Een verdronken plattelandsidylle

Elke keer als Julica aan het water denkt, schiet ze vol. Nerveus haalt ze een verfrommeld zakdoekje uit haar mouw en begint in haar ogen te wrijven. Het was de ergste nacht van haar leven. Anderhalve maand later kan ze haar zenuwen nog altijd niet de baas. Ze zal het uit moeten zitten. In Roemenië zijn geen traumateams, is geen opvang. Als het noodlot toeslaat, moet je zelf maar zien hoe je eruit komt.

In het huis in Rusca wil ze nooit meer wonen. Ze heeft zich teruggetrokken in haar oude flatje in de stad. De idylle op het platteland is voorgoed voorbij. Julica en Marin hadden zich na hun pensioen in de fabriek op het land gevestigd. Van hun spaarcentjes kochten ze een boerenhuisje in het bergdorp Rusca. In de moestuin hadden ze groente staan voor de hele familie, op het erf liepen wat kippen en in de stal stonden een paar varkens. Het was geen vetpot, maar het ging net. Bovendien was de lucht schoon en konden ze doen wat ze het liefst deden: op het land werken.

Toen kwamen de rampen. Eerst de sneeuw. Twee meter hoog lag die deze winter. Julica maakte zich zorgen als Marin weer met zijn schop het huis uitging om de weg vrij te maken. Het was koud en Marins hart niet al te best. Onvermoeibaar liep hij met de sneeuw te slepen, van het huis naar de rivier die onder aan de heuvel stroomde.

Op de televisie zagen ze hoe sneeuw en regen een overstroming veroorzaakten in Baia Mare. Het cyanidewater van een goudmijn stroomde de Tisa in. Op hun scherm zagen ze tonnen dode vis voorbij drijven. Baia Mare was gelukkig ver weg.

Een paar weken later was het weer raak. Weer was het nieuws vol stijgend water. Maar nu was het dichterbij. Delen van het westen van Roemenië begonnen onder te stromen. De metersdikke sneeuwlaag ging smelten. Ze zagen hoe duizenden Hongaren eensgezind zandzakken vulden en de strijd tegen het water wonnen. Ze zagen ook hoe het aangrenzende Roemeense land zonder slag of stoot aan het water werd uitgeleverd. Het was wereldnieuws.

Marin was die ochtend geschrokken toen hij zag hoe snel het water in de rivier onder aan de heuvel was gaan stijgen. In de loop van de middag was hij naar de burgemeester van het dorp gegaan, een verre neef. ,,Er moet iets gebeuren anders gaat het mis. We moeten ook zandzakken vullen.'' De burgemeester vond het niet nodig. Hoog water kwam wel vaker voor in deze tijd van het jaar.

Aan het eind van de middag begon de rivier buiten zijn oevers te treden. Marin besloot de auto naar hoger gelegen land te brengen. Hij liet Julica achter en ging over de brug die hun landje met de rest van het dorp verbond. Nauwelijks was hij aan de overkant of de kolkende massa water sleepte de brug mee. Daarna kwam de vloedgolf, als een muur van water, modder en ijs.

In het huis waar Julica achter was gebleven werd het in één klap donker. Het water kwam met donderend geweld door het huis zetten. In een reflex wist ze nog wat kippen in de nek te grijpen en ze op een kast te zetten. De hond had ze al eerder losgemaakt, de kat zat op het dak. De varkens komen verder niet meer in het verhaal voor. Ze wist een kaars aan te steken en begon voor het raam wilde gebaren te maken en te roepen: ,,Help! Hier is nog iemand!'' Ze kreeg geen antwoord. Het lawaai was letterlijk oorverdovend. Julica zou de hele nacht aan de elementen en zichzelf overgeleverd blijven, tot haar middel in het water staand.

Ze wist niet dat Marin aan de andere kant van de rivier probeerde zijn vrouw te redden. ,,Niet doen'', riepen zijn dorpsgenoten. ,,Dat is levensgevaarlijk.'' Maar Marin kon zijn vrouw niet in de steek laten en probeerde door de kolkende rivier te waden. Het werd hem bijna fataal. Hij kwam in een draaikolk terecht en werd in het pikkedonker tientallen meters meegesleept. Een buurman kon hem nog net uit het water trekken. Pas toen het licht werd slaagden twee jonge dorpsgenoten erin met touwen over de rivier te komen. Ze troffen een totaal ontredderde Julica aan, nog altijd tot haar middel in het water. De kippen keken vanaf de kast verstijfd van angst toe.

Nu probeert Marin in Rusca nog wat op te ruimen voor het huis in de verkoop gaat. Maar het is een ravage. De hele inventaris is weggespoeld. De pleepot ligt onder aan de heuvel. Alles ligt onder een dikke laag rivierzand. ,,Het is een woestenij, net de Sahara'', lacht ze dapper voordat de tranen weer terugkomen.

Ze lopen in kleren die ze van de kerk gekregen hebben. Rusca was geen wereldnieuws. Er is wel wat noodhulp gekomen, maar die is voornamelijk in de zakken van de burgemeester, de politie en de brandweer verdwenen. En fysieke bijstand? Toen Julica en Marin daags na de ramp verdwaasd tussen de puinhopen dwaalden, kwam de burgemeester, de verre neef dus, even langs. ,,Ik zou jullie graag helpen, maar ik heb helaas mijn goeie schoenen aan'', was zijn enige commentaar geweest.

    • Renée Postma