Ergenis in EU over dure benzine

De snelle stijging van de benzineprijzen heeft in vrijwel heel Europa scherpe reacties uitgelokt. Van woedende ingezonden brieven in de Duitse boulevardpers tot het verwijt van een dame aan een pomp in Parijs dat de staat alles inpikt. De Romeinse geestelijkheid en de staatsambtenaren in Frankrijk krijgen kortingen. Maar miljoenen automobilisten in Europa ergeren zich aan de almaar stijgende benzineprijzen. Toch zijn er ook tussen de Europese landen grote prijsverschillen. Een overzicht. En wat doet Brussel eraan.

Elke EU-lidstaat kan zelf de hoogte van accijnzen op benzine bepalen. Harmonisatie van belastingen, waaronder ook accijnzen, blijft in de EU een politiek zeer gevoelig onderwerp.

De Europese Commissie onderneemt al helemaal geen directe actie bij prijsstijgingen zoals nu bij benzine. ,,De Europese Commissie probeert alleen een goed functioneren van de gemeenschappelijke markt en eerlijke concurrentie te bevorderen'', zegt de woordvoerder van Europees Commissaris Loyola de Palacio (Energie en Transport).

Zo verbood toenmalige Eurocommissaris Van Miert (Mededinging) vorig jaar juli Nederlandse staatssteun aan enkele honderden bij de Duitse grens gelegen benzinestations. De staatssteun was bedoeld om benzinestations te compenseren voor de hogere accijns die zij betalen in vergelijking met Duitse stations. Volgens Van Miert hadden de grote oliemaatschappijen toen een deel van de verliezen van de Nederlandse benzinestations moeten opvangen.

Loyola de Palacio noemde eind maart het besluit van de Organisatie van olieproducerende landen (Opec) de produktiequota te verhogen slechts ,,een eerste stap'' (om de prijzen omlaag te krijgen). Volgens haar was de quotaverhoging ,,geen definitief antwoord'' op de vraag van producenten en consumenten om meer prijsstabiliteit.

Na deze officiële verklaring ging in Brussel de telefoon. De Opec vroeg aan medewerkers van de Spaanse Eurocommissaris om meer informatie over haar opmerkingen. De reden was geen boosheid, maar eerder verbazing. ,,De Opec is niet gewend aan reacties uit Brussel. Ze zijn alleen gewend aan reacties uit de Verenigde Staten'', zegt Loyola's woordvoerder.

Volgens hem heeft bij de Opec eventuele vrees voor Brussel zeker geen rol heeft gespeeld. Wat valt immers te vrezen van een Europese Commissie, zolang er in de Europese Unie geen gemeenschappelijk energiebeleid bestaat. ,,Wij schrikken hen niet af zoals de Verenigde Staten, dat dreigde zijn eigen oliereserves aan te spreken'', erkent Gantelet.

De oliereserves van de lidstaten van de Europese Unie zijn minder groot en bovendien heeft de Europese Commissie er niets over te zeggen.

DUITSLAND

De dramatische stijging van de benzineprijs heeft in Duitsland een verhit politiek debat losgemaakt. ,,Benzine is in Duitsland nog nooit zo duur geweest'', klaagde de Berlijnse Berliner Zeitung. Het boulevardblad Bild drukt al dagen brieven af van woedende lezers. ,,Mijnheer de bondskanselier, nu weg met de milieu-belasting. Het is welletjes'', schrijft Adolf Wronkowitz uit Rendsburg.

De Duitse belangenorganisatie van automobilisten ADAC stelt de dure dollar, de stijgende olieprijs en ook de milieubelasting verantwoordelijk. Deze Ökosteuer van het rood-groene kabinet, die de benzineprijs tijdens de vierjarige regeerperiode jaarlijks 6 pfennig per liter doet stijgen, is bestemd voor verlaging van de pensioenkosten; daardoor moeten de te hoge loonkosten in Duitsland dalen.

Naar aanleiding van de aanhoudende prijsstijging heeft de Beierse minister-president, Edmund Stoiber (CSU), de regering opgeroepen dit jaar en het volgend jaar van de milieubelasting af te zien. Dat zou in ieder geval 12 pfennig prijsstijging schelen. Minister Hans Eichel (SPD) van Financiën voelt daar niets voor. ,,Dat is een geweldige argumentatie van een politicus. De olieconcerns verhogen de prijzen - en wij laten de belastingen dalen'', aldus Eichel.

Binnen vier weken is de prijs van een liter benzine met 15 pfennig gestegen tot 2,05 D-mark (1,05 euro). Vergeleken met een jaar geleden is een liter super liefst 43 pfennig duurder geworden.

Voorlopig zal de prijsstijging niet stoppen. Een woordvoerder van de olie-industrie schat dat een liter benzine binnenkort met nog eens ten minste 10 pfennig zal stijgen. Een liter euro-loodvrij 95 kost inmiddels 2,00 D-mark (1,02 euro).

BELGIË

Rapide, sûr, avantageux paiement mensuel snel, veilig, voordelig maandelijks betalen. Bij het benzinestation van supermarktketen Colruyt in de Brusselse gemeente Ukkel kost `eurosuper loodvrij' 42,70 Belgische frank (0,85 euro), bijna 3 frank (zo'n 15 cent) minder als elders. De lage prijs van deze `Discount Automatic Tank Service' (DATS) is mede verklaarbaar door de eenvoud van het onbemande tankstation zonder bijgebouw. ,,Gisteren heb ik mijn eigen auto hier volgetankt, vandaag ben ik met de auto van mijn man naar het werk gegaan om hier langs te gaan'', zegt onderwijzeres Carine de Vinck.

Waar in Nederland supermarkt Dirk van den Broek bij de verkoop van benzine nog in botsing kwam met Shell, zegt bestuurder Gaetan van de Werf van de Belgische Petroleumfederatie (grote oliemaatschappijen) geen problemen te hebben. ,,Zo lang het prijsverschil de distributiemarge van 5 frank maar niet overtreft.''

Door een maximumprijs te hanteren, die iets vertraagd aan de marktontwikkeling wordt aangepast, probeert de Belgische overheid prijsschommelingen te dempen. Maar dat kan niet verhinderen dat de benzineprijs nu een absoluut record heeft bereikt. De Belgische regering verdubbelde bijna de accijnzen op benzine de afgelopen tien jaar wegens de grote budgetproblemen. De dieselaccijns bleven achter, waardoor in België nu meer dan de helft van de jaarlijks nieuw gekochte auto's een diesel is. De liberale minister van Financiën, Didier Reynders, suggereerde iets te willen doen voor de transportsector, maar vindt de `groene' milieuminister Durant tegenover zich. Van een algemene accijnsverlaging wil Reynders niet weten, omdat deze vooral de olieproducerende landen ten goede zou komen. Voorlopig moeten Belgen het hebben van de supermarkt, die vaker dan in Nederland een tankstation heeft.

FRANKRIJK

Bij de Shell-pomphouder op steenworp afstand van het Palais Royal, hartje Parijs, dwingt de locatie volgens medewerker Max Missainhoun de eigenaar zijn klanten de ,,hoogste'' literprijs in rekening te brengen. Pomphouders in Frankrijk hebben die vrijheid. De milieuvoorschriften zijn middenin de stad strenger dan erbuiten en bovendien is de aanvoer er moeilijker. Ondanks de scherpere voorschriften trekken glimmende benzinesporen over de stoep in de richting van de goot.

Van een verminderde omzet of gemopper van de klanten is volgens Missainhoun geen sprake. ,,Veel klanten hier zijn in dienst van de overheid. De postwagens tanken hier, en medewerkers van de Banque de France en van de politie, en die hebben allemaal overheidskorting. De overheid heft 80 procent belasting op aan een normale klant verkochte benzine. Wij verdienen er nauwelijks iets aan, we moeten het hebben van de verkoop van nevenproducten in onze winkel.''

Een dame die net komt tanken bevestigt die conclusie. ,,Zo is het altijd geweest en met de wereldprijs van olie heeft dat niets te maken. Mijn vader is dertig jaar pomphouder geweest, maar van de verkoop van benzine heeft hij nooit kunnen leven. De staat pikt hier alles in.''

Ter bevordering van het gebruik van `schone' brandstof en om niet een te groot verschil te laten ontstaan met de benzineprijs in omringende landen, heeft Frankrijk de belasting op loodvrije benzine sinds 1998 bevroren. De belasting op diesel, waar de meeste Franse auto's op rijden, is daarentegen gestegen.

Was in Frankrijk de benzineprijs voor euro-loodvrij 95 op 1 januari 1999 nog 6,22 franc (iets minder dan 1 euro), nu kost een liter 7,94 franc (1,21 euro). Sinds begin dit jaar is de prijs per liter met ongeveer 10 eurocent gestegen. Precies valt de prijs niet vast te stellen, aangezien de pomphouders immers de vrijheid hebben scherpere prijzen te berekenen.

ITALIË

In Italië maken alleen de Romeinse geestelijken zich geen zorgen over de dure benzine. Zo'n 4.500 inwoners van Rome die op de een of andere manier met de katholieke kerk te maken hebben kunnen op vier plaatsen benzine tegen de prijs van het Vaticaan tanken: bijna een gulden per liter goedkoper. Maar voor die miljoenen anderen is het: weer zoveel lire erbij.

Het Italiaanse kabinet maakt zich zorgen dat de hoge benzineprijzen de inflatie verder aanwakkeren dan de 2,4 procent die ze nu al bedraagt. De hoge prijzen komen in Italië extra hard aan, omdat het land het grootste gedeelte van zijn energiebehoefte moet importeren en het dus steeds meer dollars daarvoor moet betalen. Veel Italianen hebben het gevoel dat de oliemaatschappijen de prijs hoog houden door kartelafspraken. Hiernaar loopt een onderzoek door het Antitrust-bureau.

In een poging het inflatiegevaar te bezweren heeft het Italiaanse kabinet de belasting op benzine tijdelijk met 50 lire (bijna zes cent) verlaagd. Volgens het ministerie van Industrie gaat nu 67 procent van de prijs voor loodvrije benzine - intussen 2.110 lire (1,01 euro) - naar de fiscus in de vorm van accijnsen en belastingen.

SPANJE

Hoewel de benzine in Spanje nog altijd tot de goedkoopste in Europa behoort, heeft de explosieve stijging geleid tot veel protest. Kranten berichten uitgebreid over het ongenoegen en schrijven scherpe commentaren. Hun pijlen richten zich zowel op de benzine-maatschappijen als op de regering.

Consumentenorganisaties klagen dat de prijsstijgingen van ruwe olie doorgaans vlotjes doorberekend worden, maar dat de oliemaatschappijen nogal eens vergeten om de prijsdalingen in de literprijs te verwerken.

Werkgeversvoorzitter José María Cuevas drong er deze week bij de regering-Aznar op aan de accijns op benzine te verlagen om zo de kostenstijging op te kunnen vangen. Van de huidige literprijs bestaat bijna zestig procent uit belastingen en accijnzen.

Van regeringszijde bestaat weinig bereidheid tot het verlagen van de heffingen, omdat de prijsstijgingen dit jaar al een geschatte extra belasting oplevert van 130 miljard peseta's (780 miljoen euro). De regering zoekt de oplossing van het probleem vooral in het versterken van de concurrentie op de benzinemarkt.

Want het wil niet zo vlotten met de concurrentie op de Spaanse markt, waar de benzinestations trouw de prijspolitiek van marktleider Repsol volgen. De situatie in Spanje is ongekend in Europa, aldus EU-commissaris Loyola de Palacio (Energie en Transport), die aankondigde de Spaanse markt scherp in de gaten te houden.

De prijs van een liter euro-loodvrij 95 is dit jaar al van 124,9 tot 139,9 pesetas gestegen (0,75 euro tot 0,84 euro).

NEDERLAND

Het oppositionele CDA pleit voor afschaffing van het `kwartje van Kok' (een accijnsverhoging die begin jaren negentig is ingevoerd om 's rijks financiën op orde te krijgen). Regeringspartij VVD zoekt de oplossing in een fikse verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Zo wil men in politiek Den Haag de buitensporig gestegen benzineprijzen in Nederland te lijf gaan. Maar verantwoordelijk minister Zalm (VVD, Financiën) voelt er weinig voor om automobilisten tegemoet te komen.

Bijna alle Nederlanders krijgen volgend jaar als gevolg van de belastingherziening al een fikse inkomensverbetering (gemiddeld zo'n vijf procent). Een verdere lastenverlichting in de orde van grootte die CDA en VVD met de benzineprijs voorstaan, zou gezien het risico van oververhitting van de economie onverantwoord zijn, vindt Zalm. Ten tweede staat de automobilist nou niet bepaald bovenaan het lijstje van groeperingen die een extraatje nodig hebben, vindt hij.

In Nederland is de benzineprijs voor een liter euro-loodvrij 95 in één jaar tijd gestegen van 2,22 gulden (1,01 euro) naar 2,72 gulden (1,23 euro) vandaag, een stijging van ruim 22 procent. Van de benzineprijs gaat nu bijna tweederde naar de overheid in de vorm van accijnzen en btw.

Aan dit overzicht werkten mee: Hans Buddingh' (EU en België), Michèle de Waard (Duitsland), Pieter Kottman (Frankrijk), Marc Leijendekker (Italië), Steven Adolf (Spanje) en Egbert Kalse (Nederland).