Half miljard

Enig leedvermaak had ik wel over de claim van het Joods Wereldcongres tegen de Nederlandse beurs en banken. Een half miljard. Acht miljoen wil de beurs nu slechts geven, terwijl de overgebleven schuld aan onteigende joden een halve eeuw geleden al ten minste twaalf miljoen in effecten beliep. De Nederlandse handelaren hebben dat resterende bedrag toen niet teruggegeven. Jammer dat de meesten niet meer in leven zijn om deze vernedering mee te maken.

De onderhandelingen met joodse organisaties waren al een maand gestaakt en de Amsterdamse beurs dacht dat daarmee de kous af was. En dat wil fuseren met New York. Beursvoorzitter George Möller moet nog veel leren over de grote wereld. Dat bleek ook al bij de mislukte beursgang van World Online.

Als het Centraal Joods Overleg binnen een maand niet tot een akkoord komt, dreigen er sancties tegen de aanzienlijke Amerikaanse belangen van het Nederlandse bankwezen. Het CJO speelt Good Cop, Bad Cop met het in New York gevestigde Joodse Wereldcongres, in naam internationaal, maar Amerikaans van karakter. Grove generalisaties worden niet geschuwd. De leiding loopt regelmatig voor de troepen uit en kwam in aanvaring met de gematigder Europese joodse ledenorganisaties. De directeur van het Joods Wereldcongres, Elan Steinberg, bleef oproepen tot een boycot tegen Nederlandse verzekeraars, ook nadat het Verbond van Verzekeraars vorig jaar een akkoord had gesloten met joodse organisaties. Een daarvan is het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, zelf weer lid van het Joods Wereldcongres. Een vergelijk met het Centraal Joods Overleg wordt plotseling heel aantrekkelijk.

Holocaust-ennui

Cor Suijk, de verkoper van de laatste zes dagboekpagina's van Anne Frank wil met de opbrengst water naar de zee dragen met de zoveelste holocaust-instelling in Amerika. Zijn vriend Otto Frank zou woedend zijn geworden over de verkoop van de dagboekfragmenten, als hij nog had geleefd, gaf Suijk ruiterlijk toe in het programma Nova. Maar Suijk zou het kunnen uitleggen.

De Nederlandse regering moet niet alleen bijna drie ton betalen maar ook bemiddelen in het vinden van een miljoen sponsorgeld voor de Holocaust Education Foundation. Het lukte Suijk niet in zijn eentje in Amerika ondanks alle institutionele Anne-Frank-connecties. Het holocaust-onderricht heeft in Amerika met Hollywood-films, documenten en aangrijpende tentoonstellingen een verzadigingspunt bereikt. De Boston Globe meldde deze week `holocaust ennui'. Vandaar dat het bekroonde oorlogsdagboek van de tijdens de oorlog in Nederland ondergedoken Edith Velmans in Amerika niet dan met de grootste moeite een uitgever had kunnen vinden. ,,Het Amerikaanse publiek is veel meer overladen met dit onderwerp dan het Europese', zegt Juris Jurjevics, hoofdredacteur van de kleine Soho Press die het boek van Velmans uiteindelijk publiceerde. Dit dagboek van ,,de Anne Frank die bleef leven' is wereldwijd verspreid tot in Japan toe.

In zijn kritische studie The Holocaust in America analyseert Peter Novick de wordingsgeschiedenis van het holocaust-verhaal in de Verenigde Staten en hij beschrijft hoe de ge-Amerikaniseerde versie weer wordt teruggeëxporteerd naar Europa.

Een reden voor de grote Amerikaanse aandacht is het grote aantal overlevenden dat uit Europa komt als vluchteling of als slachtoffer vlak na de oorlog. Het grote aantal gedenktekens en musea in Amerika voor de Europese holocaust staat tegenover een gering aantal monumenten voor Amerikaanse tragedies zoals uitsterving van indianenstammen, de slavernij en de tot in de jaren zestig durende segregatie van zwarten. Zonder onaangename leedvergelijking is die gruwelijke Europese holocaust gemakkelijker te bespreken dan dat heikele eigen, Amerikaanse verleden. Dat schrijft Novick.

Op de nationale pronkplaats, de Washingtonse Mall, staat niet eens een slavernijmonument, maar wel een Holocaust Memorial Museum. Aan de oprichting van dat museum ging binnen joodse kring een hevige polemiek vooraf over de noodzaak. Amerika heeft al meer dan 75 grote en kleine holocaust-musea. Nu nog dat door Nederland voortgeholpen stichtinkje van Suijk.

Foster Parents

Nieuw is het recht van arme mensen op goede ontwikkelingshulp. De burgers van de sloppenwijk Cité Soleil in Port-au-Prince (Haïti) eisen via de Nederlandse advocaat mr. B. Tomlow goede hulp van Foster Parents. Een Haïtiaans wijkcomité heeft zelf contact gezocht met Tomlow. Foster Parents heeft die wijk verlaten in 1998 wegens slechte werkomstandigheden. Op de hielen gezeten door kritische brievenschrijvende donateur-pleegouders heeft Foster Parents besloten met Tomlow te gaan onderhandelen. Er komt een onderzoekscommissie. Als Foster Parents naar Haïti zou terugkeren, is er een precedent. Een nieuw onderwerp voor correspondentie met al die verre Nederlandse pleegkinderen: ,,Beste pleegouders, kent u daar ook een advocaat?'

Benzineprijs

Zingend tank ik een keer per maand de auto bij. Op naar de drie gulden per liter. Met genoegen betaal ik 150 gulden voor een volle tank. Lang heb ik naar hogere prijzen uitgekeken maar ik heb makkelijk praten: ik ben een echte zondagsrijder, omdat ik het geduld mis voor files.

Een hogere benzineprijs bereikt vanzelf wat al die moedige ministers van Milieu en Verkeer en Waterstaat niet is gelukt. Zuinig energiegebruik gaat in tegen het milieu-ennui. Op de korte termijn hebben hoge prijzen weinig effect, want de meesten kunnen wel wat extra's betalen. Gebruikspatronen en dagelijkse afhankelijkheid zijn ingesleten. Maar op de lange termijn gaan mens en samenleving zich toch aanpassen. Dat had al eerder moeten gebeuren, want volgens het officiële Haagse standpunt is er sprake van een gevaarlijk broeikaseffect door te veel energiegebruik.

Maar ondanks mooie beloften en internationale verdragen is de Nederlandse regering er niet in geslaagd om het brandstofgebruik te beteugelen. We gebruiken steeds meer. De Nederlandse oliedorst is grenzeloos, steeds verdere charterreizen, steeds grotere jeeps.

Het wordt tijd om meer te betalen, want elk decennium gaat het aantal ontdekkingen van nieuwe olievelden drastisch omlaag, van 375 miljard vaten in de jaren zestig tot 150 miljard in de jaren tachtig en in de jaren negentig was het nog minder. Zelfs grote oliemaatschappijen geloven in het broeikaseffect, ook al berust die op een waarschijnlijkheidsberekening met onduidelijke effecten. Onlangs zijn BP, Amoco en Shell in Amerika overgestapt van de The Global Climate Coalition, die volhoudt dat het broeikaseffect niet bestaat, naar de Pew Center on Global Climate Change, die juist lobbyt voor een energiezuinig beleid tegen het broeikaseffect. De pomp moet duur blijven, anders wordt het later: ,,Pappa, wat deed je vroeger tegen het broeikaseffect?'

    • Maarten Huygen