Golven van hartstocht

Het product heeft een eigen lemma in de Van Dale. Bouquetreeks: goedkope boekjes met hyperromantische liefdesverhalen. Over dartele auteurs, rollende borstspieren en mannelijke hoofdpersonen die niet gepruimd worden. `Er is steeds meer sprake van echte karakters.'

Daisy Gillard leidde een rustig bestaan in haar vaders antiekwinkel, dus het was unfair dat er altijd iets mis leek te gaan telkens wanneer kinderarts Mr Jules der Huizma opdook! Ze wist niet dat hij degene was die een bezoek aan Amsterdam voor haar had geregeld, en heimelijk genoot ze van het feit dat hij daarbij niet van haar zijde leek te willen wijken. Niet dat er iets van kon komen, natuurlijk, want hij had een verloofde, Helene, en hoe zijn gevoelens ook waren, het lag nu eenmaal niet in zijn aard om gedane beloften geen gestand te doen...''

Dit is een citaat uit Discovering Daisy, een van de tientallen romantische novellen van de hoogbejaarde schrijfster Betty Neels, die weliswaar van Nederlandse afkomst is maar al decennia in het buitenland woont. Sinds haar debuut Zuster Peters in Amsterdam doet ze, zeggen ingewijden, niet anders dan in elk nieuw boek (inmiddels 120 in getal) de inleiding op haar eigen huwelijk met een arts recyclen. Alleen wordt haar kennis van Nederland steeds antieker – Mr der Huizma; villeine verloofdes op de Churchilllaan; en altijd interieurs met tikkende klokken en pluchen kleedjes. Niettemin genieten er wereldwijd tenminste 160 miljoen lezers van dit soort producten uit de Mills & Boon-stal, ook al behoort Neels inmiddels tot de behoudende school.

Het is een bitterzoete week voor de wereld van de romantische fictie. Alsof ze het zelf in scène heeft gezet, overleed dit weekeinde de zelfbenoemde `Queen of Romantic Fiction' en mede-oprichtster van de `Romantic Writers' Association', Dame Barbara Cartland. Het tijdstip van haar dood garandeerde lange beschouwingen in de maandagkranten. Ze schreef ruim 700 boeken en was 98 jaar oud. Maar ze tooide zich nog altijd in het roze van de romantische liefde en wenkte naar elke acceptabele man met haar vervaarlijke valse wimpers – ,,alsof twee koeien een aanrijding hebben gehad in haar gezicht'', aldus Clive James. Engeland gedenkt met weemoed een van zijn laatste grote excentrieken en overal ter wereld kijken lezers terug op ,,een meesteres van het genre''. Dat blijkt althans uit Dame Barbara's eigen publiciteitsmateriaal.

Tegelijkertijd is het in Nederland komende maand feest bij Harlequin Holland, de uitgeverij die beroemd is geworden met de Bouquetreeks. Elke maand komen 30 nieuwe titels uit, waaronder acht Bouquetboekjes, die door 1,2 miljoen lezers verslonden worden. Harlequin die dezer dagen 25 jaar bestaat, bezit tachtig procent van de romantische fictie-markt in Nederland. De `echte' uitgeverswereld moet jaloers toekijken hoe deze dochter van het Canadese mediaconglomeraat Torstar Corporation via de tijdschriftenkiosk zo'n hoge oplage binnenhaalt.

Ikzelf moet hier een indirect belang bekennen. Ooit vertaalde ik onder het pseudoniem `Laura Klavermans' – een variant op de namen van mijn partner – rissen van de allereerste Bouquetromans. De man die destijds Harlequin Holland in Nederland opzette, zocht goede vertalers onder beginnende journalisten omdat hij niet langer geconfronteerd wilde worden met teksten waarin opeens een onverklaarbare `Peter' opdook, omdat een gebrekkig Engels begrijpende redacteur de uitdrukking `for Pete's sake' had vertaald met `om der wille van Peter'. Snob dat ik was wilde ik destijds wel het gigantische bedrag van een maandsalaris schoon als bijverdienste incasseren, maar er voor geen goud voor uitkomen dat ik de Bouquetreeks vertaalde. Nu blijk ik alsnog door de waarheid ingehaald. Het staat in volle glorie voorin één van de Harlequin-jubileumuitgaven: Vertaald door Hieke Jippes.

Zijdezachte dijen

,,Hij spande zijn vingers om haar heupen, trok haar naar zich omhoog en spreidde haar warme zijdezachte dijen tot ze volledig voor hem open lag. Toen, met één krachtige beweging van zijn onderlichaam, drong hij zich in haar.''

Dat is het soort passage dat tegenwoordig óók in het genre kan opduiken, al zegt de Nederlandse hoofdredacteur dat zij de passage smakeloos vindt en deze bewoordingen ook voor de gewaagder serie `Intiem' nooit zou doorlaten. Met de tijden is ook de smaak van het publiek veranderd. Auteurs als Neels, en zelfs de in haar tijd als highly sexed omschreven Violet Winspear, meesteres van het broeierig innuendo, achten dat soort beschrijvingen vooral `een handleiding voor de gynaecologie-praktijk' en willen er niets mee van doen hebben. Barbara Cartland (die altijd buiten Mills&Boon gepubliceerd heeft) deelde privé-advies uit over het bereiken van het ideale liefdeleven. Dan zei ze: ,,Denk eraan, als je met je man op vakantie bent, niet 's middags gaan winkelen, maar terug naar je hotel. 'sMiddags is het beste voor een man!' Maar publiekelijk barstte ze meestal uit in: ,,Seks, seks, seks! Ze weten tegenwoordig niets anders meer. Het gaat niet om seks, het gaat om liefde. Daarom lezen ze in Rusland en zo mijn boeken ook altijd, darling!''

De uitgever die het genre groot maakte en aan dit soort romantische ontsnappingsliteratuur in paperback de eigennaam verleende, het Britse bedrijf Mills&Boon, is altijd met de eisen van de tijd meegegaan. Door de jaren heen waren sommige auteurs `te dartel'. Anderen waren te onnozel (als in de doktersroman, waarin de chirurg de heldin toefluistert: Careful – a small prick coming!) en dienden tegen zichzelf te worden beschermd.

Maar in het algemeen wisten de heren Mills & Boon heel goed aan welke commerciële kant hun boterham gesmeerd was. Waar de opvattingen in de maatschappij veranderden, moesten romantische helden en heldinnen navenant geloofwaardig blijven, anders liepen de lezers weg. Het onlangs verschenen Passion's Fortune, een boek over de opmerkelijke geschiedenis van Mills&Boon, verhaalt hoe oudere auteurs uit de Mills&Boon-stal in de jaren tachtig leerden over te schakelen van `de veelzeggende witregel' naar een expliciete beschrijving van liefdesbetuigingen, soms vóór het huwelijk maar nog wel altijd leidend tot het huwelijk.

,,Een heleboel schrijfsters keken bij elkaar af, als op school. Die schreven gewoon de hitsige passages over'', bekent een van hen. De uitvindster van de punishing kiss inspireerde al sinds de jaren zestig tot schaamteloze navolging. En een ander, Gwen Westwood, hield een lijst van woorden en uitdrukkingen paraat naast haar schrijfmachine, voor het geval ze in het verhaal niet verder kon. Daarop stonden: doorgloeid, onbeheersbare aandrang, harde mannelijkheid, borstspieren die rolden onder zijn gebruinde huid, aanstormende golven van hartstocht, een lichaam als dat van een soepel, alwetend dier, en een harde en zekere mond.

Ontegenzeggelijk

Het genre is ontegenzeggelijk Engels, verreweg de meeste auteurs zijn Engels – al heeft de overname van Mills&Boon door het Canadese Harlequin in 1972 voor een geleidelijke toestroom van Canadese en Amerikaanse auteurs gezorgd – maar het soort spreekt internationaal aan. De eerste grote, buitenlandse markt voor Mills&Boon was Duitsland. Toen de Berlijnse Muur viel deelde Harlequin Duitsland in één dag 750.000 gratis `Bouquetjes' uit aan vrouwen in Oost-Duitsland. Inmiddels is de `uitdaging' van de nieuwe markt in Oost-Europa verbleekt in het licht van de mogelijkheden die zich in China voordoen. De cijfers spreken voor zichzelf. Harlequins stal bestaat uit 1.500 auteurs (in 1971 waren dat er 150), die samen 160 miljoen boeken verkopen in 24 talen op 100 verschillende afzetmarkten. ,,Een soort nieuw British Empire'', noemt Alan Boon het, een zoon van de oprichter van Mills&Boon.

Alan Boon, inmiddels 86 jaar oud, heeft én de Mills&Boon-romance groot gemaakt én zijn auteurs gekoesterd als was hij de hoofrolspeler uit één van hun romances. Hij is de uitgesproken English gentleman: lang, knap, rijk en uiterst charmant, met daarbij nog de verdienste van een loopbaan in de marine en een korte carrière als rugbyspeler. ,,Winnie de Poeh met sex-appeal'' vatte één van zijn schrijfsters hem samen. Binnen het bedrijf zelf werd openlijk gerefereerd aan `Mr. Boon's harem'. Etentjes bij de Ritz, bloemen, gelukstelegrammen, brieven, persoonlijke telefoontjes – álles om zijn dames gelukkig te maken en tot hogere productiviteit aan te zetten.

Penny Jordan is een van de populairste schrijfsters uit de Mills&Boon-stal. Ik ontmoet haar in een hotel in Richmond, met uitzicht op de Theems. Ze is een fijngebouwde, kunstmatig blonde vrouw met een noordelijk accent. ,,Zie ik er niet uit zoals je van een Mills&Boon-auteur zou verwachten? Ik heb eigenlijk bruin haar, experimenteerde toen met rood en nu ben ik blondine. Penny Jones als Penny Jordan.''

Toen Penny Jones haar eerste manuscript opstuurde, ervoer ze nog net een staartje van die persoonlijke Alan-Boonbenadering: ,,Een gentleman van de oude school. Een tikje gedateerd. Hij wilde je laten merken dat hij je waardeerde. Do have more champagne – dat soort rituele gesprekken.''

Dat was vlak voor Mills&Boon zich verkochten aan hun Canadese drukker Harlequin, die zich vervolgens al na drie jaar liet uitkopen door de Torstar Corporation. De goede smaak waarop Alan Boon zich liet voorstaan, was toen al te grabbel gegooid. De nieuwe meesters bedachten van alles om nieuwe markten aan te boren: Harlequin-paperbacks verpakt in maandverband achtte men in Engeland wel het dieptepunt.

De loopbaan van Penny Jones is typerend voor die van veel auteurs in het genre. De onvervulde huisvrouw of secretaresse met veel te veel verbeeldingskracht, van jongs af aan een verhaaltjesverteller, trouwste klant van de plaatselijke leesbibliotheek en dolgelukkig consument van alles wat neigt naar Georgette Heyer en haar genre-genoten. ,,Mijn eerste boeken heb ik in feite afgekeken van andere auteurs. De mode was toen om de held van het verhaal iets exotisch te geven: een Griek, een Spanjaard, iemand uit het Midden-Oosten. Inmiddels lees ik geen anderen meer, want ik ben te bang dat ik word beïnvloed. En mijn laatste held is maar half-Grieks en volstrekt niet stereotiep.''

Er waren jaren dat Jones tien boeken in twaalf maanden produceerde. Nu heeft ze dat teruggebracht tot vier. Hoewel ze beschikt over een auto-met-chauffeur en refereert aan een middeleeuws buitenhuis, wil Jones wel zeggen dat je hard moet werken om aan een wereldwijde miljoenenoplage ook echt rijk te worden. ,,Je bent niet zomaar miljonair. Ik heb in twintig jaar misschien 360 miljoen gulden verdiend.'' Met seks heeft ze op zichzelf geen moeite, maar ze vindt het moeilijk om het te beschrijven. ,,Je hebt het over de sterkste, gevaarlijkste, meest overweldigende emotie denkbaar. Onze taal leent zich daar niet goed voor: al die niet-romantische uitdrukkingen als thrusting en heaving en pushing. Je wilt als lezer meegenomen worden: yes, yes, yes! Maar in feite is het maar al te vaak: No, no, no! Wat ik niet prettig vind, wat emotioneel niet past, wil ik mijn lezers ook niet voorschotelen. Geen bondage. En bij mij moet de held van het verhaal nog steeds het initiatief nemen. Ik ben van vóór de tijd dat meisjes begonnen.''

Er zijn goede en slechte schrijvers van romantische fictie. Binnen het kader van `een Bouquetje' is er niet veel ruimte om meer dan een paar figuren te introduceren en ze enige karaktertekening te geven. Zo bekent Penny Jordan dat ze er al snel naar hunkerde haar tanden te zetten in een wat langer boek, waarin ze wat meer de diepte in kan gaan. Maar ze verdedigt desondanks het genre tegen snobs, die haar lezers een inferieure soort achten.

Nooit neerbuigend

John Boon, voormalig voorzitter van Mills&Boon Ltd, zegt in Passion's Fortune: ,,Wij hebben nooit neerbuigend gedaan over ons product. Dat was, denk ik, erg belangrijk. We hebben nooit gezegd dat dit de meest grandioze vorm van literatuur was. Wat we wel zeiden is dat we binnen dit genre de topkwaliteit wilden uitbrengen.''

En Alan Boon, zijn broer, wees regelmatig manuscripten af, die hem werden aangeleverd door auteurs met een literaire agent. Die voldeden dan niet aan de strikte voorwaarden van ,,onze extreem gespecialiseerde fondslijst''. Boon zag daar niets verkeerds aan: ,,We zouden zelfs Shakespeare moeten afwijzen, ben ik bang.''

Dat de directeuren van Mills&Boon zo zakelijk over `ons product' spraken, verklaart meteen waarom ze er zoveel geld mee hebben verdiend. Eerst waren ze zo slim om romantische fictie als een aparte categorie te herkennen, daarna zorgden ze dat hun product gepropageerd werd in de naoorlogse leesbibliotheken en via voorpublicatie in de damesbladen. Ten slotte grepen ze hun kans in de opkomende paperbackmarkt de Canadese drukker Harlequin de order voor goedkope edities te gunnen.

Alan Boon, die al heel vroeg geloofde in gedegen marktonderzoek, wist daarnaast precies wat wél en wat niet verkocht. Hij noemde dat ,,de zedelijke grens waar wij niet overheen gaan''. Dat betekende tot in de jaren zeventig géén getrouwde mannen, geen ongepaste verleiding en geen ruwe taal. ,,En ik houd al helemaal niet van abortus, sadisme en hardhandig gedrag.'' Titels met `huwelijk' of `ziekenhuis' zorgden daarentegen gegarandeerd voor grotere oplagen.

Karen Boodt, die ooit haar doctoraalscriptie rechten en filosofie liet liggen omdat ze het leuker vond om boeken te maken, is de hoofdredactrice van Harlequin Holland. Ook zij verdedigt het genre met vuur en noemt de veroordeling door zogenaamde kwaliteitslezers ,,lui en hypocriet''. Want ze weet uit ervaring hoeveel mensen, ook mannen, stiekem een Bouquetje lezen. ,,Er bestaan zoveel mythes over het genre. Door een computer geschreven, volgens een vast stramien – allemaal onzin.''

Ze kiest voor Nederlandse lezers uit het wereldwijde aanbod, dat in Amsterdam wordt geselecteerd en vertaald. Aangepast wordt er nauwelijks, ,,of iemand moet voortdurend verschrikkelijke perzikkleurige broekpakken dragen''.

Boodt zegt dat er nog steeds een moeilijk te definiëren verschil in atmosfeer bestaat tussen de boeken van de inheems-Engelse auteurs en de recentere lichting van Canadezen en Amerikanen. Kleding, namen (,,we hebben een hele lichting Chantals en Annies gehad'') en interieurs – daar zit het hem vaak in. Maar de nieuwe schrijfsters van de andere kant van de Atlantische Oceaan zijn ook realistischer en bedienen zich van een minder broeierige ondertoon dan hun Engelse collega's. Mannelijke hoofdpersonen die in Nederland niet aanslaan, komen óf uit de wereld van de klassieke muziek, óf zijn dierenarts van beroep. En titels zijn in Nederland minder belangrijk dan de omslag en de korte samenvatting achterop.

Boodt heeft, zegt ze, ,,altijd iets gehad'' met het genre. Collecties Georgette Heyer en Engelse keukenmeidenromans van rond 1900 hebben haar gepredestineerd voor haar hoofdredacteurschap. Zelf schept ze er vooral genoegen in dat de romantische fictie die zij op de markt brengt, afstand heeft genomen van het cliché. ,,Er is tegenwoordig veel minder een vast stramien en meer sprake van echte karakters en een realistisch scenario.''

Net als Mills&Boon is opgenomen in de Oxford English Dictionary, heeft Bouquetreeks inmiddels een eigen lemma inde Van Dale. Verslavende ontsnappingsliteratuur – ,,zoiets als valium'', zei Alan Boon – heeft vrouwen niet klein, maar bij zinnen gehouden. Voor wie het genre kan verdragen is het lezen van romantische fictie zoiets als werken in de tuin: een middelbare bezigheid voor onschuldige mevrouwen. In 1993 nog weet de aartsbisschop van York, John Habgood, het hoge echtscheidingspercentage in Engeland aan ,,de hoge verwachtingen over het huwelijk die worden gewekt door de teksten van popsongs en door Mills&Boon-boeken''. Maar een verontwaardigde criticus zette hem meteen op zijn plaats. Hij zei: ,,Dat is zoiets als Lassie de schuld geven voor alle honden die door hun bazen uit de auto worden gezet.''