GEBRSELASSIE ZOU PRESIDENT MOETEN WORDEN

Zijn manager Jos Hermens hoopt dat atleet Haile Gebrselassie ooit president van Ethiopië wordt. Maar eerst heeft de beste lange-afstandsloper ter wereld nog wat andere klussen op te knappen. Nog een keer olympisch goud winnen en daarna schitteren op de marathon.

Atleet Haile Gebrselassie, wereldrecordhouder op de 5.000 en 10.000 meter, heeft er voor gekozen om zijn laatste seizoen op de baan in Nederland te beginnen. De Ethiopiër loopt morgen op de Adriaan Paulen Memorial in Hengelo. ,,Ik beschouw Nederland als mijn tweede vaderland'', zegt een opgewekte Gebrselassie op Schiphol, nadat hij net een nachtvlucht van Addis Abeba naar Amsterdam achter de rug heeft. Zijn seizoen moet straks in Sydney eindigen met nog een gouden olympische medaille, of zelfs twee. Daarna zal hij naar de marathon overstappen.

Eigenlijk begint volgens hem zijn carrière dan pas echt. Want iedere Ethiopiër, dus ook Haile Gebrselassie, wil nu eenmaal in de voetsporen treden van de legendarische Abebe Bikila. Deze lijfwacht van de keizer won twee olympische marathons, de eerste in 1960 op zijn blote voeten. ,,De marathon is door dat succes in Ethiopië een traditie geworden. Een olympische marathon winnen is ook het mooiste dat een mens kan overkomen'', zegt Gebrselassie.

De mens zit soms raar in elkaar. Gebrselassie (27) kan bijna niet wachten om zich op de marathon toe te leggen. Maar zo moe en ellendig als de kleine atleet zich na zijn eerste en tot nu toe enige marathon voelde, heeft hij zich nooit meer gevoeld. ,,Ik wist niet dat een marathon zo lang was'', herinnert Gebrselassie zich met een verwrongen gelaat. ,,Ik kon de laatste zeven, acht kilometer alleen nog maar wandelen. Mijn hele lichaam deed pijn en ik had een enorme honger.''

Hij was die dag in 1989 met zijn oudere broer Tekeye naar de hoofdstad Addis Abeba meegegaan. Die zou aan de marathon meedoen, Haile wilde op een kortere afstand starten. Maar er bleek geen andere wedstrijd te zijn, dus om niet onverrichter zaken terug naar huis in het op 180 kilometer gelegen Dara te hoeven, startte hij ook op de marathon. Gebrselassie liep een tijd van 2.48, helemaal niet slecht voor een 15-jarige. Zijn broer eindigde als tweede, Haile als 99ste. ,,Zeg maar honderdste, dat is makkelijker'', zegt Gebrselassie met de nodige zelfspot.

Hij was toen net serieus begonnen met trainen. Als kind had Gebrselassie onbewust al een ijzersterke conditie opgebouwd. Elke dag moest hij op 3.000 meter boven zeeniveau de tien kilometer van huis naar school en terug lopen. Vaak deed hij dat rennend, om maar niet te laat te komen. Aan zijn loopstijl is te zien dat hij zijn schoolboeken altijd in zijn linkerhand hield – de atleet zwaait op een vreemde manier met die arm. Het is de enige oneffenheid in een verder prachtige tred.

Gebrselassie was pas zeven jaar, toen hij op de radio – op batterijen, er was in het dorp geen elektriciteit – landgenoot Miruts Yifter bij de Olympische Spelen van Moskou in 1980 de 5.000 en 10.000 meter hoorde winnen. Daarna droomde hij van een loopbaan als atleet. ,,Ik wil ook olympisch kampioen worden'', zei hij toen al tegen zijn familieleden.

Zijn vader Bekele, een arme boer, was er aanvankelijk helemaal niet enthousiast over dat Haile atleet werd. Hij had gehoopt dat zijn zoon leraar of dokter zou worden. Pas toen de blinkende Mercedes die Gebrselassie had gewonnen met de wereldtitel van 1993, op de boerderij werd afgeleverd, begreep vader dat een sportcarrière best lucratief kon zijn. Toen bleek ook dat hij de juiste naam voor zijn hardlopende zoon had gekozen – Haile betekent `energie'. Twee jaar later kwam er na de WK van 1995 nog een Mercedes bij. Op dat moment kon de trotse eigenaar overigens zelf nog niet in zijn auto's rijden, want de atleet was nog niet in het bezit van een rijbewijs.

Het WK-goud op de 10.000 meter van 1993 was het eerste echt grote succes in een lange reeks voor Gebrselassie. Hij heeft inmiddels onder meer vier wereldtitels, één olympische titel (Atlanta '96) en drie wereldrecords op zijn naam staan. Op de 10.000 meter is Gebrselassie sinds zeven jaar ongeslagen, op de 5.000 meter sinds 1996. Het maakt hem tot de beste lange-afstandsloper ter wereld. Walt Disney heeft zelfs al een speelfilm van anderhalf uur, Endurance, over het leven van de kleine atleet gemaakt. Gebrselassie speelt daarin zichzelf.

Straks tijdens de Olympische Spelen wil Gebrselassie voor de ogen van de hele wereld nog één keer van zich doen spreken. Hij zal in ieder geval op de 10.000 meter starten, maar de dubbel (dus ook de 5.000 meter) behoort gezien de indeling van het programma tot de mogelijkheden. ,,Ik wil daar nu nog niet aan denken'', zegt de atleet. ,,Ethiopië heeft veel goede lopers en die jongens moeten ook de kans krijgen om op de Olympische Spelen te starten. Dat is goed voor het land. Het maakt niet uit wie van ons het goud wint.''

Morgen werkt de atleet in Hengelo zijn eerste wedstrijd, een 3.000 meter, van dit lange baanseizoen af. Gebrselassie heeft door een onwillige achillespees sinds de WK van vorig jaar augustus niet meer gelopen. Het was de eerste blessure in zijn loopbaan. Sinds 1989 was hij nooit langer dan twee dagen vrij geweest, nu kon hij drie maanden achtereen niet trainen. ,,Het probleem van zo'n blessure zit niet in je been, maar in je hoofd'', weet Gebrselassie nu.

Zijn manager Jos Hermens had in zijn atletiekcarrière ook last van zijn achillespezen. Dat ongemak dwong hem uiteindelijk met hardlopen te stoppen. ,,Daarom ben ik er nu extra alert op'', zegt Hermens. ,,Ik heb destijds de fout gemaakt injecties te nemen. Die pees is gewoon kapot gespoten.'' Dat mocht niet met zijn pupil gebeuren. De blessure van Gebrselassie werd uiterst secuur behandeld. Hij kwam geregeld uit Ethiopië over om zich in Nederland te laten behandelen. En thuis besprenkelde de atleet zijn been voortdurend met `heilig water'. Dat stroomt uit een berg in het geboortegebied van Gebrselassie. ,,Ook zonder blessures drinken we dat water en doen we het op zere plekken. Het is heel gezond.''

Gebrselassie heeft door zijn verbintenis met Hermens, die hij niet als manager maar als vriend of broer beschouwt, een speciale band met Nederland. Hij noemt het zijn tweede vaderland en Hengelo is dan zijn thuisstadion. Hij liep er in het verleden vier wereldrecords. Daarom is het geen verrassing dat Gebrselassie uitgerekend in het Fanny Blankers Koen-stadion zijn rentree maakt. Hermens kan zich zijn eerste ontmoeting met Gebrselassie in 1991 nog goed herinneren. ,,Ik stond buiten bij het stadion van Addis Abeba met wat mensen te spreken, toen Haile naar me toekwam. Het enige dat hij zei, was Me Europa, Me Europa. Daarmee gaf hij aan dat hij in Europa wilde komen lopen. Ik kende Haile toen nog niet. Hij was nog helemaal niets.''

Hermens zegt dat Gebrselassie niet is veranderd door het succes. De atleet komt over als een prettig mens. Hij lacht veel en heeft een positieve kijk op het leven. Zelfs is er geen kwaad woord over zijn grootste concurrenten, de Kenianen. ,,In zekere zin zijn ze me behulpzaam. Door records te verbeteren, zorgen ze er voor dat ik ook weer harder moet gaan lopen.'' Gebrselassie kent geen stress. Hij informeerde bij Hermens al eens wat het woord eigenlijk betekende. De atleet is weleens boos of teleurgesteld, maar dat gevoel is ook weer snel weg.

Hermens zegt in de carrière van Gebrselassie de droom van zijn eigen, zo abrupt afgebroken loopbaan te zien verwezenlijkt. De Ethiopiër heeft oude beelden van wedstrijden van zijn manager op video gezien. ,,Ik vond vooral zijn baard en zijn lange haar mooi'', lacht Gebrselassie. Hij vertrouwt blindelings op Hermens. Zo adviseerde de Nederlander hem geduld te hebben met het lopen van marathons. Gebrselassie volgde die raad op, zij het met tegenzin. Hermens: ,,Haile wilde acht jaar geleden al marathons lopen. Maar dat zou zonde zijn geweest. Je laat een joch van 20, 21 jaar met zo veel talent en zo veel snelheid geen marathons lopen. Dan zou zijn carriere te snel voorbij zijn.''

Toen hij nog niet getrouwd was, verbleef Gebrselassie soms weken achtereen in Nederland en sliep hij in de woning die Hermens voor zijn atleten had gehuurd. Tegenwoordig is de Ethiopiër, vader van twee dochters, zelf eigenaar van een huis in het Brabantse Uden. Zijn broer Tekeye woont er. Hij bleef na de marathon van Amsterdam in 1992 als asielzoeker in Nederland en heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit. Tekeye deed onlangs een vergeefse poging om zich namens Nederland voor de olympische marathon te kwalificeren. ,,Tekeye behoorde tot het leger van de vorige regering. Na de machtswisseling had hij maar één mogelijkheid en dat was naar een ander land gaan'', vertelt de jongere Haile.

De olympisch- en wereldkampioen zegt nooit te hebben overwogen om zijn broer naar Nederland te volgen. Daarvoor houdt hij te veel van Ethiopië, dat één van de armste landen ter wereld is en sinds mensenheugenis wordt gekweld door oorlogen, stammenruzies, corruptie en grote hongersnood. ,,De problemen die we hebben, zijn niet door god geschapen. Die moeten we dus door onze eigen inspanningen kunnen oplossen. Ethiopië zal altijd onze verantwoordelijkheid zijn. Daar wil ik niet voor weglopen.''

Omgeven door ellende maakte Gebrselassie zich twee weken geleden thuis in Addis Abeba toch zorgen om de mensen, die in Enschede het slachtoffer werden van de vuurwerkramp. De atleet zag beelden op de BBC en bekent te hebben gehuild. ,,Ik realiseerde me dat het het gebied was waar ik me altijd thuisvoel en waar de mensen zo aardig voor me zijn.'' Hij betuigt morgen voor de start van de wedstrijd in Hengelo per microfoon in het stadion zijn medeleven. ,,Ik wist niet dat zoiets in Nederland kon gebeuren'', stamelt hij, nu even zonder zijn eeuwige lach.

Gebrselassie waagt zich niet aan politiek getinte uitspraken over het nog veel erger getroffen Ethiopië. Hij kijkt wel uit, nu valt niemand hem lastig en voelt hij zich veilig. ,,Ik ben een sportman en heb niets te maken met politiek en oorlog. Daarom kan ik er ook maar beter niet over praten.'' Hij is in Addis Abeba eigenaar van een kantorengebouw van zeven etages. Een tweede flat, van tien verdiepingen, staat momenteel in de steigers. Toch heeft Hermens Gebrselassie geadviseerd een bankrekening in Europa te openen. Want je weet maar nooit.

Hermens zegt dat het zijn grote droom is dat Gebrselassie ooit president van zijn land wordt. ,,Haile is een intelligente jongen. En hoe hij met mensen omgaat! Hij is bovendien de held van het volk. Hij zal natuurlijk van bepaalde zaken niet voldoende verstand hebben, maar dat is een kwestie van de juiste mensen om je heen verzamelen.'' Gebrselassie schatert het eerst uit als hij wordt geconfronteerd met de droom van Hermens, maar begrijpt al snel dat het serieus is bedoeld. ,,Ik wil hoe dan ook iets voor mijn land doen'', zegt de atleet. ,,Dat kan ook als ik geen president ben. Maar ik zou wel president willen worden, want dan kan ik de wensen van het volk vervullen. Er moet veel veranderen in Ethiopië.''

Maar eerst is er de marathon. De atletiekwereld volgt Gebrselassie met argusogen op die afstand. Wat kan de kleine Afrikaan, die op de 10.000 meter geen gelijke kent? Expert Hermens: ,,Ga maar tellen: Haile loopt 26.23 over de tien kilometer, de grote marathonjongens hebben nooit sneller dan 27.30 gelopen. Dus heeft Haile de nodige speling. Maar je weet nooit. Het is een heel andere discipline.''

Het ziet er naar uit dat Gebrselassie zijn marathondebuut volgend jaar in Londen, waar ze hem een miljoen gulden voor drie deelnames hebben geboden, zal maken en niet `thuis' in Amsterdam of Rotterdam. ,,Ik wil me eerst in Londen eens goed testen op de marathon en daarna in Nederland iets bijzonders presteren, een wereldrecord lopen of zo'', zegt Gebrselassie.

,,Slimme jongen, hè'', knipoogt Hermens.