheurd, mijn ogen lopen vol, ik kijk mijn liefde aan, wat valt er nog te leven als de mensen elkaar niet meer liefhebben? Ik houd van jullie allemaal, onvoorwaardelijk en intens, o mensen, help elkaar!

De politiek mag van mij dood. De mens moet meer liefhebben, de mens zal zingen en overwinnen.

Maandag

Ik had een afspraak met een cliënt om 13.00 uur bij het ADB. Nadien ben ik naar het stadhuis gegaan, alle mediawagens waren weg, een week na de ramp is de media-aandacht verloren gegaan. De drukte is weg, het is nazorgtijd.

Om 17.00 uur ben ik naar het Molenplein gesneld. Het informatie- en adviescentrum is met zijn werk gestart. Ik ben van 18.00 tot 21.00 uur ingeroosterd. Mijn taak bestond eruit Turkse hulpvragers te begeleiden en te tolken. De avonduren zijn waarschijnlijk toch niet geschikt voor de getroffenen, ze komen niet. Waarschijnlijk worden de openingstijden ingekort.

Wel hebben we het gezellig gehad, wij Turkse en Marokkaanse hosts. Ja, we werden tot host benoemd, begeleider voor hulpvragers.

De eerste moppen over de ramp kwamen van de jongerenwerkers, die het weer van de jongeren hebben gehoord. Ik vond het cru, maar moest ook wel eens lachen.

Dinsdag

Het leven gaat door ondanks alle ellende. Het is raar, heel raar, we kunnen gewoon niet blijven steken in het leed dat we een week lang hebben gedragen. De mens wil zich fijn voelen en genieten van het leven. Een Algerijnse schilder roept mij: ,,Misschien leren we het leven meer waarderen.'

Dat blijft mij bij, het leven waarderen en genieten van het moment.

Woensdag 24 mei

Twee zaken afgerond vandaag:

1. Scriptie voor mijn studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening over discriminatie bij discotheken ingebonden en ingeleverd bij mijn docent. Het werd tijd, 15 mei was de deadline.

2. De pijn van de laatste negen dagen is geleidelijk aan veranderd, ik ben minder prikkelbaar. Ik wil intens lachen. Ik heb gelachen, vier Turkse comedians waren op tv voor een talkshow, om alles moesten ze lachen.

Al huilende lachen of al lachende huilen is een Turks begrip dat ik in het Nederlands niet ken. Ik vraag me af of Nederlanders wel intens hun gevoelens uiten. Jawel, jawel, iedereen uit zijn gevoelens op de eigen manier, verschil moet er zijn.

In Enschede krijgen economische belangen altijd voorrang

    • Ahmet Yilmaz