Habibie surft als weldoener op de golven van de tijd

De Indonesische oud-president Habibie trok deze week de aandacht met de opening van een naar hem genoemd centrum. Monument van idealisme of van politieke berekening?

In Jakarta anno 2000 hoor je er niet bij als je niet meedoet aan de millenniumrage. Nieuwe motorfietsen worden voorzien van futuristische flitsstrepen. Toen oud-president Habibie zich deze week voor het eerst sinds zijn aftreden weer voor de tv-camera's vertoonde, bleek zijn bovenlip begroeid met tot een streepje getrimde snorharen. ,,Habibie draagt een millenniumsnor'', kopten de boulevardbladen in Jakarta.

Prof.dr.ir. Bacharuddin ('Rudy') Jusuf Habibie (63) is al een leven lang `man van de toekomst' en het laatste wat hij ambieert, is een aureool van vergane glorie. Deze week lanceerde hij in de duurste vergaderzaal van Jakarta The Habibie Centre (THC), een denktank ter bevordering van democratie en respect voor de rechten van de mens. Niet toevallig thema's die in het reformasi-tijdperk boven aan de politieke agenda staan. `Rudy' verheelt niet dat hij het idee heeft overgenomen van de Amerikaanse oud-president Carter, die na zijn afscheid het Carter Centre stichtte, dat wereldwijd toeziet of verkiezingen reglementair verlopen.

Dat het THC bulkt van het geld blijkt uit alles. Het is gehuisvest in een luxueus kantoorpand in Kemang, een wijk in Jakarta-Zuid die geliefd is bij diplomaten. De opening ging gepaard met een copieus diner in het Hilton Hotel en een driedaags seminar, dat werd toegesproken door niemand minder dan Habibie's opvolger, president Wahid. Het studieuze samenzijn werd opgeluisterd door de Filippijnse oud-president Cory Aquino en de ambassadeurs van China, Japan, Duitsland en de Verenigde Staten.

Financier van het centrum is, naar verluidt, Habibie zelf. Dat is best mogelijk, want dit wonderkind was als jonge luchtvaartingenieur al bestuurslid van het Duitse concern Messerschmidt Bolkow Blohm. Behalve een pensioen ontvangt hij van MBB nog steeds royalties voor de door hem ontworpen vliegtuig- en raketsystemen, en dat zijn forse bedragen.

Het THC-bestuur bestaat vooral uit familieleden: voorzitter Habibie, zijn vrouw en twee zoons. Twee broers, `Timmy' en `Fanny', leiden de divisies `media' en `maritieme zaken'. Op de loonlijst staan verder louter leden van Rudy's clientèle: oud-ministers uit zijn kabinet (1998-1999), zakenvrienden en intellectuelen die hij in zijn entourage opnam toen hij nog minister van Onderzoek en Technologie was onder Soeharto (1978-1997).

`All the presidents men' scharen zich opnieuw rond het clanhoofd. Het THC lijkt wel een schaduwkabinet. Bestuurslid Dewi Fortuna wuift alle politieke bijgedachten weg: ,,Habibie wil zijn werk afmaken. Hij gaf de stoot tot democratisering van Indonesië en dat proces moet doorgaan. Habibie schreef de eerste democratische verkiezingen uit en liet het volk van Oost-Timor zelf over zijn toekomst beslissen. THC wil met onderzoek, beurzen en technische expertise de prille democratie versterken.''

Maar de onafhankelijke politieke onderzoeker J. Kristiadi twijfelt aan deze edele motieven: ,,Habibie deed als president niets anders dan de eisen van het volk inwilligen. Hij moest wel, anders was hij weggevaagd. Kan iemand die zijn patroon Soeharto kritiekloos volgde, een democraat in hart en nieren zijn? Habibie's loopbaan is die van een surfer, die voortsnelde op de golven van de tijd. In de jaren negentig was de emancipatie van de islamieten zo'n golf en werd hij voorzitter van het Verbond van Moslimintellectuelen (ICMI). Die gebruikte hij later als een springplank naar de macht.''

Habibie beweert dat hij een politicus in ruste is, die geen hoge ambten meer ambieert en zich wil wijden aan goede werken. Maar waarom verzamelen zich zoveel politici onder zijn nieuwe vlag? Het ITC is vooralsnog een luxe parkeerplaats voor gewezen bewindslieden en kan in de toekomst dienen als een lanceerplatform voor hun bruusk afgebroken loopbaan. Habibie aast misschien niet langer op het koningschap, maar legde met het THC een stevige basis voor een positie als man die anderen aan de macht brengt.

    • Dirk Vlasblom