Ganzenborden

Nooit goed beseft dat ik zoveel aan het ganzenborden te danken heb. Voor hele generaties geldt hetzelfde. Wij die geganzenbord hebben, kunnen tellen. Kinderen van nu, die nintendo hebben, of pokemon en een zakjapannertje en misschien al een beetje mobielen of g-s-emmen, kunnen dat niet, of niet zo goed als wij. Door een wetenschappelijk onderzoek op de basisscholen van nu, door mevrouw Menne die erop gaat promoveren, ben ik plotseling weer even vijf jaar.

Winteravond. Het toetje was karnemelkse pap met stroop (mijn moeder kwam uit een boerenfamilie). Lepel in de strooppot, hoog boven de pap houden en dan met de bruine draad je voorletter schrijven, een sierlijke S. Het volgend onderzoek zal leren dat kinderen die voor toe karnemelkse pap met stroop kregen, beter hebben leren schrijven dan de modernste kinderen die met Franse kazen zijn opgevoed.

Dan werd er afgeruimd en het ganzenbord kwam op tafel. Ivoren dobbelstenen, die me vooral interesseerden om de manier waarop de zwarte rondjes erin waren gegroepeerd. De 1 mooi overzichtelijk, de 2 een beetje kaal, de 5 het meest harmonisch en de 6 veel te vol. Er waren twee dobbelstenen. Gooide je dubbel 6, dan was het nog niet zeker of je geluk had, want al tellend over de vakjes kon je in de put komen. Dan moest je een beurt overslaan en bijna huilen. De gevangenis was nog erger. Maar het kon ook onwaarschijnlijk goed gaan. Dan had je op een gans geteld. Dat was een hokje met een dikke, vriendelijk uitziende vogel, die je vergunning gaf, nog eens, met hetzelfde aantal ogen vakjes verder te gaan. Je had hoge ogen gegooid, en daarmee al bijna gewonnen.

En dan was het spel plotseling afgelopen en je werd naar bed gebracht. Mijn moeder vertelde nog een verhaaltje. Ik mocht kiezen uit haar repertoire. Graag over de leeuw, en hoe die een dode koe onder de andere dieren verdeelde zodat ze allemaal tevreden waren. Kent u het? Als er voldoende mensen nieuwsgierig zijn, zal ik het hier nog eens vertellen. Het moeten er meer dan vijftig zijn.

De leeuw had de koe weer verdeeld. Zachtjes deed mijn moeder de deur dicht, en tevreden viel ik in slaap, me er niet van bewust dat ik les in tellen had gekregen, en dat een paar uitdrukkingen weer wat dieper in mijn geheugen waren gegrift. Alleen kinderen die geganzenbord hebben, weten precies wat in de put zitten betekent.

Nu lees ik dat `basisscholen in de grote steden te weinig aandacht besteden aan het leren tellen', en dat daardoor veel kinderen geen over- of inzicht in cijfers en getallen meer hebben. Op het eerste gezicht is het weer zo'n bericht van de categorie van het zal wel. Wat heeft het vorige onderzoek ook alweer opgeleverd? Het is dat soort wetenswaardigheden waarvan je vandaag paf staat, en morgen hoor je er niets meer over. Meestal misstanden die je zelf nooit bent tegengekomen. Tachtig procent van de mannen die de afwas doen, mogen daarna in de huiskamer niet meer roken. Vorig jaar was dat percentage nog 78,3. Ga er eens op letten. In de wereld van de volwassenen wordt steeds meer geteld. Koersen, winsten, lengte van de files, doelpunten, duizendste grammen nicotine, cholesterolgehalte, calorieën, tiende procenten loonsverhoging. Het hele leven met zijn vreugde en verdriet wordt in cijfers uitgedrukt. De grote mensen hebben het er zo druk mee dat ze geen tijd meer hebben hun kinderen te leren tellen. In 2030 verwachten we de grijze golf van de oudjes die zich nu nog zelfbewust op hun borst kloppen. Die wordt, voorspel ik, voorafgegaan door de domme golf van degenen die dan met hun mond vol tanden staan, en niet eens kunnen vaststellen hoeveel dat er zijn.

Het leren tellen is een deel van de opvoeding, zoals het leren eten met vork en mes. Nog eens: je bent niet eens vijf, maar vier, zelfs drie. Je moeder neemt je op schoot, legt je handje op tafel, raakt je vingers een voor een aan, en zegt langzaam: een twee drie vier vijf. Bewust of onbewust denk je: ik zit hier lekker zacht en dit is een leuk spelletje. Nog eens! Over twintig jaar zal een wetenschappelijk onderzoeker geen eer aan je behalen. Je komt niet in de krant omdat je niet kunt tellen.

Moet het ganzenbord terug? Plotseling blijkt dat dit een soort aspirientje, sinasprilletje van de opvoeding is: goed voor veel meer dan de uitvinder had kunnen vermoeden. Wie heeft het ganzenbord bedacht? Die verdient een standbeeld.