Het graf van Tiberius Iulius Probus

In het Utrechtse Houten vond een amateur-archeoloog een Romeinse grafsteen, in de stort van graafwerk voor een fietstunnel. De steen is waarschijnlijk opgericht door de dochter van de gestorven soldaat. Een reconstructie.

De vondst van de grafsteen is te danken aan de oplettendheid van amateur-archeoloog B.Elberse uit Bunnik. Hij volgde de werkzaamheden voor de aanleg van een fietstunnel onder de spoorlijn Utrecht – 's Hertogenbosch. In de wand van de tunnelsleuf vond Elberse Romeins aardewerk en stukjes fresco. Hij ging daarna op de stort van het graafwerk kijken, ontdekte hier het fragment, bracht het in veiligheid en meldde de vondst.

Inmiddels heeft dr. A.M.J.Derks de steen bestudeerd. Derks is verbonden aan het Archeologisch Instituut van de Vrije Universiteit (Amsterdam). Tijdens een gisteren in Houten belegde persconferentie stelde Derks zijn reconstructie en interpretatie voor. Een grote steun daarbij is de Romeinse standaardisatie van dit soort monumenten. Derks: ``Uitgangspunt voor de reconstructie van de steen is het type grafmonument. Boven zie je een gedeelte van iemand die in een toga is afgebeeld met nog net de aanzet van zijn hand. In volledige staat is dit een voorstelling die we kennen van grafstèles uit het Rijnland, met name uit Keulen en omgeving. De onderkant van deze stèles, het stuk dat men ingroef, werd ruw bekapt. Daarboven krijg je dan de tafel, het omlijste vlak voor de inscriptie, en daar weer boven een nis met de buste van de overledene. Oorspronkelijk zal dit kalkstenen grafmonument minimaal 150 centimeter hoog zijn geweest, 50 centimeter breed en 20 centimeter dik. Dit type dateert ook de steen, maar preciezer dan tussen 25 en 50 na Christus kunnen we nu nog niet zijn.''

Van vergelijkbare ouderdom zijn nog slechts twee andere Romeinse grafstenen uit Nederland bekend, een uit Heerlen en een klein fragment uit Maastricht. Derks vermoedt voorzichtig dat de Houtense grafsteen uit de tuin van een villa afkomstig is. Vlakbij de huidige vindplaats van de grafsteen werden in de vroege jaren negentig de resten opgegraven van een gebouw waarvan de fundering bestond uit Romeins materiaal, waarschijnlijk van een afgebroken Romeinse villa uit de directe omgeving. De verzaagde halve grafsteen is waarschijnlijk ook als bouwmateriaal gebruikt.

De reconstructie en interpretatie van de inscriptie is niet eenvoudig. Derks: ``De opschriften – vaak afkortingen – hebben een vaste volgorde en die begint met de naam van de overledene. Op basis van het feit dat hij in toga is afgebeeld neem ik aan dat hij Romeins burger was. Dan had hij een voornaam, een familienaam en een bijnaam. In de eerste regel staan voornaam en familienaam. TI staat voor Tiberius. IU is het begin van de familienaam Iulius. Ook wat ruimte betreft komt die aanvulling goed uit. Voor Romeinse bijnamen bestaan lijsten, maar de meeste die met PRO beginnen zijn voor deze steen veel te lang. Ik heb de kortste gekozen: Probus, `de brave'. Op de volgende regel staat IULI. Dat moet een plaatsnaam zijn. In dit geval Forum Iulii, het tegenwoordige Fréjus in Zuid-Frankrijk. Daarna volgt een M en CHORT, wat `van een cohort' betekent. Die M kan dan alleen maar het begin van MILES zijn, van `soldaat'. De cohorten waren genummerd en hadden een bijnaam. Hier heb ik I CLASS toegevoegd. Van de cohors I Classica (`van de vloot') wisten we via dakpanstempels en militaire diploma's dat het na de Bataafse Opstand van 69/70 na Christus bij Vleuten-De Meern gelegerd was. Dit hulptroepen-cohort werd onder keizer Augustus gelicht uit soldaten van een vlootonderdeel dat Fréjus als thuisbasis had. Anders dan destijds bij hulptroepen gebruikelijk was, bestond het volledig uit Romeinse burgers. De status die uit Probus' buste spreekt is daarmee in overeenstemming. De verwijzing naar Fréjus en de datering van de grafsteen, tussen 25-50 na Christus, betekent dat dit cohort veel vroeger in onze streken aanwezig was dan tot nu toe werd aangenomen. Dat is een van de belangwekkende aspecten van deze steen.''

Dan komt AN, een afkorting van Annorum: `oud zoveel jaren', maar Derks mist de leeftijd. Oud zal Probus echter niet zijn geworden. Omdat hij zich als miles laat aanduiden en niet als veteranus staat het vast dat hij tijdens zijn actieve dienst overleed. De onderste twee regels geven aan wie de steen oprichtte, vaak een verwant. Het MATER van de laatste regel kan niet op Probus' moeder slaan, meent Derks. IULIA TI. en MATER.. zal gelezen moeten worden als IULIA TI FILIA MATERNA, als `Iulia Materna, dochter van Tiberius'. Derks zette er ten slotte nog een afkorting achter die veelvuldig op Romeinse grafstenen voorkomt: HFC, ofwel `de erfgenaam heeft (dit monument) laten maken'. Derks: ``Aanvullen en interpreteren gaat in dit soort situaties altijd gepaard met educated guessing. Je moet ook zoveel mogelijk samenhangende bouwstenen aandragen. Het resultaat is een voorzet die blijft tot er een beter sluitende, een meer plausibele verklaring wordt bedacht. Zo werkt dat.''